Tweederde van de hoogleraren van de Katholieke Universiteit Leuven stemde in de derde en laatste ronde van de rectorverkiezingen voor kerkjurist Rik Torfs. Een opmerkelijk resultaat. Want Torfs werd wegens zijn veelvuldige optredens in allerhande media lang niet op handen gedragen in academische kringen. Professoren en tv - het blijft een moeilijke combinatie.
...

Tweederde van de hoogleraren van de Katholieke Universiteit Leuven stemde in de derde en laatste ronde van de rectorverkiezingen voor kerkjurist Rik Torfs. Een opmerkelijk resultaat. Want Torfs werd wegens zijn veelvuldige optredens in allerhande media lang niet op handen gedragen in academische kringen. Professoren en tv - het blijft een moeilijke combinatie. Het was uitsluitend dankzij de steun van de studenten dat bijbelwetenschapper Marc Vervenne het laken naar zich toe kon trekken. Twintig stemmen (op een totaal van bijna 1500 potentiële kiezers) bedroeg het verschil aan de eindstreep - dat is het equivalent van een millimeterspurt. Vervenne had als vice-rector onder zijn bijna despotisch besturende voorganger André Oosterlinck geregeld de plooien glad moeten strijken tussen het rectoraat en de studentenvertegenwoordigers. De studenten betoogden ook dat ze geen vertrouwen hadden in het 'achterhaalde' discours over vrijheid en democratie van Torfs. De kandidatuur van Torfs werd aanvankelijk als een schertsvertoning afgedaan. Maar tot veler verbazing spartelde de mediagenieke man zich door de eerste ronde van de verkiezingen, waarin ingenieur Bart De Moor en jurist Herman Nys afvielen. Voor Nys een zware slag, voor De Moor wellicht een opstapje naar een mandaat in de nieuwe bestuursploeg. Tijdens zijn bezoeken aan alle departementen, en vooral tijdens de publieke debatten, wist Torfs indruk te maken, niet alleen door zijn welbespraaktheid, ook door de visie die hij over de universiteit etaleerde. Een visie die vooral steunde op academische vrijheid, op luisteren, op iedereen in zijn waarde laten. Het wekte dan ook minder verwondering dat Torfs in de tweede stemronde zijn tweede plaats veilig kon stellen en de gedoodverfde winnaar Marc Decramer, een longarts, uit de wielen reed. Decramer was bijna heel het academiejaar met zijn kandidatuur bezig geweest en had een ploeg van niet minder dan veertig adviseurs rond zich verzameld. Hij voerde veruit de duurste campagne van de vijf kandidaten. Maar hij kon nooit echt overtuigen wanneer het erop aankwam. Hij kreeg bijzonder weinig stemmen uit zijn eigen faculteit. Sommigen namen het hem bijvoorbeeld kwalijk dat hij profiteerde van het wetenschappelijk werk van een collega door in volle kiesstrijd deel te nemen aan een persconferentie. Hij werd ook de man van de flauwe debatten. Zo meende hij zich op een discussie tussen de vijf kandidaten en leden van de universitaire parochie te moeten profileren door te stellen dat hij een zekere affiniteit met het 'trans- cendente' had. Waarop uit het publiek de vraag kwam hoe hij dat transcendente kon verzoenen met de kwestie van de erfzonde. De longarts moest letterlijk naar adem happen. Op zulke momenten haalt iemand als Torfs moeiteloos de slagen binnen. Decramer deed ook te veel beloftes aan te veel mensen. En toonde zich soms te flexibel tegenover de verkeerde mensen. Zo schepte aftredend rector Oosterlinck er een groot genoegen in om een roddel te verspreiden over een bezoek van Decramer. Hij zou de arts op een vijftal 'onrealiseerbare' punten in zijn programma gewezen hebben. Waarop Decramer doodleuk had opgemerkt dat een programma iets is voor verkiezingen en niet per se integraal dient te worden uitgevoerd. Een ontgoochelde Decramer wenst niet meer te reageren op wat er in de campagne gebeurd is of op wat er over hem wordt verteld. Oosterlinck zal als voorzitter van de associatie tussen de universiteit en een rist hogescholen ook ná 1 augustus, na de machtswissel, een stevige vinger in pap behouden. Hij heeft een dossier opgevraagd over de aanvallen die de kandidaat-rectoren op hem en zijn beleid in de media gelanceerd hebben. Wat hij daarmee gaat doen, is onduidelijk. Maar het valt niet te ontkennen dat de academici massaal gestemd hebben tégen een voortzetting van zijn bestuursstijl. Vervenne is er, ondanks het feit dat hij jarenlang vice-rector was, in geslaagd afstand te nemen tegenover het beleid van zijn voorganger. Bovendien is hij karakterieel de antipode van de manager Oosterlinck, en dat kan hem van pas komen als hij het schisma ongedaan wil maken dat tijdens de rectorverkiezingen is ontstaan, met hoogleraren die massaal voor een avontuur kozen - het avontuur-Torfs. Toch worden her en der barsten geslagen in het imago van onkreukbare rebel dat Torfs zich in de loop van de campagne aanmat. Ook hij had uiteraard zijn zwakke plekken, vooral wat betreft de technische aspecten van het bestuur, met name de financiering. Zo is er het verhaal dat hij als decaan van de kleinste faculteit van de universiteit, met amper twee professoren en een dertigtal studenten - kleiner dan de onderzoeksgroep van sommigen van zijn tegenkandidaten - in 2003 onder een vorm van curatele moest worden geplaatst om het risico op een financieel debacle te vermijden. Torfs stelt dat er nooit zelfs maar het kleinste foutje in zijn boekhouding gevonden is. Hij had er ook een handje van om, wanneer hij bij informele contacten een probleem van technische aard voorgeschoteld kreeg, de bal terug te spelen en zijn gesprekspartner meteen voor te stellen om als expert in zijn beleids- ploeg te stappen. Het wordt hem ook aangewreven dat hij een bevriende advocaat uit Leuven (Filip Dewallens) inschakelde om de verslagen Decramer te benaderen met een voorstel tot samenwerking, in de hoop zo de aanhangers van de arts aan zijn kant te krijgen. Een voorstel waarin hij nogal wat belangrijke posten aan Decramers ploeg zou hebben verpatst. Torfs benadrukt dat hij het spel altijd fair heeft gespeeld, en dat hij alleen met Decramer sprak om te voorkomen dat de man, net als de twee eerder verslagen kandidaten, zijn kiezers zou oproepen om voor Vervenne te stemmen. Een vrees die niet onterecht was. Zelfs Oosterlinck benaderde het kamp-Decramer met het verzoek om vice-rector Vervenne te steunen, hoewel hij blijft volhouden dat hij zich op geen enkel moment met de campagne heeft bemoeid - wat volledig tegen 's mans natuur in zou zijn gegaan. Het moet voor hem een nachtmerrie geweest zijn dat Torfs het zo goed deed. Iedereen is het er wel over eens dat Vervenne heel de campagne lang 'integer' is gebleven, geen loze of onhaalbare beloftes heeft gedaan, en geen (discrete) roddelcampagnes over collega-kandidaten heeft gelanceerd. Wat natuurlijk nog niet betekent dat hij de beste kandidaat is om de grootste universiteit van ons land te leiden. De West-Vlaming Marc Vervenne (°1949) heeft de reputatie een rustige, maar charismatische persoonlijkheid te zijn, die zijn tijd neemt om te beslissen. Hij studeerde aanvankelijk voor priester aan het grootseminarie in Brugge, maar besliste uiteindelijk om voor de fysieke liefde te kiezen. Hij werkte twee jaar als arbeider en chauffeur voor hij de studie theologie aanvatte - een periode waarin hij tegelijk studeerde en voor een gezin met drie kinderen zorgde, terwijl zijn vrouw uit werken ging. In 1986 werd hij doctor in de godgeleerdheid. Hij zou de universiteit niet meer verlaten en geleidelijk opklimmen op de academische ladder, waarop hij nu de hoogste sport heeft bereikt. Het zal niemand verbazen dat hij in zijn eerste interviews benadrukt dat hij het 'katholieke' karakter van de universiteit wil blijven koesteren. Met zijn onderzoekswerk zal hij weinig potten gebroken hebben. Hij is een echte bijbelwetenschapper, gespecialiseerd in Oudhebreeuwse taal- en letterkunde. Daar zal hij in zijn nieuwe ambt als rector niet te veel aan hebben. Maar hij heeft sinds hij in 1994 gewoon hoogleraar werd, veel bestuurservaring opgedaan. Die zal hem meer van nut zijn. Dirk DraulansVervenne heeft de reputatie een rustige, maar charismatische persoonlijkheid te zijn, die zijn tijd neemt om te beslissen.