'Zwakheid provoceert', zei Donald Rumsfeld, voorgedragen door George W. Bush als minister van Defensie, tijdens zijn hoorzitting voor het Armed Service Committee van de Senaat. 'Zwakheid nodigt mensen uit om dingen te doen die ze anders niet in hun hoofd zouden halen.' Dus zegt de huidige baas van het Pentagon, van de strijdkrachten in binnen- en buitenland, de Zesde Vloot en de atoomparaplu dat de Verenigde Staten sterk moeten zijn en dat ook moeten laten zien. Als filosofie is het niet echt nieuw, maar er zijn verschillende manieren om de slogan in te vullen. Wie Donald Rumsfeld kent, kan zich er wel iets bij voorstellen.
...

'Zwakheid provoceert', zei Donald Rumsfeld, voorgedragen door George W. Bush als minister van Defensie, tijdens zijn hoorzitting voor het Armed Service Committee van de Senaat. 'Zwakheid nodigt mensen uit om dingen te doen die ze anders niet in hun hoofd zouden halen.' Dus zegt de huidige baas van het Pentagon, van de strijdkrachten in binnen- en buitenland, de Zesde Vloot en de atoomparaplu dat de Verenigde Staten sterk moeten zijn en dat ook moeten laten zien. Als filosofie is het niet echt nieuw, maar er zijn verschillende manieren om de slogan in te vullen. Wie Donald Rumsfeld kent, kan zich er wel iets bij voorstellen. De kersverse minister beklom een steile ladder op weg naar de macht. Nadat hij in 1954 aan de universiteit van Princeton is afgestudeerd, brengt hij drie jaar als gevechtspiloot in het Amerikaanse leger door. Daar wordt hij zelfs worstelkampioen. Als hij het leger verlaat, wordt hij assistent van een afgevaardigde uit Ohio en trekt hij naar Washington D.C. Aan het begin van de jaren zestig werkt hij ook nog voor een bank in Chicago. Op zijn dertigste komt hij voor Illinois in het Huis van Afgevaardigden terecht. In 1969, tijdens zijn vierde termijn, neemt hij er ontslag om kabinetsmedewerker van president Richard Nixon te worden. Die stuurt hem in 1973 op tijd als ambassadeur bij de NAVO naar Brussel om aan het Watergate-schandaal te ontsnappen. Uit de Nixon-tijd dateert trouwens zijn band met Dick Cheney, de huidige vice-president. In augustus 1974 gaat hij in Washington voor de nieuwe president Gerald Ford werken. Hij is eerst stafchef van het Witte Huis, en wordt dan minister van Defensie. Na de verkiezing van Jimmy Carter tot president verlaat hij de openbare dienst en stapt hij in het zakenleven. En weer met succes. Ook in die tijd onderhoudt hij zijn banden met Defensie en met de defensiepolitiek van de VS. Rumsfeld had zich in Washington en in het Witte Huis tot een talentvol manager ontpopt. Dat blijft hij ook als directielid en later als bedrijfsleider van het farmaceutische bedrijf G.D. Searle, en bij de General Instrument Corporation waar hij later de leiding neemt. Rumsfeld drukt een duidelijk stempel op die bedrijven: hakken in de onkosten - grotendeels door het elimineren van personeel - en de winst opvoeren. Hij toont zich een bekwame, harde manager met relaties onder de conservatievere figuren in de zakenwereld. Een tijdlang is hij voorzitter van de RAND Corporation, een belangrijke militaire denktank.MAN MET VISIEEen goede manager heeft een visie nodig. En dat heeft hij. Rumsfeld is als een vis in het water in de wirwar van Washington D.C., de politieke vendetta's en bondgenootschappen, het militaire establishment en de Republikeinse Partij, de comités en de commissies, de conglomeraten en de broederschappen. Op basis van al die ervaringen heeft hij één filosofie ontwikkeld: een sterk Amerika is beter dan een zwak Amerika. Toen president Ronald Reagan verdween en met hem de Star Wars-plannen voor een rakettenschild in de ruimte, was Rumsfeld nog een zakenman. Maar hij heeft het een en ander uit de tijd van de grote wapenwedloop onthouden. Na zijn periode als minister van Defensie onder Ford blijft hij consequent voor grote defensiebudgetten pleiten, met als argument dat het Amerikaanse arsenaal de voorsprong op het Russische aan het verliezen is. Die bezorgdheid over het defensiebudget kadert in zijn perceptie van de graduele vermindering van dat budget en van de Amerikaanse bewapeningsinspanning. Rumsfeld heeft altijd geloofd dat er massaal geld aan defensie moet worden besteed. Dat is volgens hem niet alleen nodig voor het in stand houden van het arsenaal, maar vooral voor de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen: de B1-bommenwerper, het Trident-onderzeeprogramma en de MX-strategische raketten. In het rapport dat een commissie over defensieproblemen onder leiding van Donald Rumsfeld in juli 1998 aan het Congres voorlegt, staat dan ook dat de VS gezien de proliferatie van rakettechnologie en nucleaire knowhow niet meer afdoende beschermd zijn tegen mogelijke ballistische raketten die door 'schurkenstaten' gebruikt kunnen worden. Die schurken zijn Noord-Korea, Libië, Irak en misschien ook Iran. Om de VS tegen dergelijke aanvallen - of de dreiging ervan - te beschermen, stelt Rumsfeld in zijn rapport een nieuwe, beperkte versie van het 'ruimteschild' voor: National Missile Defence (NMD). Dat is een systeem van antiraketraketten om projectielen eventueel hoog in de ruimte te vernietigen - kogel tegen kogel. NMD wordt door een sterk Republikeins Congres als stokpaardje geadopteerd, en de regering-Clinton wordt flink onder druk gezet om het systeem te programmeren. President Bill Clinton kan alleen weigeren om zijn handtekening te zetten tot aangetoond is dat het systeem ook in de praktijk zal werken. Dat is immers het zwakke punt van de zaak: niets wijst erop dat NMD ook effectief kan functioneren. Als in juli 2000 ook de tweede rakettest van het Pentagon mislukt, lijkt de hele onderneming afgevoerd te zullen worden. Voor de tegenstanders ervan - Europeanen, Russen, Chinezen, de meeste Democraten die vrezen dat de ontwikkeling van een duur ruimteschild een nieuwe bewapeningswedloop op gang kan brengen - is dat veeleer een adempauze dan een opluchting. Daarna wordt George W. Bush immers tot president verkozen, en zo wordt Donald Rumsfeld minister van Defensie.EEN NIEUWE KOERSHet eerste wat hij als minister van Defensie doet, is een strategisch rapport bestellen dat de effectieve toestand, de noden en de mogelijkheden van de Amerikaanse strijdkrachten moet beschrijven. Die taak vertrouwt hij toe aan een creatieve, militaire denker en het hoofd van de Pentagon-denktank: Andy Marshall. Dat rapport wordt eind maart verwacht. Dat zal aantonen hoe de modernisering van de strijdkrachten aangepakt moet worden. Misschien met hightechbewapening en elektronische gadgets. Maar mischien ook met een nieuwe benadering van het echte probleem van het militaire establishment: hoe een Amerikaans leger er moet uitzien na de Koude Oorlog, in een - in de woorden van Donald Rumsfeld - 'nog steeds gevaarlijke en rommelige wereld'. Wat er ook uitkomt, het zal een massieve verhoging van het defensiebudget vragen. Een verhoging die het Pentagon ook nu al wil, zonder de NMD-ontwikkelingen. Daar hebben ze het over 90 miljard dollar (4000 miljard frank) per jaar voor de komende tien jaar, terwijl het budgetbureau van het Congres de uitgave 'maar' op 50 miljard dollar (2200 miljard frank) per jaar raamt. Geen nood, volgens bollebozen kan alles opgelost worden door de verhoging van de defensie-uitgaven met één procent, van drie naar vier procent van het nationale inkomen. Maar daarbij wordt geen rekening gehouden met de belastingverlaging van 70 triljoen frank waartoe George W. Bush beslist heeft. Komt die er, dan blijft er voor de militairen ineens veel minder geld over. Als het een en ander duidelijk wordt, zal de discussie over Europa ongetwijfeld weer opgewarmd worden. Er is geen reden om aan te nemen dat het een Rumsfeld-specialiteit zal worden, maar toch heeft hij de voorbije maand in München al gepredikt tegen al te grote Europese voortvarendheid in verband met de NAVO. De kern van dát probleem is het kwadraat van de cirkel: de Europese Unie die belooft om een paraat leger van minstens 60.000 manschappen op de been te brengen, tegelijk binnen en buiten het NAVO-wezen. En dat is eigenlijk om een beetje van de Amerikaanse voogdij los te komen. De Verenigde Staten juichen dat toe en vragen méér - zogenaamd als burden sharing, het delen van de kosten voor de verdediging van Europa. Maar tezelfdertijd saboteren ze het vanuit de logica dat Europa in de NAVO niet zomaar zelfstandig dingen kan ondernemen: de VS moeten wel de baas blijven. Momenteel is het nog een academische discussie. Maar als NMD er aankomt, zal ze de komende maanden zeker luid en duidelijk klinken. Met manager Donald Rumsfeld die de toon aangeeft. Sus van Elzen