Iedereen gaat maar dood, behalve Hugo Camps. Niet dat we het Hugo toewensen, verre van, maar hij is er zelf over begonnen. Enfin, over wie zullen we deze week weer eens grappig proberen te doen? Over Walter Pauli. Onze van De Morgen overgekomen collega, die door zijn werkelijk onintoombare werklust ieder van ons met schuldgevoelens overlaadt. Was zelfs bereid Mia De Schamphelaere te gaan interviewen.
...

Iedereen gaat maar dood, behalve Hugo Camps. Niet dat we het Hugo toewensen, verre van, maar hij is er zelf over begonnen. Enfin, over wie zullen we deze week weer eens grappig proberen te doen? Over Walter Pauli. Onze van De Morgen overgekomen collega, die door zijn werkelijk onintoombare werklust ieder van ons met schuldgevoelens overlaadt. Was zelfs bereid Mia De Schamphelaere te gaan interviewen. Als Walter eerlijk is, zal hij toegeven dat hij De Schamphelaere eigenlijk niet kende. Bij de neus genomen door Paul Goossens, onze chef-Europa en als gewezen sterpresentator van de CDO een van de stuwende krachten achter het Marialegioen. Goossens had hem ingefluisterd: 'Die Mia is een ferme Bie, Walter, een heel moderne. Die moet ge doen jong.' Meer hoeft men tegen Walter niet te zeggen. Hij was al onderweg vooraleer iemand de kans had om te roepen dat het om te lachen was. U weet dat Mia nog bij haar moeder woont. Daar is uiteraard niets op tegen, al is het als eerste indicatie ook weer niet helemaal te veronachtzamen. Pauli had het maar met een half oor gehoord, en dacht aan een zoveelste misplaatst grapje. Toen hij, uitgerekend op aswoensdag, ten huize De Schamphelaere aanbelde, deinsde hij toch een pas of twee achteruit, toen voor hem in het deurgat een imponerende vrouw oprees van wie het voorhoofd een angstaanjagend zwart kruis vertoonde. Walter, die niet ten onrechte vreesde bij een geheime sekte terecht te zijn gekomen, was twee tellen sprakeloos, maar herpakte zich: 'Dag mevrouw, 't is van de Knack voor het interview.' Walter werd binnen genood, nam plaats in een antieke fauteuil, en morste een weinig thee uit het porseleinen kopje dat De Schamphelaere hem had aangereikt. Hierna schakelde hij zijn bandopnemertje in, en net op het moment dat hij zijn eerste vraag over euthanasie ging stellen, kwam Mia zelf binnen. Het effect was verbijsterend. Als door een TGV omvergekegeld, dat kwam dicht in de buurt van de schok die Walter trof bij het aanschouwen van Mia De Schamphelaere. Sigrid Spruyt tot de derde macht.Wat Paulus overkwam op weg naar Damascus, overkwam Pauli in het salon van moeder en dochter De Schamphelaere. Een aardbeving in zijn gemoed. Het was alsof vol glans en vol luister, en in een krans van lichtstralen, de Maagd Maria plots voor hem stond. Walter sloeg plat achterover, hoorde vierendertig bronzen klokken beieren, engelenkoren zongen psalmen en bazuinen schalden tegen elkaar op. Kleuren dansten heen en weer voor zijn ogen en een stekende pijn laaide op in zijn borst. Walter was verloren. Wat hij zag, was een engel Gods die aan hem kwam boodschappen. En de boodschap luidde: nee tegen het euthanasievoorstel van de meerderheid. 'Werkt u allang voor Knack?' vroeg Mia, die de verwarring van de journalist wat probeerde te verminderen. 'Een maand of acht', stamelde Walter, nog steeds niet terug op de wereld. 'Voordien heb ik bij een krant gewerkt.' Mia boog zich voorover om het kopje thee wat bij te vullen, en als ze iets niet had moeten doen, was het dat wel. Wat Walter in een glimp zag, stond volkomen haaks op elk moreel standpunt van de rechterzijde van de CVP. Indien hij nog enige restrictie had gevoeld, dan was die nu weg. Hij nam zich voor eeuwig vriend te worden van Paul Goossens. 'Ach zo, voor een krant', herhaalde Mia die met een achteloos gebaar een haarlok van voor haar ogen veegde en daarmee Pauli de genadeslag gaf. 'Voor welke krant, als ik vragen mag.' 'Voor de Gazet van Antwerpen', loog Walter zonder verpinken. 'Ik heb ook in Kerk en Leven gepubliceerd.' Mia knikte goedkeurend, en de rest van het interview hebt u twee weken geleden in Knack kunnen lezen. Neen tegen euthanasie, neen tegen abortus, Rudy Borremans uit de Kerk, en ja tegen de waarde van het gezin. Vroeger was Pauli een harde. Een man van de fabriekspoort. Leefde pas op als hij op de eerste rij stond, terwijl van de andere kant de cavalerie van de rijkswacht kwam aangestormd. Maar van Ma en Mi De Schamphelaere keerde hij terug als een gekerstende. De eerste die dat mocht ondervinden, was Piet Piryns, die zich een grapje over de paus had veroorloofd en van Walter een pets tegen zijn linkerwang kreeg. Conform de reglementen sloeg Walter hem nadien ook op de rechter. En onze chef-cultuur, die weer een van zijn perverse prenten van een verstandig klinkend commentaartje aan het voorzien was, keek onthutst op toen Walter hem toebeet: 'Zo spreekt de Zoon Gods, die ogen heeft als vlammend vuur en wiens voeten zijn als koperbrons: word wakker, geen van uw werken heb ik volwaardig bevonden voor het oog van mijn God.' Toen wij de volgende middag aan tafel zaten in het BMC-restaurant, stond Walter recht, sloeg een kruisteken en bad met luide stem voor: 'Heer zegen ons, en ook deze spijzen die Uw milde hand ons geeft, door Christus onze Heer, amen.' Er heerste een ongemakkelijke stilte, tot onze chef-boeken eraan toevoegde: 'En wilt ge hem ne keer vragen om in het vervolg de natuuraardappelen wat langer te laten koken?' De storm van gelach griefde Walter zo zeer, dat hij zijn dienblad opnam en aan een ander tafeltje ging zitten. Intussen kennen wij de meeste gebeden en de belangrijkste artikels van de catechismus opnieuw vanbuiten. Wie van u kan de akte van berouw nog opzeggen? Komt ie: 'Mijn Heer en mijn God, het is mij leed dat ik tegen uw opperste Majesteit misdaan heb. Ik verfoei al mijn zonden. Niet alleen omdat ik uw straffen heb verdiend, maar vooral omdat ze U mishagen, die oneindig volmaakt en alle liefde waardig zijt. Ik maak het vast voornemen mijn leven te beteren en de gelegenheden tot zonde te vluchten. In dit berouw wil ik leven en sterven.' Een modernere versie hiervan vindt men terug in het paars-groene regeerakkoord. Toen Walter ons allen zo ver had dat wij bij het begin van de werkdag, rond de middag, eenstemmig het morgengebed opzegden, wenkte onze chef-Wetstraat hem in zijn bureau, en smeerde hem een lidkaart van Opus Dei aan. Koen Meulenaere