De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.
...

De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.Mevrouw Van Paemel, de Boekenbeurs is weer achter de rug. Houdt u van die grote markt ? MONIKA VAN PAEMEL : Als middel om de aandacht op het boek te trekken en de nieuwe titels in de aandacht te brengen, is het een geslaagde organisatie. Vele auteurs vinden het een beproeving om zich tentoon te moeten stellen, maar het hoort bij het vak. Het boek staat vaak in de schaduw van zijn auteur. Mensen luisteren naar wat de schrijver vertelt, kijken naar hoe hij overkomt in de media, en besluiten daarna om zijn of haar boek aan te schaffen. Iedereen moet zelf maar bepalen hoe ver hij daarin wil gaan. Je bent niet verplicht om een attractie van je te laten maken. Volgens minister van Cultuur Luc Martens komt de vaste boekenprijs er volgend jaar aan. VAN PAEMEL : Bij elke nieuwe minister van Cultuur kan je het oude verhaal weer oprakelen. Elke keer weer zijn ze vol goede wil en doen ze haast niets. Ze gaan uit van een economische benadering en vinden de sector niet rendabel genoeg om in te investeren. Op die manier draait het literatuurbeleid al twintig jaar vierkant. De vaste boekenprijs is misschien een nuttig instrument, maar zo lang hij niet kadert in een bredere strategie is het een pleister op een houten been. Het is aan iemand die in zijn blootje staat een paar schoenen beloven. Er moeten veel essentiëlere initiatieven worden genomen. Nederland heeft wel een professioneel fonds voor de letteren, heeft wel goed gestructureerde uitgeverijen en boekhandels, wij hebben dat niet. Als we daar niet heel snel iets aan doen, zullen we altijd tweederangs blijven. Volgens Paul De Grauwe leidt een vaste boekenprijs naar minder lezers, en daar zullen de kleine boekenwinkels meer het slachtoffer van zijn dan Fnac. VAN PAEMEL : Wat hij niet geeft, zijn cijfers die zijn stelling bewijzen. Ik denk dat een gecontroleerde boekenprijs in andere landen niet ten koste van de kleinere winkel gaat. Nu, ik ben niet tegen grote zaken als Fnac. Tenzij ze kleinere zaken platwalsen door de vele kortingen, die ze alleen kunnen geven dankzij hun omzet en hun bestsellers. Dat kan leiden tot een gevaarlijk monopolie. Ik heb liever in elk dorp een boekenwinkel met een geïnteresseerde handelaar, die al eens een literaire nevenactiviteit organiseert. Ik vind dat de overheid dat zou moeten stimuleren. Veel jongeren willen best een boekenzaak opzetten, maar hebben geen beginkapitaal. En dan heb ik het over geld, maar ook over de studies. Er zou een opleiding moeten zijn voor boekhandelaren, die de kans geeft buitenlandse voorbeelden te bestuderen, stage te lopen bij uitgeverijen en zo meer. De parlementaire commissie die de zaak-Dutroux onderzoekt, is in Marcinelle gaan kijken naar de kelder waarin de ontvoerde meisjes zijn opgesloten. Een goed initiatief ? VAN PAEMEL : Op zichzelf wel. Zoals het ook goed is dat de ouders in het parlement hebben kunnen vertellen hoe ze behandeld zijn door politie en gerecht. Maar als ik het grote aanbod van parlementaire commissies zie, denk ik : ga nu eindelijk aan het werk om de wetgeving aan te passen, en om nieuwe structuren en controleorganismen uit te bouwen. Want dàt is het echte werk van het parlement. Anders hebben die commissies weinig zin, zoals in het verleden helaas is gebleken. Bent u verrast door het aantal pedofiliezaken die aan de oppervlakte komen ? VAN PAEMEL : Het probleem is ruimer verspreid dan we dachten. Toch ben ik bang voor een heksenjacht. Een pedofiel is iemand met een aanleg tot het beminnen van kinderen. Dat klinkt op dit moment erg zondig, maar je kan mensen niet veroordelen voor een aanleg, zolang er geen misbruiken plaatsvinden. Op de duur zit de seksualiteit als dusdanig op het beklaagdenbankje, en dan zijn we de verkeerde kant aan het uitgaan. Het is uiteraard vreselijk om misbruik te maken van kinderen, die weinig of geen kans hebben tegenover de volwassene. Incest is nog gruwelijker, omdat het kind zich tegen een verwant van wie het afhankelijk is helemaal niet kan verzetten. Moeten er strengere straffen staan op seksueel misbruik ? VAN PAEMEL : Je merkt dat rechters op dit moment plots strengere straffen uitspreken. De omstandigheden bepalen blijkbaar de strafmaat, en niet de wet. Dat lijkt me ook niet gezond. Maar voorheen werd er te lichtzinnig met straffen omgesprongen. Mensen werden te vroeg vrijgelaten, en niet of nauwelijks gevolgd en begeleid. Ik vind de strafmaat voor verkrachting te laag en de aanpak van de dader schromelijk ontoereikend. Ik heb de vrouwen gezien die in Bosnië verkracht zijn, ik heb het een paar keer in mijn omgeving moeten meemaken... het gaat om een vreselijke inbreuk op de integriteit van de persoon. Het verknoeit niet alleen lichamelijke functies, maar tast het volledige functioneren van het slachtoffer aan. Als dat trauma niet heel zorgvuldig wordt behandeld, komt het met die man of vrouw nooit meer goed. Het moet de dader voorgoed worden ingeprent dat hij een onvergeeflijke misdaad heeft begaan, en dat het niet ging om een natuurlijk instinct dat hem een beetje te ver heeft doen gaan. Want op die meesmuilende medeplichtigheid kan de dader vaak rekenen. Ander schokkend thema uit het binnenland : volgens minister van Landbouw Karel Pinxten heeft vijf procent van de Belgische bevolking niet genoeg geld voor eten. VAN PAEMEL : Ik kan die cijfers niet natrekken, maar ik weet wel dat er een groeiende groep mensen is die niet alleen arm is, maar structureel arm. Dat wil zeggen : van generatie op generatie. De armoede zorgt ervoor dat deze mensen de sociale vaardigheden missen om hulp te zoeken. Ze leven in een niemandsland, waar ze niet meer uitgeraken. Voor een buitenstaander is dat soms moeilijk te begrijpen. Maar armoede belet je te denken. Je kan niet plannen als je niets hebt. De maatschappij moet op alle mogelijke manieren proberen om mensen voor uitsluiting te behoeden. Dat vraagt een structuur met een heel scherp toezicht. Vooral omdat het om een probleem van verdelen gaat. Neem het voedsel : er is genoeg eten om de wereldbevolking behoorlijk te voeden. Alleen wordt dat verhinderd door allerlei mechanismen. In de eerste plaats het concurrentiebeginsel dat vereist dat producten een bepaalde basisprijs halen. Dus worden de overschotten weggegooid. Dat is wraakroepend. Een productiesysteem dat er inherent voor zorgt dat een grote groep niets heeft en nooit iets zal hebben, noem ik het kwaad in zijn meest expliciete vorm. Het probleem is twee jaar geleden ten voeten uit geanalyseerd in het Armoederapport. Veel lijkt daarmee niet gebeurd te zijn. VAN PAEMEL : Ik heb soms het gevoel dat degenen die er iets aan willen veranderen alleen maar kunnen doen als Coluche die, na iedereen te hebben uitgescholden en tegen alle heilige huisjes te hebben aangebeukt, ten einde raad zijn restos du coeur opende. Het kan toch niet dat wij in België in achterbuurten soep moeten gaan uitdelen. Dat is een aantasting van alle menselijke waarden. Ook voor degenen die hun buik wel vol hebben. Bovendien is het economisch onrendabel. Armoede wordt duur betaald. In het buitenland is er deining ontstaan in Denemarken, waar de regering in eerste instantie een visum weigerde aan Salman Rushdie. VAN PAEMEL : Ik ben zeven jaar lid van het Salman Rushdie Defence Committee, en de houding van Denemarken heeft me verrast. De fatwa tegen Rushdie werd zeker in Scandinavië beschouwd als een onduldbaar geval van vogelvrijverklaring. Een beschaving kan niet tolereren dat men iemand vermoordt om wat hij denkt of zegt. Maar het politieke aspect maakt de zaak ingewikkelder. Via deze fatwa probeert het Iraanse regime zijn macht te bewijzen. De redenering is : als wij iets beslissen kunnen wij dat ook afdwingen, zelfs buiten onze grenzen. De aanslag op het World Trade Center, in het hart van New York, moest dat aantonen. Ere wie ere toekomt, Margaret Thatcher en de Britse regering zijn van meet af aan zeer duidelijk geweest : Rushdie is een Britse onderdaan en je blijft van hem af. Nam de hele Europese Unie maar een zo duidelijk standpunt in. Duitsland is niet geneigd Iran voor het hoofd te stoten. VAN PAEMEL : Neen, en blijkbaar begint de invloed van de islamitische structuren zich ook in Scandinavië te laten voelen. Denemarken is een defensief denkend land. Daarom heeft het de open oorlog tussen die motorbendes niet in de hand. De angst om te falen op veiligheidsgebied, en de wankele positie van de minderheidsregering, zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen geweest om Rushdie een visum te weigeren. Dat hij later op het jaar toch zijn prijs in ontvangst mag gaan nemen is niet meer dan een compromis. Wat mij ondanks alles plezier doet, is de solidariteit van de andere auteurs. Ik ken geen enkele schrijver die zoveel steun heeft gekregen van zijn collega's. De grootste aandacht in de internationale politiek gaat uit naar Oost-Zaïre, waar de humanitaire hulp slechts moeizaam op gang komt. VAN PAEMEL : Ik word er echt moe van. Vanaf het zilverpapier, over het dank u knikkende negertje op het missiebusje, tot de huidige humanitaire hulp, voel ik steeds weer die vreselijke bemoeizucht. Onze neokoloniale reflex : we zullen daar het verkeer eens gaan regelen. Het verleden heeft geleerd dat we daar niet zo goed in zijn. We moeten zeker hulp sturen, maar laten we die eindelijk toevertrouwen aan de mensen ter plaatse, gecontroleerd door hun eigen politiemacht. Die mag dan op dit moment in onze ogen weinig voorstellen, als wij niet ophouden met daar als voogden op te treden omdat die arme zwarten het zelf toch niet kunnen, zal het probleem zich eeuwig blijven herhalen. De Afrikanen krijgen de kans niet om iets op te bouwen volgens hùn systeem. Laten we stoppen met te denken dat onze maatschappelijke organisatie het voorbeeld voor de hele wereld moet zijn. Wat is nog de rol van president Mobutu ? VAN PAEMEL : Ik zal cynisch zijn. Ik heb ooit een film gezien over een stervende olifant. Die wankelde, zakte door zijn achterpoten, maar richtte zich nog één keer op en toeterde. Daar moest ik onwillekeurig aan denken toen ik Mobutu op televisie zag. Ook de macht is sterfelijk. Het is bijna weerzinwekkend hoe deze figuren, ook al zijn ze meer dood dan levend, die macht toch maar niet los willen of kunnen laten. Jeltsin, Franco, Mao, er zijn er velen. Vaak worden ze in stand gehouden door hun directe medewerkers, die van de fysieke zwakte van de leider profiteren om in de schaduw hun eigen zaakjes te regelen. Met een jonge dynamische baas is dat moeilijker dan met iemand die aan de baxters ligt of die onder de chemotherapie wordt uitgetrokken om nog een performance te geven. De Amerikaanse vrouwen hebben dat instinctief aangevoeld en hebben voor Clinton gekozen. Wat Mobutu betreft, lijdt het geen twijfel dat er hier al allerlei scenario's zijn opgemaakt voor na zijn verdwijnen. De miljoenen vluchtelingen in Kivu worden geacht daarin te figureren. Ik vrees dat dat deze keer niet meer zal lukken. Waarna wij zullen roepen dat er chaos heerst in Zaïre en dat in Afrika geen structuur en organisatie mogelijk is. U heeft het over oude en zieke leiders. Tot die groep behoort ook de paus. VAN PAEMEL : Dat kerkelijke leiders zich zo aan hun positie vastklampen, vind ik nog erger. Het is, bijvoorbeeld, pure hoogmoed om oud en ziek zijnde te bepalen hoe mensen van achttien jaar zich in bed moeten gedragen. Dat heeft niets te maken met moraal. Wel met de wil om via emoties een systeem op te leggen aan de mensen. Mij bezorgt het plaatsvervangende schaamte. En medelijden een beetje tegenover die persoon. Want uiteindelijk functioneert hij enkel als symbool voor de kaste net onder hem. Bij macht is het symbool zeker zo belangrijk als de wezenlijke inhoud. Binnen het Vaticaan heeft de pauselijke curie de oude conservatieve man uit Polen nodig om te kunnen verdergaan met de eigen bezigheden. Dus hij zal leven, willen of niet, tot God hem persoonlijk uit dat bed verlost. Want een opvolger aanstellen, blijft een riskante zaak. Je kan namelijk de verkeerde kiezen, zoals met Johannes XXIII. Ze dachten een brave boerenzoon op de troon te hebben gezet, maar hij begon meteen heel de winkel uit te verkopen. Dat was de bedoeling niet. Een systeem dat zo functioneert, is verkeerd. In zowat alle samenlevingen kennen mensen de macht, of het symbool van orde en gezag, toe aan een oudere mannelijke figuur. Ook al gaat hij op krukken en klopt zijn hart niet meer. Zolang we in ons hoofd niet van die patriarchie afstappen, zie ik niet veel verbeteren. Is dat de vermaledijde vader ? VAN PAEMEL : Inderdaad. Koen Meulenaere