De Vlaamse jeugd leeft almaar ongezonder en voelt zich steeds ongezonder. Dat blijkt uit een enquête.
...

De Vlaamse jeugd leeft almaar ongezonder en voelt zich steeds ongezonder. Dat blijkt uit een enquête. ZE ZIJN KOPPIG. Ondanks de anti-tabakscampagnes en het feit dat steeds meer volwassenen stoppen met roken, grijpen de Vlaamse jongeren almaar vroeger naar de sigaret. In 1990 had 12 procent van de jongens en 4 procent van de meisjes al op elf jaar een eerste sigaret gerookt. In 1994 liep dat percentage op tot respektievelijk 19 en 6 procent. En het blijft niet bij die ene sigaret. In de groep van vijftien- en zeventienjarigen steeg het aantal dagelijks rokende jongeren spectaculair : met meer dan 30 procent op vier jaar tijd. Liefst 22 procent van de vijftienjarige jongens, en 30 procent van de zeventienjarige, rookt nu dagelijks. "We vermoeden dat dit te maken heeft met verschuivingen in de strategie van de tabaksindustrie, " zegt sociologe Lea Maes van de Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde van de Universiteit Gent. "De jongste jaren investeerde de tabaksindustrie veel in de sponsoring van onder meer rockkoncerten en autoraces. Ze brengt kledij op de markt die de jeugd aanspreekt. Haar reklame richt zich heel specifiek op de jongeren. En die worden bovendien vaak tot roken aangezet door hun onmiddellijke omgeving. De jongeren willen bij de groep horen en durven niet te weigeren. Ze zien ook niet dadelijk de risico's in, want ze ondervinden geen direkte schade. Ze zijn wel van plan om op lange termijn te stoppen met roken in het geval van de meisjes, bijvoorbeeld, als ze zwanger zouden zijn. "De cijfers komen uit een tussentijds rapport over het onderzoek "Jongeren en gezondheid in Vlaanderen", uitgevoerd in opdracht van (toenmalig) Vlaams minister van Tewerkstelling en Sociale Aangelegenheden Leona Detiège (SP). De enquête wordt in scholen gehouden en kadert in een initiatief van de Wereldgezondheidsorganizatie (WGO), die in 24 landen peilt naar gezondheidsgedrag, gezondheidsgevoel en levensstijl van de jeugd. In Vlaanderen werden 10.414 jongeren tussen 11 en 17 jaar ondervraagd uit alle takken van het onderwijs. GEMAKZUCHT.Uit de eerste resultaten blijken de levensstijl en gezondheid van de Vlaamse jongeren niet verbeterd, in vergelijking met de rondvraag uit 1990. Dat uit zich, bijvoorbeeld, in de voedingsgewoonten. Vooral groenten doen het slecht bij de Vlaamse jongeren. Amper de helft eet dagelijks groenten. In de groep van de vijftienjarige jongens daalde het aantal dat dagelijks groenten eet in vier jaar van 77 procent naar 44 procent. "Jammer, " zegt Maes. "Zeker omdat steeds meer bewijzen voorliggen dat het eten van groenten en fruit beschermend werkt tegen de vorming van kanker. "Het brood is bij meer dan de helft van de jongeren bruin en bij zo'n veertig procent staan kaas of joghurt dagelijks op het menu. Alle reklame ten spijt, zijn hamburgers of hotdogs niet heel sterk ingeburgerd. Maar behalve dat gezonds, eet ook een derde dagelijks snoep of taart. Zoete frisdranken doen het opvallend goed, vooral bij de jongens. Van de vijftienjarige jongens drinkt zeventig procent dagelijks een cola of iets vergelijkbaars. Veertien procent van de elfjarige jongens heeft geen bezwaar tegen elke dag een portie friet. "Deze eenzijdige voeding zou uit gemakzucht kunnen volgen, " stelt Maes. "Elke dag groenten en fruit eten, vraagt een inspanning. Het is makkelijker een snack uit een automaat te halen. Maar ook de scholen spelen een grote rol. De schoolmaaltijden kunnen lang niet altijd gezond worden genoemd. Vaak heeft dat te maken met financiële middelen. Het kost meer om elke dag verse groenten en fruit op het menu te zetten. Het vraagt ook meer inspanning van de school. Verse groenten bewaren en bereiden, is minder evident dan gauw wat blikken uit de kast nemen. Ook de invloed van de ouders is groot. De meeste jongeren eten thuis wat op tafel komt. Campagnes gericht op volwassenen zijn dus belangrijk. Dat het beter zou zijn alle aandacht op de jongeren te koncentreren, omdat de volwassenen toch in gewoonten vastgeroest zouden zijn, klopt niet helemaal. De twee groepen beïnvloeden mekaar voortdurend. De campagnes moeten gericht zijn op beide groepen. "Gelukkig kwam ook goed nieuws uit de enquête naar voren. Het alkoholverbruik op jonge leeftijd neemt af. Het percentage dertienjarigen dat nog nooit alkohol dronk, is op vier jaar tijd verdrievoudigd. Zelfs bij de zeventienjarigen steeg het van 3 naar 21 procent. Ook het aantal jongeren dat ooit dronken was, is aanzienlijk gedaald. "Hier speelt het fenomeen van de weekendongevallen, " zegt Maes. "Daar is de laatste jaren veel aandacht rond geweest. Zo hebben de jongeren onmiddellijk het gevaar opgemerkt van het overmatig gebruik van alkohol. Dat bleek uit gesprekken. Het kan ook zijn dat, om een of andere reden, alkohol niet meer past in de jongerenkultuur. "Algemeen stelde de enquête een vrij laag drugsgebruik vast. Sociologe Lea Maes : "Het begint vanaf zestien jaar en het is, zoals het XTC-gebruik, sterk gebonden aan het uitgangsleven. Slechts een beperkte groep jongeren gaat zo vroeg naar dancings. We kunnen uit de preliminaire resultaten niet vaststellen dat het dalend alkoholgebruik zou samenhangen met een verhoogd drugsgebruik. "ZENUWACHTIG.Ondanks de positieve noot voelen minder jongeren zich nog gezond, vooral meisjes. "Vrouwen zijn in het algemeen meer met hun gezondheid bezig dan mannen, " legt Maes uit. "Het subjektief gezondheidsgevoel bij vrouwen is veel lager dan bij mannen. Eigenaardig, aangezien vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen. Wat sommige sociologen laat opmerken : vrouwen worden ziek en mannen sterven. "Parallel aan dit negatief gezondheidsgevoel, slikt de jeugd meer pillen. Een derde van de zeventienjarige jongens klaagt over futloosheid en vermoeidheid. Ook hoofdpijn is een veelgehoorde klacht. Afhankelijk van de leeftijd heeft een vierde, tot een derde van de meisjes last van hoofdpijn. Vooral de zenuwen spelen hun parten. Liefst 43 procent van de zeventienjarige meisjes klaagt over wekelijks terugkerende zenuwachtigheid. "Er wordt heel wat druk gezet op de jongeren, " zegt Maes. "Van school uit of van thuis uit. Ze hebben minstens eens per week een toets. Die zenuwachtigheid kan daar mee te maken hebben. Of dat normaal is of niet, wil ik hier in het midden laten. Het kan er wel toe leiden dat zich spanningen opstapelen. Die kunnen een verklaring zijn voor de frekwente klachten van hoofd- en buikpijn, waarvoor dan medicijnen genomen worden. De jeugd slikt dus pillen voor de symptomen, niet voor de oorzaak van hun klachten. Vandaar dat het belangrijk is dat de jeugd zich leert ontspannen. Iets wat best geïntegreerd kan worden in de lichamelijke opvoeding. "De les lichamelijke opvoeding wordt hoe langer hoe meer het enige moment dat de Vlaamse jeugd aan sport doet. In 1990 sportte een derde van de elfjarige jongens nog dagelijks. Dat aantal is tot 18 procent teruggelopen. Bij de zeventienjarigen is er wel een stijging van 9 naar 15 procent. Aan de andere kant doet 37 procent van de meisjes buiten de school nooit aan sport. "De evolutie van minder aan sport doen met het ouder worden, kan nog normaal genoemd worden, " stelt Maes. "Er zijn zoveel andere buitenschoolse aktiviteiten. Ernstiger is dat ook jonge kinderen steeds minder aan sport doen. Misschien hangt het samen met het mobiliteitsprobleem. Sportcentra liggen vaak buiten de woonwijken. Hoe geraakt een elf- of dertienjarige daar ? Vaak zijn beide ouders uit werken. Toch is het weinig waarschijnlijk dat alleen dat de oorzaak is van de sterke daling van het aantal sportieve jongeren. " Over de fysieke konditie van de Vlaamse jeugd volgende week overigens veel meer. Wat doet de Vlaamse jeugd dan wel na schooltijd ? Steeds meer naar de televisie kijken. Zo zit 21 procent van de vijftienjarige jongens dagelijks vier uur of meer voor de buis. Ook computer-spelletjes doen het goed, vooral bij de elf- tot dertienjarigen. GEZONDE SCHOLEN.Ook de psychische gezondheid van de jongeren kwam in de enquête aan bod. Het overgrote deel voelt zich gelukkig. Toch valt een groot gevoel van eenzaamheid op. "Het gaat hier om een subjektief gevoel van de leerling, " legt Maes uit. "Het kan dus best dat die omringd is door familie of vrienden, maar dat er wat problemen zijn met het kontakt. Blijkbaar bestaat een gebrek aan sociale vaardigheden. De jongere is niet meer bij machte om goed te kommuniceren met ouders, vrienden of leerkrachten. Er zijn geen diepgaande gesprekken meer, veeleer oppervlakkige kontakten. Hierdoor ontstaat een gevoel van eenzaamheid, van isolement. Een belangrijk signaal, zeker in het kader van het relatief hoge aantal zelfmoorden bij tieners. Daarom moet aan het aanleren van sociale vaardigheden evenveel aandacht worden geschonken als aan het afraden van alkoholgebruik of roken. "Ondernemen de scholen eigenlijk iets om de algemene gezondheid van de leerlingen te verbeteren ? Momenteel loopt het "gezonde-scholenprojekt". De Vereniging voor Promotie van Gezondheid op School (Progres) begeleidde gedurende twee jaar twaalf projektscholen rond het tema gezonde school. Aangezien de resultaten positief waren, wordt het projekt nu uitgebreid tot een groter netwerk in Vlaanderen. Sinds 1980 bestaat ook de stuurgroep Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO) in het onderwijs, waarin mensen uit de sektoren volksgezondheid en onderwijs met mekaar praten. "Er is een trend in het onderwijs om niet alleen aandacht te hebben voor gezondheidsopvoeding lessen geven over gezonde voeding, alkohol en roken maar ook om de totale schoolomgeving gezondheidsbevorderend te maken, " aldus Maes. "Dit kan door het aanbieden van gezonde maaltijden. Wat baat het immers om veel te vertellen over gezonde voeding als de leerlingen twee uur later een maaltijd voorgeschoteld krijgen zonder verse groenten en met gebak in plaats van een stuk vers fruit ? Er kan op heel wat terreinen iets gebeuren op school. Bijvoorbeeld een rookverbod instellen of proberen de prestatiedruk op de leerlingen wat te verlichten. Het schoolmilieu erkent het probleem. Maar het is niet makkelijk om van houding te veranderen, zonder totaal gewijzigd schoolbeleid. Een leerkracht of direktie kan alleen niets doen. Leerkrachten, direktie en ouders moeten samen een gezond beleid uitwerken. Iets veranderen in het onderwijs is werk van lange adem. Op vier jaar tijd komen geen fundamentele veranderingen tot stand. Toch is er bereikt dat gezondheid in de eindtermen wordt verwerkt. Eens de eindtermen kracht van wet zullen hebben, zullen de scholen verplicht zijn om aan de gezondheid van de leerlingen te werken. Een ander probleem is het weinige geld voor preventie. Er zou ook meer gemikt moeten worden op het vrije-tijdsmilieu. Akties via het onderwijs zijn goedkoop omdat een struktuur bestaat. Er kan heel wat worden bereikt door het ter beschikking stellen van materiaal en middels training van leerkrachten. Aktie naar jongeren in het vrije-tijdsmilieu toe ligt moeilijker. Via jeugdhuizen valt slechts een geselekteerde groep te bereiken. De jongeren die op straat rondhangen, zijn moeilijker aan te spreken. "Ze roken veel, ze eten ongezond, ze doen weinig aan sport, en ze zeggen zelf dat ze zich niet gezond voelen. Toch mag hieruit niet besloten worden dat ze ongezond zijn. "We kunnen alleen zeggen dat een grote groep jongeren zich op dit moment zo gedraagt dat ze later gezondheidsproblemen kan krijgen, " benadrukt Maes. "Tot nu zijn onze analyses alleen gebeurd op individueel niveau. Er wordt nu onderzocht of er korrelaties zijn tussen de verschillende faktoren. Is er enerzijds een groep jongeren die én rookt én drinkt én ongezond eet ? En anderzijds een groep die relatief gezond leeft ? En zijn deze faktoren afhankelijk van de onderwijssektor ? Momenteel blijkt dat in het beroepsonderwijs het meeste wordt gerookt en gedronken. Als dat bevestigd wordt, moeten akties vooral op deze groep jongeren gericht worden. Geen gemakkelijke opdracht zijn, want gezondheid interesseert jongeren uit het beroepsonderwijs veel minder dan die uit het algemeen secundair onderwijs. Maar het is niet omdat het moeilijk is, dat er niet aan gewerkt moet worden. Dat is juist de uitdaging. "Saskia WalraedtDe Vlaamse jeugd klaagt over eenzaamheid als gevolg van gebrekkige kommunikatie.