Nadat in 1997 in Oostende de eerste kiemen voor een reeks internationale bijeenkomsten over sociale economie werden gelegd, vond vorige week in Dakar de Derde Internationale Conferentie over de Globalisering van de Solidariteit plaats. Voor Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, Els van Weert (Spirit), een bevestiging van haar ervaringen in België: 'Het netwerk van beleidsverantwoordelijken die met sociale economie zijn begaan moet nog sterker worden uitgebouwd.'
...

Nadat in 1997 in Oostende de eerste kiemen voor een reeks internationale bijeenkomsten over sociale economie werden gelegd, vond vorige week in Dakar de Derde Internationale Conferentie over de Globalisering van de Solidariteit plaats. Voor Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, Els van Weert (Spirit), een bevestiging van haar ervaringen in België: 'Het netwerk van beleidsverantwoordelijken die met sociale economie zijn begaan moet nog sterker worden uitgebouwd.'ELS VAN WEERT:'Sociale' of 'solidaire' economie is een vorm van economie waar arbeid en de creatie ervan voorrang hebben op winst, en waar democratische principes en participatie centraal staan. Concreet wil sociale economie een antwoord bieden op de noden in de samenleving die niet door de staat of de vrije markt worden of kunnen worden opgevangen, zoals het inschakelen van kansarme groepen in de arbeidsmarkt. Daarover bestaat in ons land een samenwerkingsakkoord tussen de federale regering en de gewesten. Binnen dat kader kunnen we bedrijven of initiatieven steunen die een economische activiteit ontplooien met een maatschappelijke meerwaarde. Dezelfde filosofie willen we ook aanmoedigen bij de traditionele bedrijven, zodat ook zij sociale en ecologische waarden in acht nemen. VAN WEERT: Loonsubsidies vormen in Europa een heikel punt. Nochtans zijn bepaalde projecten van reïntegratie op de arbeidsmarkt onmogelijk zonder een dergelijke steun. Ze vergen extra investeringen in opleidingen en in personeel, maar bieden een lager rendement, vooral dan in de beginfase. VAN WEERT: Er bestaat inderdaad een grote diversiteit binnen de sector. Alleen al in België bijvoorbeeld zijn er vanaf de jaren 1980 tal van uiteenlopende initiatieven opgedoken, gaande van biologische landbouwinitiatieven tot organisaties voor alternatieve financiering. Ons land telt - beroepsverenigingen en ziekenfondsen niet meegerekend - ongeveer 50.000 mensen die actief zijn in de sociale economie en samen ongeveer 1 miljard euro omzetten. In Afrika krijgt sociale economie inderdaad een andere invulling. Vaak betreft het eerder informele economie. Microkredieten verlenen er de mogelijkheid aan vrouwen om te werken zodat ze in hun bestaan kunnen voorzien. Ze herinneren soms aan de organisaties van vijftig jaar geleden bij ons die tot ziekenfondsen en vakbonden zijn uitgegroeid. VAN WEERT: In de eerste plaats is de sector zelf vragende partij. België voert sinds enkele jaren een specifiek beleid op het vlak van sociale economie, en heeft een zekere ervaring op dat vlak. Bovendien willen we de voortrekker zijn om in Europa het netwerk van de sociale economie te versterken, zeker als we in de context van de concurrentierichtlijnen willen blijven rekenen op overheidssteun. Wat het prijskaartje betreft: dat is nu nog puur nattevingerwerk - men heeft het over bedragen in de ordegrootte van 500.000 euro. I.V.D.