JA

Omdat we nog te weinig weten over de gevolgen op lange termijn, zou ikzelf kinderen jonger dan twaalf niet opereren. Zo'n ingreep op zulke jonge leeftijd mag zeker niet de regel worden, zelfs niet bij jongeren die hun groeispurt al achter de rug hebben. Maar in uitzonderlijke gevallen moet opereren mogelijk zijn. Niet zozeer tegen de zwaarlijvigheid zelf, wel om het gevaar in te dijken van daarmee gepaard gaande aandoeningen: slaapapneu, suikerziekte, hoge bloeddruk en, op latere leeftijd, kanker. We hanteren een viertal voorwaarden. Ten eerste moet de BMI (Body Mass Index) van de patiënt hoger zijn dan 40. Vanaf 35 is er sprake van morbide obesitas: je leeft dan aanzienlijk korter. Ten tweede moet de zwaarlijvigheid zeker het gevolg zijn van verkeerd eten en niet van een hormonale ziekte, een schildklieraandoening bijvoorbeeld. De derde voorwaarde is dat zowel de patiënt als de ouders psychologisch gescreend zijn, goed weten wat de ingreep inhoudt en wat de gevolgen zijn: in de postoperatieve fase moet je je voedingspatroon veranderen. Een vierde vereiste is dat de patiënt eerst heeft geprobeerd te vermageren via een fitness- en dieetprogramma, minstens één jaar, onder begeleiding. Er zijn twee grote types van heelkundige ingrepen. Rond de maagingang een band of ring aanbrengen die kan worden aangesnoerd en die zorgt voor een mechanische hinder, of een combinatie van een maagverkleining en darmomleiding. Die neemt effectief het honger...

Omdat we nog te weinig weten over de gevolgen op lange termijn, zou ikzelf kinderen jonger dan twaalf niet opereren. Zo'n ingreep op zulke jonge leeftijd mag zeker niet de regel worden, zelfs niet bij jongeren die hun groeispurt al achter de rug hebben. Maar in uitzonderlijke gevallen moet opereren mogelijk zijn. Niet zozeer tegen de zwaarlijvigheid zelf, wel om het gevaar in te dijken van daarmee gepaard gaande aandoeningen: slaapapneu, suikerziekte, hoge bloeddruk en, op latere leeftijd, kanker. We hanteren een viertal voorwaarden. Ten eerste moet de BMI (Body Mass Index) van de patiënt hoger zijn dan 40. Vanaf 35 is er sprake van morbide obesitas: je leeft dan aanzienlijk korter. Ten tweede moet de zwaarlijvigheid zeker het gevolg zijn van verkeerd eten en niet van een hormonale ziekte, een schildklieraandoening bijvoorbeeld. De derde voorwaarde is dat zowel de patiënt als de ouders psychologisch gescreend zijn, goed weten wat de ingreep inhoudt en wat de gevolgen zijn: in de postoperatieve fase moet je je voedingspatroon veranderen. Een vierde vereiste is dat de patiënt eerst heeft geprobeerd te vermageren via een fitness- en dieetprogramma, minstens één jaar, onder begeleiding. Er zijn twee grote types van heelkundige ingrepen. Rond de maagingang een band of ring aanbrengen die kan worden aangesnoerd en die zorgt voor een mechanische hinder, of een combinatie van een maagverkleining en darmomleiding. Die neemt effectief het hongergevoel weg, doordat er hormonale veranderingen optreden. Aan het UZA, toch een grote speler op dat terrein, opereren we maximaal een à twee jongeren per jaar. In heel Vlaanderen gaat het zeker om minder dan tien heelkundige ingrepen per jaar. Het is de laatste mogelijkheid, maar door het jojo-effect van diëten jammer genoeg soms de enige die een definitieve oplossing biedt. Kijk rond op straat en je stelt vast dat het probleem van zwaarlijvigheid bij kinderen de laatste jaren ontegensprekelijk is gegroeid. Te weinig beweging, groenten en fruit, en te veel snoep, frisdrank en fastfood zijn daarvan doorgaans de oorzaak. Kinderen die in aanmerking komen voor een operatie, hebben meestal al een hele weg afgelegd en zien die operatie als wondermiddel. Maar dat is het niet. Ieder pondje gaat door 't mondje, zegt de volksmond: obesitas bestrijden gebeurt vooral door drastisch je leefwijze en voedingsgewoonten aan te passen. Anders dan bij sommige volwassenen is het bij kinderen daarvoor nog niet te laat. Het kan, door een multidisciplinaire aanpak: een arts, psychiater en diëtist volgen hen op en stellen een programma op maat samen, dat hen stapsgewijs gezonder leert leven. Behalve de complicaties rechtstreeks verbonden aan de ingreep - een op de duizend operaties loopt fataal af - geldt bij kinderen nog een bijkomend argument. Door de maagoperatie eten ze te weinig, waardoor ze meer risico lopen om onvoldoende stoffen binnen te krijgen die essentieel zijn om te volgroeien. Ze bouwen een vitaminen- en mineralentekort op, en kunnen op latere leeftijd botontkalking krijgen. Voor het tekort aan vitaminen en mineralen misschien wel, maar om hun organen en lichaam te doen groeien hebben kinderen ook voldoende brand- en bouwstoffen nodig. Koolhydraten, eiwitten, vetten. Die vind je onder andere in rijst, pasta of aardappelen, en in vlees en vis. Een operatie lost de oorzaak van de zwaarlijvigheid niet op, het is louter een hulpmiddel om je eetgewoonten aan te passen. Kinderen die een ingreep hebben ondergaan zullen allicht wel een aantal kilo's ver- mageren, maar als ze hun leefwijze niet veranderen, zijn die er na enkele jaren misschien opnieuw bij. Omdat we nog te weinig weten over de gevolgen op lange termijn, zou ikzelf kinderen jonger dan twaalf niet opereren. Zo'n ingreep op zulke jonge leeftijd mag zeker niet de regel worden, zelfs niet bij jongeren die hun groeispurt al achter de rug hebben. Maar in uitzonderlijke gevallen moet opereren mogelijk zijn. Niet zozeer tegen de zwaarlijvigheid zelf, wel om het gevaar in te dijken van daarmee gepaard gaande aandoeningen: slaapapneu, suikerziekte, hoge bloeddruk en, op latere leeftijd, kanker. We hanteren een viertal voorwaarden. Ten eerste moet de BMI (Body Mass Index) van de patiënt hoger zijn dan 40. Vanaf 35 is er sprake van morbide obesitas: je leeft dan aanzienlijk korter. Ten tweede moet de zwaarlijvigheid zeker het gevolg zijn van verkeerd eten en niet van een hormonale ziekte, een schildklieraandoening bijvoorbeeld. De derde voorwaarde is dat zowel de patiënt als de ouders psychologisch gescreend zijn, goed weten wat de ingreep inhoudt en wat de gevolgen zijn: in de postoperatieve fase moet je je voedingspatroon veranderen. Een vierde vereiste is dat de patiënt eerst heeft geprobeerd te vermageren via een fitness- en dieetprogramma, minstens één jaar, onder begeleiding. Er zijn twee grote types van heelkundige ingrepen. Rond de maagingang een band of ring aanbrengen die kan worden aangesnoerd en die zorgt voor een mechanische hinder, of een combinatie van een maagverkleining en darmomleiding. Die neemt effectief het hongergevoel weg, doordat er hormonale veranderingen optreden. Aan het UZA, toch een grote speler op dat terrein, opereren we maximaal een à twee jongeren per jaar. In heel Vlaanderen gaat het zeker om minder dan tien heelkundige ingrepen per jaar. Het is de laatste mogelijkheid, maar door het jojo-effect van diëten jammer genoeg soms de enige die een definitieve oplossing biedt. Kijk rond op straat en je stelt vast dat het probleem van zwaarlijvigheid bij kinderen de laatste jaren ontegensprekelijk is gegroeid. Te weinig beweging, groenten en fruit, en te veel snoep, frisdrank en fastfood zijn daarvan doorgaans de oorzaak. Kinderen die in aanmerking komen voor een operatie, hebben meestal al een hele weg afgelegd en zien die operatie als wondermiddel. Maar dat is het niet. Ieder pondje gaat door 't mondje, zegt de volksmond: obesitas bestrijden gebeurt vooral door drastisch je leefwijze en voedingsgewoonten aan te passen. Anders dan bij sommige volwassenen is het bij kinderen daarvoor nog niet te laat. Het kan, door een multidisciplinaire aanpak: een arts, psychiater en diëtist volgen hen op en stellen een programma op maat samen, dat hen stapsgewijs gezonder leert leven. Behalve de complicaties rechtstreeks verbonden aan de ingreep - een op de duizend operaties loopt fataal af - geldt bij kinderen nog een bijkomend argument. Door de maagoperatie eten ze te weinig, waardoor ze meer risico lopen om onvoldoende stoffen binnen te krijgen die essentieel zijn om te volgroeien. Ze bouwen een vitaminen- en mineralentekort op, en kunnen op latere leeftijd botontkalking krijgen. Voor het tekort aan vitaminen en mineralen misschien wel, maar om hun organen en lichaam te doen groeien hebben kinderen ook voldoende brand- en bouwstoffen nodig. Koolhydraten, eiwitten, vetten. Die vind je onder andere in rijst, pasta of aardappelen, en in vlees en vis. Een operatie lost de oorzaak van de zwaarlijvigheid niet op, het is louter een hulpmiddel om je eetgewoonten aan te passen. Kinderen die een ingreep hebben ondergaan zullen allicht wel een aantal kilo's ver- mageren, maar als ze hun leefwijze niet veranderen, zijn die er na enkele jaren misschien opnieuw bij. opgetekend door jan jagers