Hoe mensen werken, slapen, eten, wonen, communiceren, zich voortplanten of zich verplaatsen, wordt in hoogontwikkelde landen als België in grote mate door de technologie geconditioneerd. Toch ervaren steeds meer mensen technologische innovaties als iets negatiefs. Op nieuwe toepassingen als voedselbestraling, genetische manipulatie of stamcellenonderzoek wordt over het algemeen afwijzend gereageerd. 'Onbekend maakt onbemind', zegt Vlaams parlementslid en voorzitter van het viWTA Robert Voorhamme (SP.A). 'Er leeft bij veel mensen een zeker wantrouwen en onbehagen. Het afwijzen van nieuwe technologie is een uiting van dat onbehagen. Voeg daarbij dat de meeste mensen over nieuwe technologische toepassingen niet of slecht geïnformeerd zijn.'
...

Hoe mensen werken, slapen, eten, wonen, communiceren, zich voortplanten of zich verplaatsen, wordt in hoogontwikkelde landen als België in grote mate door de technologie geconditioneerd. Toch ervaren steeds meer mensen technologische innovaties als iets negatiefs. Op nieuwe toepassingen als voedselbestraling, genetische manipulatie of stamcellenonderzoek wordt over het algemeen afwijzend gereageerd. 'Onbekend maakt onbemind', zegt Vlaams parlementslid en voorzitter van het viWTA Robert Voorhamme (SP.A). 'Er leeft bij veel mensen een zeker wantrouwen en onbehagen. Het afwijzen van nieuwe technologie is een uiting van dat onbehagen. Voeg daarbij dat de meeste mensen over nieuwe technologische toepassingen niet of slecht geïnformeerd zijn.'Technology assessment (TA), in het Nederlands loodzwaar 'technologisch aspectenonderzoek', is een vrij jonge discipline, die probeert zo precies mogelijk alle maatschappelijke implicaties van technologische vernieuwingen in kaart te brengen. Door een maatschappelijk debat over de risico's en de langetermijngevolgen van een bepaalde technologie op gang te brengen, hoopt het viWTA een stuk van het onbehagen bij de mensen weg te nemen. En ervoor te zorgen dat de besluiten van het parlement in deze vaak omstreden materies beter aansluiten bij wat de samenleving denkt. Het viWTA werd twee jaar geleden bij decreet van het Vlaams parlement opgericht en trad deze zomer in werking. De raad van bestuur van het viWTA bestaat uit evenveel parlementsleden als wetenschappers. Naast de raad van bestuur beschikt de instelling ook over een wetenschappelijk secretariaat, dat geleid wordt door directeur Robby Berloznik. Voordien werkte Berloznik bij de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Berloznik hamert erop dat het viWTA weliswaar aan het Vlaams parlement verbonden is, 'maar ook onafhankelijk van het parlement functioneert'. Het parlement kan het viWTA bijvoorbeeld vragen onderzoek te verrichten naar het verband tussen gsm-masten en de volksgezondheid, maar de instelling kan ook op eigen initiatief activiteiten plannen. 'Het is niet de bedoeling dat het viWTA een studiedienst wordt voor luie parlementariërs', zegt Berloznik. Nagaan hoe de bevolking denkt over een bepaalde nieuwe technologie is voor het viWTA ook een belangrijke taak. Het parlement moet niet alleen beter geïnformeerd worden over de technologie zelf, maar ook over de standpunten die daarover in de samenleving leven. Parlementsleden zijn (meestal) onvoldoende gewapend om nieuwe technologieën deskundig te kunnen beoordelen en weten vaak ook niet hoe de bevolking daartegen aankijkt. De laatste jaren organiseert het parlement een toenemend aantal hoorzittingen met experts. Maar die elkaar tegensprekende deskundigen slagen er meestal ook niet in het twijfelende parlement een houvast te bieden. Zou het niet beter zijn om in die gevallen te luisteren naar wat de bevolking vindt? ViWTA- voorzitter Robert Voorhamme denkt van wel. 'Dat lijkt me zinvoller dan dat elk parlementslid zelf een wetenschappelijk expert probeert te worden.'Met genuanceerde informatie en via participatieve methodes, wil het viWTA het publiek in staat stellen een deugdelijk oordeel te vellen over omstreden kwesties als genetisch gewijzigde organismen (GGO's), het gebruik van hernieuwbare energiebronnen of de uitvoering van het Kyoto-verdrag. Voorhamme: 'Wij willen de demagogie uit het debat halen. Er bestaan veel misverstanden over nieuwe technologieën. De betrokken partijen, of het nu de industrie is of de daartegen agerende ngo's, hebben er vaak belang bij die misverstanden in stand te houden.'Volgens Agalev-parlementslid Dirk Holemans, de geestelijke vader van het viWTA-decreet, heeft de toenemende aandacht voor het technologisch aspectenonderzoek te maken met 'de erosie van het wetenschappelijke optimisme'. De oprichting van een Vlaamse WTA-instelling stond in het regeerakkoord van de huidige Vlaamse regering. 'Onder de vorige minister-president Luc Van den Brande (CD&V) was dat niet mogelijk', zegt Holemans. 'Van den Brande vreesde dat een aan het parlement verbonden WTA-instituut een rem zou vormen op zijn investeringen in wetenschap en technologie.'Het is overigens opmerkelijk hoe parlementsleden uit verschillende partijen de taken van een op het eerste gezicht neutrale instelling elk toch op een wat eigen manier inkleuren. CD&V-ondervoorzitster Trees Merckx (CD&V), ondervoorzitster van het viWTA, zegt ook belang te hechten aan het consulteren van het traditionele middenveld - en niet alleen de burgers - bij het nemen van besluiten over wetenschap en technologie. De socialist Voorhamme wil het wantrouwen bij de mensen bestrijden omdat we zonder technologische vooruitgang 'allemaal om zeep gaan', terwijl zijn groene collega Dirk Holemans waarschuwt voor 'blind geloof' in wetenschappelijke vooruitgang. Toch vinden groen, oranje, rood en blauw elkaar in de overtuiging dat voor zulke cruciale, toekomstbepalende thema's meer en beter naar de burgers moet worden geluisterd. Trees Merckx: 'Eén taak van het Vlaams parlement is het versterken van de rechten van de burgers. Dat was de filosofie achter de kinderrechtencommissaris en de ombudsman. Nu past ook het viWTA in dat rijtje.'Het oudste TA-instituut is het Amerikaanse Office of Technology Assessment (OTA), dat al in 1972 in het leven werd geroepen. Naar verluidt probeert de huidige president George Bush het OTA de mond te snoeren, vanwege de niet zo enthousiaste adviezen over zijn plan om naar olie te gaan boren in Alaska. In de jaren '80 waaide TA over naar Europa. Eind jaren '80 hadden al onze buurlanden een (W)TA-instituut. Maar in de loop der jaren is het TA-onderzoek zelf ook veranderd. Aanvankelijk had TA vooral een 'knipperlichtfunctie': experts maakten studies om het beleid te waarschuwen voor ongewenste bijeffecten van nieuwe technologieën. Vandaag wil TA ook (en vooral, naargelang van de spreker) het publiek betrekken bij de besluitvorming over wetenschap en technologie. Eind oktober nam een viWTA-delegatie van Vlaamse parlementsleden en directeur Berloznik voor het eerst als volwaardig lid deel aan de jaarlijkse EPTA-conferentie. EPTA staat voor European Parlementary Technology Assess- ment, een Europees netwerk van parlementaire WTA-instellingen. Het EPTA-voorzitterschap wordt dit jaar uitgeoefend door de Britten. Volgend jaar nemen de Zwitsers die taak over. Vlaanderen hoopt in 2005 EPTA te mogen voorzitten. Zulke jaarlijkse conferenties bieden de kans om op de hoogte te blijven van de dingen waarmee de anderen bezig zijn. Zo kwamen de Zwitsers vertellen over de debatten die ze hadden georganiseerd rond het thema 'telematica in auto's', de Zweden bespraken hun project 'mobiliteit in 2020'. 'Voor een beginnende instelling als de onze is het belangrijk te leren uit de ervaring van anderen', zegt Robby Berloznik. 'Wij willen het warm water niet opnieuw uitvinden.' Het feit dat een regionale instelling lid kan worden van EPTA is trouwens een primeur. Om dat mogelijk te maken, werden de toelatingscriteria aangepast. De komende maanden wil het viWTA het grote publiek bereiken met een ruim opgezet proefproject over genetisch gewijzigde organismen (GGO's). Op 22 november vindt in Brussel een symposium plaats over dat thema, er komt een perscampagne en er wordt ook een publieksforum georganiseerd. Wat dat laatste betreft, is Denemarken gidsland. De Denen werken al jaren met publieksfora, al heten ze daar consensusconferenties. Basisidee is dat een twintigtal zorgvuldig geselecteerde mensen - zo representatief mogelijk voor de heersende opinies over een bepaald onderwerp, maar geen deskundigen - een aantal weekends een prangend technologisch vraagstuk bestudeert. Die 'leken' kunnen experts horen en bijkomende documentatie opvragen. In feite mogen ze alles doen wat nodig is om een goed inzicht te verwerven in het te bestuderen vraagstuk. Op het einde van de rit zet de groep mensen een aantal conclusies op papier, die vervolgens aan het parlement worden voorgelegd. Berloznik: 'De rol van een WTA-instituut bestaat erin dat proces in goede banen te leiden.' De conclusies van het Vlaamse publieksforum over GGO's zullen eind mei 2003 aan Norbert De Batselier (SP.A), voorzitter van het Vlaams parlement, worden overhandigd. 'Dit wordt een belangrijk symbolisch moment', vindt Berloznik. 'Zowel voor ons, als voor De Batselier, die ernaar streeft van het Vlaams parlement een glazen huis te maken.' Volgens Berloznik kunnen democratische technieken zoals publieksfora, waarbij burgers op een 'systematische' manier worden gehoord over 'niet bepaald eenvoudige kwesties', daarbij helpen. Han RenardHet viWTA wil het publiek in staat stellen een deugdelijk oordeel te vellen over omstreden kwesties als GGO's of de uitvoering van het Kyoto-verdrag.