In Jeruzalem liet vorige week de ongelukkige Arbeiderspartij de regerings- coalitie van premier Ariel Sharon springen, wat het land in een ingewikkelde regeringscrisis stortte, die maandagmiddag nog niet was uitgeklaard. Maandag moest Sharon, die in de Knesset nog slechts 55 stemmen van 120 achter zich heeft, met zijn overgebleven en hertimmerd coalitiekabinet nog een motie van wantrouwen doorstaan. Iets waar hij wellicht wel in zou slagen, aangezien de religieuze partijen buiten de regering al verklaard hadden niet tégen hem te zullen stemmen.
...

In Jeruzalem liet vorige week de ongelukkige Arbeiderspartij de regerings- coalitie van premier Ariel Sharon springen, wat het land in een ingewikkelde regeringscrisis stortte, die maandagmiddag nog niet was uitgeklaard. Maandag moest Sharon, die in de Knesset nog slechts 55 stemmen van 120 achter zich heeft, met zijn overgebleven en hertimmerd coalitiekabinet nog een motie van wantrouwen doorstaan. Iets waar hij wellicht wel in zou slagen, aangezien de religieuze partijen buiten de regering al verklaard hadden niet tégen hem te zullen stemmen. Hij moest ook nog beslissen of hij zou ingaan op de voorwaarde van ex-premier Benjamin Netanyahu om minister van Buitenlandse Zaken te worden in zijn regering: die zou dat alleen doen voor een regering van korte duur, dat wil zeggen op voorwaarde dat vervroegde verkiezingen worden uitgeschreven. Normaal gesproken heeft Sharon nog ruim een jaar voor de boeg vooraleer nieuwe verkiezingen zijn gepland. Gaat hij in op de voorwaarde van Netanyahu, dan kunnen verkiezingen al rond mei 2003 plaatsvinden. Gaat hij er niet op in, dan zal een met partijen en groepjes uit de extreem nationalistische en fundamentalistische marge aan elkaar gelijmde regering - die nauwelijks anders dan uiterst rechts kan zijn - wellicht ook niet in staat zijn het langer dan een paar maanden vol te houden, en komt hij bijgevolg ook bij vervroegde verkiezingen uit. Die optie lijkt trouwens hoe dan ook in het voordeel te spelen van de heersende Likoed en rechterzijde, die al die tijd zonder echte oppositie hebben geregeerd, dankzij de deelname van de travaillistische partij aan de regering. Nu de Arbeiderspartij de regering verlaten heeft en dus aan een alternatieve politiek zal moeten gaan werken om in een eerste fase oppositie te voeren tegen Sharon, en in een tweede fase weer aan de macht te komen, heeft de rechterzijde er alle belang bij die partij niet de tijd te geven om opnieuw een soort geloofwaardigheid op te bouwen. De kleinere linkse - of veeleer 'liberaal-vredelievende' - partijen als Meretz hebben in de klappen gedeeld die de Arbeiderspartij heeft gekregen. En de onlangs gevormde 'Coalitie voor Vrede' rond ex-minister (Arbeiderspartij) Yossi Beilin en de Palestijnse minister Yasser Abed Rabo, is nog te recent en te onbetekenend, zeggen linkse bronnen, om op het gebeuren te kunnen wegen. Dus alle voorwaarden inzake vervroegde verkiezingen - of wat dan ook van de kant van Benjamin 'Bibi' Netanyahu - zijn manoeuvres binnen het eigen politieke kamp. Netanyahu was de premier die na de moord op premier Yitzhak Rabin het Oslo-vredesproces bijna tot stilstand wist te brengen en die daarna door generaal Ehud Barak zo beslissend verslagen werd. Waarna Barak, na zijn eigen al dan niet berekende mislukking in het vredesproces, het land moest overdragen aan de houwdegen van Sabra en Chatila, Ariel Sharon. Stemmen aan de Israëlische linkerzijde en in het zeer gekrompen vredeskamp proberen nu Netanyahu een positiever 'karakter' toe te dichten dan Sharon, omdat hij tijdens zijn premierschap toch het 'Wye River Memorandum' met de Amerikanen en de Palestijnse Autoriteit (PA) ondertekend heeft, Hebron ten dele heeft ontruimd, en dus het Oslo-proces in feite heeft voortgezet. Zij vergeten echter op welke teleurstellende manier hij dat toen gedaan heeft, en houden geen rekening met de waarneming dat Bibi sindsdien een stuk naar rechts is opgeschoven, zodat hij de afgelopen maanden in feite oppositie heeft gevoerd tegen Sharon - vanop diens rechterzijde. Het is wel zeker dat Netanyahu, veeleer dan minister van Buitenlandse Zaken onder Sharon, liever zélf de baas zou zijn, maar dat dit in zijn ogen slechts de volgende fase wordt. De afgang van de travaillistische partij na het debacle van Ehud Barak heeft zich, door haar deelname aan de zeer rechtse regering van Ariel Sharon, onafgebroken voortgezet. De regeringsdeelname zelf, die verdedigd werd door haar 'ziener' - de eeuwige Shimon Peres - had de partij al gesplitst. Met het duidelijker en oorlogszuchtiger worden van de regeringspolitiek het afgelopen jaar verloor Peres' ultieme argument - dat hij Sharon door zijn aanwezigheid belette nog veel erger te doen - elke betekenis. Peres als minister van Buitenlandse Zaken en Benjamin Ben-Eliezer als minister van Defensie dienden alleen nog als schaamlapje om de uiterst rechtse praktijk van de regering in het buitenland te verkopen. Het resultaat is dat de Arbeiderspartij, nu zij zich zou moeten opmaken voor de verkiezingen, nog nauwelijks bestaat. De aanleiding voor partijleider Ben-Eliezer om nu - veel te laat om nog anders dan zuiver partijpolitiek nuttig te zijn - uit de coalitie op te stappen, zat in de stemming van de regeringsbegroting. Daarin waren miljoenen dollars uitgetrokken voor hulp aan en uitbreiding van de joodse kolonies op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Dezelfde kolonies die voor de Palestijnen de doodsteek van hun onafhankelijke staat, en dus van het vredesproces betekenen en die in alle vredesplannen, ook de zeer dubbelzinnige Amerikaanse van de Bush-regering, moeten worden 'bevroren'. De ministers van de Arbeiderspartij stelden dat die miljoenen voor de kolonisatie werden afgepakt van projecten voor werkverschaffing en sociale programma's voor een Israëlische bevolking die verschrikkelijke klappen heeft gekregen door de in elkaar stortende Israëlische economie - dit ten dele als gevolg van de Israëlisch-Palestijnse oorlogssituatie. Premier Sharon had eerder in de week gesteld dat partijen die de begroting niet wilden goedkeuren maar moesten opstappen, en dat is wat vorige week op woensdagavond dan ook gebeurde: de vijf ministers van de Arbeiderspartij klapten de deur dicht. De vervanging van Benjamin Ben-Eliezer als minister van Defensie door ex-opperbevelhebber Shaul Mofaz was snel gebeurd. Het opnemen van Mofaz in de regering lijkt tekenend voor de richting die Israël onder Sharon verder uit wil: in de meest waarschijnlijke hertekende regeringscoalitie zou Sharon zélf nog een van de minst extreem-rechtse figuren zijn. Generaal Mofaz leidde het Israëlische offensief tegen de steden en instellingen van de Palestijnse Autoriteit sinds het uitbreken van de al-Aqsa-inti- fada. Van hem is bekend dat hij onder meer voorstander is van het verbannen van PA-president Yasser Arafat. Van Palestijnse kant wordt van de nieuwe Israëlische regering duidelijk niets goeds verwacht. Op een ironische manier speelt heel deze regeringscrisis zich af tegen een achtergrond van een zogenaamd nieuw 'vredesplan' voor het Midden-Oosten, dat in elkaar is gebokst door 'het kwartet' - de VS, de VN, de Europese Unie en Rusland - en waar de ongelukkige Amerikaanse gezant William Burns deze weken de regio mee afdweilt. Het plan, de zogenoemde road-map, moet in hoofdzaak gebouwd zijn op de losse opmerkingen die de Amerikaanse president George W. Bush zich omtrent de 'Palestijnse staat' bij verschillende gelegenheden heeft laten ontvallen, en dan geconcretiseerd aan de hand van de wensen van Ariel Sharon. Het was ook tijdens diens jongste bezoek aan het Witte Huis dat het project de wereld werd ingestuurd. Het plan bepaalt een regeling van het conflict in verschillende fasen. Een mogelijke Palestijnse staat 'met voorlopige grenzen' tegen einde 2003, op ongeveer 40 procent van de Westoever en de Gazastrook. Een Palestijnse 'democratische staat' met instellingen die in grote mate door de VS en - natuurlijk - door Israël zijn gedicteerd. Kortom: de Palestijnen geven hun verzet tegen de Israëlische bezetting op en geven alles uit handen, en dan zullen de Amerikanen voor hen bij de Israëli's wel een goed woordje doen. Iets concreters dan 'een mogelijke staat met voorlopige grenzen op 40 procent van het grondgebied' wordt ze niet geboden. Niemand verwacht dan ook dat de hele road-map ergens in ernst ten einde gelezen, laat staan overwogen zal worden. Ook niet in Israël, want er is sprake van het bevriezen van de kolonisatie. Zodat de hele oefening uiteindelijk alleen maar bedoeld lijkt om de strategen in Washington toe te laten voort te knutselen aan hun oorlog tegen Irak, en in het Midden-Oosten helemaal niets te doen. Sus van ElzenIn de meest waarschijnlijke hertekende regeringscoalitie zou Sharon zélf nog een van de minst extreem-rechtse figuren zijn.