In Zelfportret, blauw pak, 1921 kijkt Léon Spilliaert met indringende blik, zelfverzekerd en vol ambitie de toekomst in de ogen. Door liefde en gezinsgeluk sijpelde kleur zijn leven ...

In Zelfportret, blauw pak, 1921 kijkt Léon Spilliaert met indringende blik, zelfverzekerd en vol ambitie de toekomst in de ogen. Door liefde en gezinsgeluk sijpelde kleur zijn leven en werk binnen. In Brussel sloot de schilder aan bij de galeries Sélection en Le Centaure, dé avant-gardespelers van toen. Ook had hij deelgenomen aan de Biënnale van Venetië. In juli 1921 werd hij veertig. Het Spilliaert Huis blikt terug op die periode van de Oostendse meester, de hoogsensitieve, melancholische, introverte man, wiens innerlijke demonen uitgedreven leken. De angst, onrust en eenzaamheid die zich eerder hadden vertaald naar uitgepuurde grafische composities van desolate zee- en dijkzichten, stillevens van alledaagse voorwerpen en duistere zelfportretten, leken uit zijn werk verdampt.