Een goed huwelijk doet wonderen voor een koningshuis (voor andere huizen ook, maar dit terzijde). De trouwpartij van Filip & Mathilde heeft de Coburgs steviger dan ooit tot een gevestigde institutie gemaakt, het aanstaande huwelijk van de Nederlandse kroonprins doet de Oranjegevoelens stilaan rood kleuren. En het zijn de prinsessen die het 'm doen. Die zijn bij voorkeur blond, rank, bescheiden, enigszins verlegen en vriendelijk voor kinderen en kleine huisdieren. Het zijn, kortom, prinsesjes zoals ze gekoesterd worden in het volksgemoed, dat moederlijk is aan zijn vrouwelijke kant, lichtelijk oversekst aan de mannelijke. Het is dus niet slim van prins Filip om van zijn Mathilde qua coiffure en couture een ietwat tuttig nufje te maken.
...

Een goed huwelijk doet wonderen voor een koningshuis (voor andere huizen ook, maar dit terzijde). De trouwpartij van Filip & Mathilde heeft de Coburgs steviger dan ooit tot een gevestigde institutie gemaakt, het aanstaande huwelijk van de Nederlandse kroonprins doet de Oranjegevoelens stilaan rood kleuren. En het zijn de prinsessen die het 'm doen. Die zijn bij voorkeur blond, rank, bescheiden, enigszins verlegen en vriendelijk voor kinderen en kleine huisdieren. Het zijn, kortom, prinsesjes zoals ze gekoesterd worden in het volksgemoed, dat moederlijk is aan zijn vrouwelijke kant, lichtelijk oversekst aan de mannelijke. Het is dus niet slim van prins Filip om van zijn Mathilde qua coiffure en couture een ietwat tuttig nufje te maken. Een koningshuis kan zijn prinsessen maar beter soigneren; dat besefte de Britse koningin toen hoon haar deel werd nadat het volksgemoed had bevonden dat ze niet beleefd genoeg omging met, God hebbe haar ziel, prinses Diana. Maar prinsessen moeten dus wel bescheiden blijven. Het is in Noorwegen, zo bleek vorige week, niet goed gevallen dat de kroonprins het aanlegt met een ongehuwde moeder met contacten in Oslo's drugsscene en dat diens zus optrekt met, of all people, een schrijver die geen probleem maakt van cocaïne. (Al willen twee van de drie Noren daarom nog niet van hun Harald af.) Prinsessen zijn dus de doodsvijanden van de republikeinse gedachte. En republikeinen hebben het al lastig. In koninkrijken zijn ze in de minderheid en rond hun gedachtegoed hangt een zweem van onoorbaarheid. In België ontbreekt het nochtans niet aan weldenkenden, ook binnen de traditionele politiek, die vinden dat een koningshuis een in wezen feodale, uitdetijdse instelling is. Een democratie tolereert de monarchie tenslotte alleen als ze onmachtig wordt gemaakt en in een ceremoniële, decoratieve rol is gedrukt. Wijlen Frans Verleyen placht te beweren dat er constitutioneel geen verschil bestaat tussen een koning en een rhesusaapje dat is getraind om een handtekening te plaatsen. Eigenlijk is dat wat pover als invulling van de functie van staatshoofd. Dan is een (rechtstreeks of onrechtstreeks) verkozen presidentschap als instelling tenminste democratisch, zinvol, helder en transparant. Bezit een staatshoofd geen macht, hij (m/v) is wel bekleed met gezag, en dat berust het best op een zo democratisch mogelijk draagvlak. Alleen, zo zeggen de meesten van bovengenoemde weldenkenden altijd, de republiek, oké, maar niet hier, daar is België een veel te ingewikkeld land voor, met zijn gemeenschappen en gewesten en wat nog allemaal aan regionalistische gevoelens en noodzakelijke evenwichten. Zo heet het dat de Vlamingen geen Franstalige president zouden accepteren of de vrijzinnigen geen gelovig staatshoofd. Dat argument is een uitvlucht, een excuus voor wie niet le courage de ses convictions heeft. Tenslotte heeft het federale België geen gebrek aan instellingen met aan het hoofd verantwoordelijken waar er maar een van is. Zij hebben meestal wel degelijk een specifieke politieke 'kleur' en behoren tot een taalrol of een gewest: de eerste minister bijvoorbeeld, de gouverneur van de Nationale Bank, de voorzitter van het Hof van Cassatie of desnoods de kardinaal. Dat levert geen onoverkomelijke problemen zolang betrokkene maar wordt benoemd op grond van merites, zijn vak kent, zich politiek niet partijdig gedraagt en voldoet aan een reeks vormvereisten, zoals 's lands talen machtig zijn. Een Belgisch presidentschap zou een bewijs van politieke maturiteit zijn. Want het zou betekenen dat er zowel in de elite als bij de bevolking wel degelijk een democratische ingesteldheid, een federale loyaliteit en een wil tot een verdraagzaam pluralisme bestaan. Dat zijn tenslotte de fundamenten van het Belgische bestel en het gaat stuk voor stuk om - in de ruime betekenis - republikeinse idealen. En prinsessen kunnen best charmant zijn, hun schouders vallen toch wat smal uit als basis voor een maatschappij-ordening.Marc Reynebeau