'U wint altijd, ook als u verliest.' Zo luidt een slogan van de Nationale Loterij, die in België floreert dankzij het hardnekkige overheidsmonopolie op een bepaald soort kansspelen. Ministers van overheidsbedrijven mogen namelijk al jaren sinterklaas spelen, en met het geld van de loterij allerlei liefdadigheidskassen spijzen.
...

'U wint altijd, ook als u verliest.' Zo luidt een slogan van de Nationale Loterij, die in België floreert dankzij het hardnekkige overheidsmonopolie op een bepaald soort kansspelen. Ministers van overheidsbedrijven mogen namelijk al jaren sinterklaas spelen, en met het geld van de loterij allerlei liefdadigheidskassen spijzen. Openheid in de geldstromen was er vroeger nooit. Niet in het parlement, en al helemaal niet voor het grote publiek. Het siert staatssecretaris van Overheidsbedrijven Bruno Tuybens (SP.A) dat hij de omertà doorbroken heeft (al blijft het ook opvallend dat de staatssecretaris met geen woord meer rept over de oorzaak van al die openheid: het feit, namelijk, dat een deel van de ontslagvergoeding van ex-spoorbaas Karel Vinck via de Nationale Loterij belastingvrij naar allerhande 'bevriende' organisaties werd versluisd). Maar goed: we weten nu tenminste dat de Nationale Loterij in 2004 210,191 miljoen euro uitgaf aan subsidies en 19,3 miljoen euro aan sponsoring. Alles bij elkaar ruim twintig procent van haar totale omzet. We weten ook dat ontwikkelingssamenwerking met 69 miljoen subsidies de grootste slokop was, vóór de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap (respectievelijk 34 en 23 miljoen), het Belgisch Overlevingsfonds (17 miljoen) en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (bijna 12 miljoen). En we weten ook dat veel begunstigden weigeren te vertellen wat ze met al dat gokkersgeld doen: de Nationale Loterij heeft geen duidelijk beeld van de eindbestemming van 113 miljoen euro die ze in 2004 uitdeelde. Lokale cultuurverenigingetjes en kleinere organisaties sturen doorgaans namelijk wel een uitgebreid rapport terug, maar de grootste subsidietrekkers weigeren zelfs te antwoorden op expliciete vragen van hun mecenassen. Nochtans is subsidiëren een vorm van ruilhandel: voor elke gegeven euro hoort er informatie over de bestemming naar de mecenas terug te stromen. Als Tuybens' Operatie Transparantie en de affaire-Vinck iets hebben onderstreept, dan is het wel dat er dringend nood is aan meer openheid over subsidiestromen. Die van de Nationale Loterij, maar ook die vanuit de overheid. Want een totale versnippering van het landschap maakt het bijvoorbeeld bijna onmogelijk om uit te vlooien wie precies waar welke cultuursubsidies binnenrijft. De verschillende vormen van financiële steun aan bedrijven, hoewel de jongste tijd ingeperkt, zitten ook al verspreid over alle politieke niveaus. En om Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) uiteindelijk te doen vertellen wie er in Vlaanderen precies landbouwsubsidies krijgt, moest Knack enkele maanden geleden zelfs de wet op de openbaarheid van bestuur inroepen. (Wallonië hult zich wat dat betreft nog altijd in stilzwijgen.) Het wordt dus dringend tijd dat iemand pleit voor een publiek toegankelijke centrale databank die de bestemming weergeeft van al het subsidiegeld dat de verschillende overheden uitdelen. Zo'n databank zal nog altijd niet kunnen verhinderen dat een overheid zich vrienden koopt met belastinggeld. Maar hij geeft op zijn minst al een deel van het antwoord op de prangende vraag in hoeverre de politiek nog aan dienstbetoon doet. FRANK DEMETS