Terwijl het Vlaams Belang zich vooral grote zorgen maakt over de gewelddadigheid van computerspelletjes, willen de andere fracties in het Vlaams Parlement van een resolutie over de gamessector gebruikmaken om de game-industrie beter te ondersteunen. Speerpunt van het beleid wordt een nieuw op te richten Kenniscentrum Mediawijsheid. Dat moet kennis over games, maar ook over andere nieuwe media verzamelen. De bedoeling is om ouders, scholen en kinderen beter te informeren over de impact, de moge...

Terwijl het Vlaams Belang zich vooral grote zorgen maakt over de gewelddadigheid van computerspelletjes, willen de andere fracties in het Vlaams Parlement van een resolutie over de gamessector gebruikmaken om de game-industrie beter te ondersteunen. Speerpunt van het beleid wordt een nieuw op te richten Kenniscentrum Mediawijsheid. Dat moet kennis over games, maar ook over andere nieuwe media verzamelen. De bedoeling is om ouders, scholen en kinderen beter te informeren over de impact, de mogelijkheden en de gevaren van die media. Het Vlaams Parlement volgt daarmee het voorbeeld van Nederland en het Ver-enigd Koninkrijk, waar al eerder zo'n kenniscentrum werd opgericht. Dezer dagen wordt in de commissie Media beslist of het centrum bij de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) dan wel binnen het departement Jeugd, Cultuur en Media zal worden ondergebracht. De gamessector is de laatste jaren explosief gegroeid. Uit onderzoek in Nederland - de Vlaamse Parlementsleden gaan ervan uit dat de cijfers bij ons niet zo veel verschillen - bleek dat 72 procent van de bevolking ouder dan acht jaar computergames speelt. Gemiddeld besteden de Nederlanders vier uur per week aan games, meer dan aan dagbladen of tijdschriften. In België werden in 2006 voor meer dan 150 miljoen euro games verkocht, die hoofdzakelijk geproduceerd worden in Japan en de Ver-enigde Staten. Toch bestaater ook in ons land een game-industrie. Volgens de parlementsleden van de meerderheid en Groen! is het niet alleen nodig om die beter te ondersteunen, zodat de creatieve geesten niet langer naar het buitenland verkassen, maar ook om de populaire games te gebruiken voor educatieve doeleinden. 'De taak van het kenniscentrum zal erin bestaan om te bestuderen welke games juist goed zijn voor de ontwikkeling van de kinderen en of er eventueel ook games zijn die een negatieve invloed hebben', zegt Vlaams Parlementslid Tinne Rombouts (CD&V). 'De vraag geldt trouwens net zo goed voor het internet. Ouders hebben nu vaak geen flauw idee van welke web-sites hun kinderen allemaal bezoeken. Het kenniscentrum zal daar in de toekomst de nodige informatie over kunnen geven.' Begin februari bleek uit een studie van het Observatorium van de Rechten op het Internet nog dat één derde van de jongeren al het slachtoffer is geworden van cyberpesten. Het observatorium adviseerde daarop om niet alleen de kinderen, maar ook de ouders en de leraren beter te informeren over de gevaren van het internet. Hannes Cattebeke