We zullen langer aan de slag moeten blijven om de oplopende pensioenrekening te betalen. Het is een mantra dat ondertussen bijna versleten klinkt, maar aan de harde realiteit valt moeilijk te ontsnappen. De beroepsbevolking wordt kleiner. Er zullen minder werkenden zijn om meer niet-werkenden te onderhouden. Pensioenen en sociale zekerheid zullen een grotere hap uit het overheidsbudget nemen. En dus moeten de handen uit de mouwen.
...

We zullen langer aan de slag moeten blijven om de oplopende pensioenrekening te betalen. Het is een mantra dat ondertussen bijna versleten klinkt, maar aan de harde realiteit valt moeilijk te ontsnappen. De beroepsbevolking wordt kleiner. Er zullen minder werkenden zijn om meer niet-werkenden te onderhouden. Pensioenen en sociale zekerheid zullen een grotere hap uit het overheidsbudget nemen. En dus moeten de handen uit de mouwen. Die boodschap slaat aan, zo blijkt uit de pensioenenquête die iVox voor Knack uitvoerde. Hoewel de gemiddelde Vlaming een pensioen vanaf 61 jaar redelijk vindt, groeit het besef dat we met z'n allen langer zullen moeten werken. De werkende Vlaming schat dat zijn pensioen pas echt rond 64 jaar zal ingaan, na iets meer dan 42 loopbaanjaren. De ondervraagden die jonger zijn dan 34 zijn zelfs nog pessimistischer: zij schatten dat ze pas op 65 jaar en zes maanden het werkplunje aan de wilgen kunnen hangen. Ook jongeren vinden een hogere pensioenleeftijd dus in eerste instantie noodzakelijk, maar daarom nog niet rechtvaardig. Hoge verwachtingen over hun pensioenuitkering hebben werkende Vlamingen niet. Ze mikken gemiddeld op een wettelijk pensioen van net geen 1265 euro per maand. Mannen en oudere werknemers doen daar nog 50 euro bij, vrouwen zijn maar liefst zeventig euro pessimistischer. Met pensioensparen, groepsverzekeringen, beleggen en andere spaarvormen denkt men het wettelijk pensioen wel met bijna 400 euro per maand te kunnen aanvullen. Pensioensparen is veruit de populairste inspanning ter zake (71 procent van de ondervraagden). Tussen 65 en 70 procent zegt ook een eigen woning te bezitten. Veel Belgen vinden de pensioenen ook te laag. Dat idee leeft vooral bij de Franstaligen, van wie 61 procent vindt dat het wettelijk pensioen omhoog moet. Bij de Nederlandstaligen is dat slechts 46 procent. Het pensioenstelsel moet hervormd worden, zeggen werkenden en ook gepensioneerden in koor. De klachten lopen aan beide kanten van de taalgrens gelijk. Het systeem is onduidelijk, ongunstig voor de lagere inkomens, te voordelig voor ambtenaren en in de toekomst onhoudbaar. Zo is slechts 31 procent van de werkende Vlamingen tevreden met het huidige systeem, bij de gepensioneerden is dat 46 procent. 65 procent van de werkenden geeft aan ongerust te zijn over zijn of haar pensioen. De ongerustheid ligt het hoogst bij de jongste generatie (bijna 70 procent). De gepensioneerden zijn er dan weer redelijk gerust op: daar noemt slechts een op drie de toestand van het huidige stelsel zorgwekkend. Dat ons pensioenstelsel in de komende decennia zal veranderen, is voor de gemiddelde Belg een uitgemaakte zaak: zowel bij de Vlamingen (83 procent) als bij de Franstaligen (80 procent) is de meerderheid ervan overtuigd dat het pensioensysteem er volledig anders zal uitzien wanneer ze zelf aan de beurt zijn. Bij de leeftijdscategorie jonger dan 34 is dat zelfs negentig procent. Toch krijgen politici vooralsnog geen vrijgeleide om drastisch op te treden. Hoewel het leeuwendeel van de ondervraagden meent dat het huidige systeem hervormd moet worden, blijven de taboes welig tieren. Werken na 65 blijft voor een groot deel van de bevolking ondenkbaar. 58 procent van de Vlamingen en maar liefst 66 procent van de Franstaligen is niet bereid om ook na zijn 65e verjaardag de mouwen op te stropen. Ook bij de leeftijdscategorie tot 34 jaar is slechts een op de vijf bereid om dan nog verder te werken. De jongeren van vandaag krijgen voor die houding ook enige steun, zo blijkt. Twee op de drie Vlamingen verklaren het niet normaal te vinden dat jongeren tot na hun 65e zullen moeten werken. De mening van de jongeren is nog meer uitgesproken: 71 procent van hen beschouwt werken na 65 als abnormaal. 61 procent van de werkende Vlamingen vindt de huidige job te belastend om tot 65 jaar te blijven doen. Maar liefst 89 procent zegt ook dat mensen in harde en risicovolle beroepen het vanaf hun vijftigste rustiger aan mogen doen. De meeste ondervraagden staan weigerachtig tegenover heel wat mogelijke oplossingen om het huidige pensioenstelsel overeind te houden. 62 procent vindt dat de regeling voor vervroegd pensioen niet strenger mag worden. Een vervroegd pensioen mag ook niet automatisch leiden tot een lager pensioen, meent ongeveer de helft van de ondervraagden. 77 procent van de Vlaamse beroepsbevolking wil 'dure' stelsels als loopbaanonderbreking en tijdskrediet behouden, maar ongeveer de helft van de werkenden vindt wel dat de regels verstrengd mogen worden, zodat zulke werkonderbrekingen minder meetellen voor de berekening van het wettelijk pensioen. Anderzijds laten de ondervraagden ook openingen. De helft van hen vindt het een goed idee om het systeem van brugpensioen af te bouwen. Het overgrote deel van hen zit evenwel bij de gepensioneerden (68 procent), bij de werkenden is slechts 40 procent voorstander. Dat de ontslagen werknemers bij Ford Genk vanaf 52 jaar met brugpensioen mogen, vindt de meerderheid van de werkende bevolking (67 procent) dan weer wel onaanvaardbaar. Franstaligen hebben meer clementie voor het brugpensioen, maar willen dan weer strikter zijn met tijdskrediet en loopbaanonderbreking. Zes op de tien respondenten zien niet in waarom werknemers, zelfstandigen en ambtenaren geen gelijkgeschakelde pensioenformule moeten hebben. Ook het idee om de pensioenleeftijd en het aantal loopbaanjaren aan de levensverwachting te koppelen, zoals nu al in een aantal Scandinavische landen gebeurt, vindt ingang, zij het dan vooral bij de gepensioneerden. 65 procent vindt dat gepensioneerden onbeperkt moeten kunnen bijverdienen. Opmerkelijk is dat werkenden én gepensioneerden aangeven dat ze de voorkeur geven aan een hoger wettelijk pensioen in plaats van fiscale stimuli voor pensioensparen. Zowel gepensioneerden en werkenden vinden dat er meer mensen aan het werk moeten. Voor liefst 38 procent van de werkenden is het terugdringen van de jeugdwerkloosheid een absolute prioriteit. Die jeugdwerkloosheid ligt in Vlaanderen momenteel op ongeveer 19 procent. Maar ook in het afwijzen van ingrepen zijn werkenden en gepensioneerden eensgezind. Voorstellen om de pensioenleeftijd of het aantal loopbaanjaren te verhogen, krijgen met voorsprong de minste steun. Kortom, de Belgen hebben in het pensioenendebat een janushoofd. Hoewel ze de noodzaak van pensioenhervormingen inzien, blijft de meerderheid gekant tegen al te ingrijpende maatregelen. Het besef dat er langer gewerkt zal moeten worden sijpelt geleidelijk aan door. Maar het is absoluut niet van harte. Volgende week deel 2 : Kun je rondkomen met je pensioen? DOOR JEROEN ZUALLAERT EN PATRICK MARTENS69% is ontevreden over het huidige pensioensysteem. 16% is bereid om na zijn 65 nog te werken. 61% vindt zijn werk te zwaar om tot zijn 65 door te gaan. 71% heeft geen idee hoeveel zijn pensioen zal bedragen.