GEERT INSLEGERS
...

GEERT INSLEGERS Het probleem van huurcontracten van korte duur, is dat ze leiden tot woekerprijzen. Dat zegt Geert Inslegers, coördinator van de zeven erkende Vlaamse huurdersbonden, die deel uitmaken van het Vlaams Overleg Bewonersbelangen. ?Het voorontwerp huurwet lost de problemen niet op. Er is eerst de woonzekerheid, vandaar dat we langlopende contracten van negen jaar willen. De vorige minister van Justitie Melchior Wathelet (PSC) wilde de huurprijsmatiging realiseren via langdurige contracten. De huurwet stond bij uitzondering ook kortlopende contracten van drie jaar of minder toe. Nu blijkt dat meer dan de helft van de huurcontracten van korte duur is. De reden is duidelijk : bij elk nieuw contract gaat de huurprijs omhoog. De kortlopende huurcontracten moeten dus teruggedrongen : ze beperken tot één jaar en sancties op te leggen als de verhuurder enkel opzegt om een hogere huurprijs te bedingen. Voorts moeten kortlopende contracten geregistreerd worden. Vreemder nog is dat uit studies blijkt dat de huurprijs van goede woningen nagenoeg de index volgen. Bij woningen met gering of geen comfort steeg de huurprijs sterker dan de index. Worden die huizen gehuurd door de laagste inkomens, dan steeg de huurprijs zelfs tachtig procent tussen 1976 en 1992. Met andere woorden : slechte woningen brengen meer op dan goede. Dat komt omdat juist in dat segment van de markt de vraag veel hoger is dan het aanbod. Als iedereen die recht zou hebben op een sociale huurwoning, die ook kreeg, dan moeten er in Vlaanderen alleen al 226.000 sociale huurhuizen bijkomen. Bij gebrek aan keuze zijn de laagste inkomens dus aangewezen op de slechtste huizen. Wat de prijs doet stijgen. Een ander probleem : de kwaliteit van de huurhuizen en de controle daarop. We willen een verband tussen kwaliteit en huurprijs. Vlaanderen telt driehonderdduizend slechte woningen. Uit de cijfers blijkt ook dat één op vijf huurders een woning van slechte kwaliteit tegen een veel te hoge prijs huurt. We vragen dus ook een koppeling van kwaliteit en prijs én controle daarop. Die stijging van de prijs omwille van kwaliteit kan opgevangen worden door huursubsidies voor bescheiden en lage inkomens. Onze grondwet bevestigt het recht op behoorlijke huisvesting. Wonen is een basisrecht geworden.? HUBERT MORIAU De eigenaar is nu genoeg geplaagd, vindt Hubert Moriau, regionaal voorzitter van het Algemeen Eigenaarssyndicaat (AES), dat zo'n honderdduizend eigenaars groepeert. Moriau merkt dat een aantal afspraken niet wordt nageleefd. ?België is een land van kleine eigenaars. De meeste eigenaars bezitten statistisch 2,3 huizen, waarvan ze er zelf één bewonen. Dat beeld van de eigenaar als uitbuiter en de verhuurder als simpele sukkelaar, dat klopt gewoon niet. Het Globaal Plan heeft de eigenaars ook niet gespaard : de fiscale druk op huizen is verhoogd, als er een vermogensbelasting komt, dan zullen het wéér de eigenaars van onroerende goederen zijn die betalen. De opeenvolgende huurwetten beperkten bovendien de rechten van de eigenaars ; zowel wat de duur van contracten betreft als de opzeg ervan. De huurder is nu zo beschermd dat de eigenaar de huur bijna niet meer kan opzeggen, terwijl de huurder zelf elk ogenblik kan opzeggen. Alleen al het feit dat we in de jongste twintig jaar zoveel verschillende huurwetten hadden, bewijst dat de wetten gewoon slecht zijn. Ze voldoen niet aan de behoeften van eigenaars en huurders. Een goede poging was daarom de Commissie-Wathelet in 1990. In die commissie werden de bestaande wetten geëvalueerd om de nieuwe wet beter te maken. Er was ook overleg tussen eigenaars en huurders, onder meer over de criteria waaraan een huurhuis moet voldoen. Ik zeg niet dat de woonsituatie in ons land niet beter kan, integendeel. Maar de slechtste huizen zijn vaak oude huizen waarvan de renovatiekosten heel hoog kunnen oplopen. Die kosten doe je alleen als je die er achteraf via huurprijzen weer uit kan halen. Dan moet je natuurlijk wel verhuren aan mensen die hoge prijzen kunnen betalen. Dat weten de huurdersbonden ook. Zij vroegen ons de lat niet te hoog te leggen zodat ook mensen met een lager inkomen nog kunnen wonen. Er werd daar wel meer afgesproken. De huurdersbonden wilden kortlopende contracten van maximum drie jaar toelaten. Wij gaven daaraan toe en afgesproken werd dat zo'n kort contract eenmalig moest zijn. Nu komen ze daarop terug en willen alleen contracten van negen jaar. Ik noem dat woordbreuk. Er waren afspraken, de huidige minister van Justitie moet die alleen nog in een wet gieten.?