In 'De boerenopstand komt' (Knack nr. 30) stelt u dat de hervorming die commissaris Fischler voorstelt miljarden euro's aan belastinggeld zal besparen. Dat is totaal onjuist, aangezien Fischler zelf heeft berekend dat zijn voorstellen nauwelijks 200 miljoen euro besparingen zullen opleveren op een totaal van 42 miljard euro landbouwuitgaven. De besparing is dus bijna nihil, tot grote ergernis van de grote EU-betalers, zoals Duitsland, trouwens.
...

In 'De boerenopstand komt' (Knack nr. 30) stelt u dat de hervorming die commissaris Fischler voorstelt miljarden euro's aan belastinggeld zal besparen. Dat is totaal onjuist, aangezien Fischler zelf heeft berekend dat zijn voorstellen nauwelijks 200 miljoen euro besparingen zullen opleveren op een totaal van 42 miljard euro landbouwuitgaven. De besparing is dus bijna nihil, tot grote ergernis van de grote EU-betalers, zoals Duitsland, trouwens. Die 42 miljard euro vormt, zoals u terecht opmerkt, ongeveer de helft van de Europese begroting, terwijl de landbouw slechts een paar procent uitmaakt van de beroepsbevolking. Die beide cijfers moeten echter worden gerelativeerd. Enerzijds is de landbouw bron van tewerkstelling (in toelevering en verwerking) voor ongeveer 10 procent van de totale beroepsbevolking, terwijl anderzijds de landbouwuitgaven van de Europese Unie slechts 0,44 procent uitmaken van het totale bruto binnenlands product van de Unie. Aangezien de landbouwuitgaven gelimiteerd zijn en het bbp zal blijven groeien, verwacht commissaris Fischler dat dit percentage in 2013 zal gedaald zijn tot ongeveer 0,32 procent. Voorts wordt nog eens de mythe van de vlees- en boterbergen en de melkplassen aangehaald om een drastische hervorming van het landbouwbeleid te rechtvaardigen. Die situatie is al lang verleden tijd, zoals trouwens ook blijkt uit de marktanalyse die commissaris Fischler zelf heeft gemaakt en waarin hij stelt dat er geen overschotten te vrezen zijn in de komende jaren, behalve voor rogge (beperkte productie in het oosten van Duitsland) en rijst. Ook de vraag waarom de Europeanen hoge belastingen en tegelijk hoge prijzen voor hun voedsel moeten betalen is onterecht in dit kader. De vraag is waarom consumenten op dit ogenblik 0,25 tot 0,30 euro betalen voor een kilogram aardappelen, terwijl de producent nauwelijks een tiende van dat bedrag ontvangt, waarom de consument 1,50 euro betaalt voor een brood, terwijl de tarwe die er aan de basis van ligt minder dan 0,10 euro/kg betaald wordt, waarom het rundvlees aan de consument nog nagenoeg even duur is als vóór de BSE-crisis, terwijl de prijzen bij de producent intussen met ongeveer 25 procent zijn gedaald. En ook in andere sectoren zijn dergelijke voorbeelden aan te halen, die aantonen dat elke link tussen producenten- en consumentenprijzen totaal verloren is gegaan. Het is dus zeker niet het EU-landbouwbeleid dat aan de basis zou liggen van 'hoge' voedselprijzen. Trouwens, in de Verenigde Staten liggen de producentenprijzen voor bijvoorbeeld melk, vlees en tarwe ongeveer op hetzelfde niveau als in de Europese Unie. En wat de uitbreiding van de EU betreft, die de landbouwsector zou willen tegenhouden. De landbouw vraagt zich af waarom deze sector alleen moet opdraaien voor de kosten die aan die uitbreiding zijn verbonden, wanneer men weet dat de uitbreiding vooral om politiek-economische redenen wordt doorgevoerd (bewerkstelligen van de vrede in Europa en het realiseren van nieuwe afzetmarkten voor onze industrie). Dat die landen op gebied van landbouw een enorme achterstand hebben, en er dus nog zeer veel herstructurering binnen de landbouw- en voedingssector zal nodig zijn, is een feit. Die landen zullen op zeer korte tijd moeten realiseren wat in onze streken in een periode van vijftig jaar, ten koste van heel wat tewerkstelling in de sector, is verwezenlijkt. Maar dat is een sociaal probleem, dat ver de grenzen van het eigenlijke landbouwbeleid overstijgt en dus ook met andere middelen moet kunnen worden gefinancierd. André De Mol, Lochristi.