Hoe hebt u uw vermogen opgebouwd?

CARLO HENRIKSEN: Na ons huwelijk hebben mijn vrouw en ik eerst enkele jaren een beginkapitaal bijeengespaard. We leefden toen van één wedde: mijn loon gebruikten we om van te leven, dat van mijn vrouw legden we opzij. Na enkele jaren hebben we een eigen woning gekocht. Daarna deden we aan pensioensparen, en toen het huis was afbetaald, kwam daar nog langetermijnsparen bij. Die potjes hebben we eerst gevuld om daarna een beleggingsportefeuille samen te stellen met zowel aandelen als obligaties.
...

CARLO HENRIKSEN: Na ons huwelijk hebben mijn vrouw en ik eerst enkele jaren een beginkapitaal bijeengespaard. We leefden toen van één wedde: mijn loon gebruikten we om van te leven, dat van mijn vrouw legden we opzij. Na enkele jaren hebben we een eigen woning gekocht. Daarna deden we aan pensioensparen, en toen het huis was afbetaald, kwam daar nog langetermijnsparen bij. Die potjes hebben we eerst gevuld om daarna een beleggingsportefeuille samen te stellen met zowel aandelen als obligaties. HENRIKSEN: Er was meer ademruimte nadat onze lening helemaal was afbetaald. Sommige mensen zouden dan wat royaler leven, maar mijn vrouw en ik hebben het bedrag dat we anders aan de bank zouden afbetalen meteen consequent opzijgezet. Daar moet je wel wat discipline voor opbrengen, maar als zelfstandige zal mijn wettelijke pensioen niet volstaan om mijn levensstandaard op peil te houden of mijn zorgkosten te betalen. Een zelfstandige moet het stellen met een gemiddeld wettelijk pensioen van 640 euro, tegenover 2200 euro voor een ambtenaar. Een zelfstandige die dat gat wil dichtrijden, zou al over een kapitaal moeten beschikken van een half miljoen euro. Dan heb je wel wat werk tijdens je actieve loopbaan. HENRIKSEN: Ik heb nooit geïnvesteerd in fondsen met kapitaalgarantie, die veel banken aan de man brengen. Daar zitten toch altijd complex gestructureerde producten achter, waar ook nog eens veel kosten aan vastzitten. Aan het eind van de rit behoud je wel je kapitaal, maar het bijkomende rendement is heel beperkt. Van die fondsen worden vooral de banken beter. Daarom probeer ik in de samenstelling van mijn beleggingsportefeuille zelf voor kapitaalgarantie te zorgen door 80 procent in kasbons, spaarverzekeringen of obligaties te investeren en de overige 20 procent in aandelenfondsen. HENRIKSEN: Ik heb me altijd goed laten verzekeren. Veel werknemers kunnen rekenen op sociale voordelen zoals een groeps- of een hospitalisatieverzekering, maar een zelfstandige moet daar zelf voor zorgen. Daarom heb ik ook een verzekering tegen inkomensverlies afgesloten. Dat is heel duur, maar je staat als zelfstandige wel voor een immens probleem als je zwaar ziek wordt en niet kunt werken. Je kunt beter besparen door wat minder op reis te gaan of een minder dure auto te kopen, dan je amper te laten verzekeren. HENRIKSEN: Ik beleg op een systematische manier door maandelijks geld naar mijn beleggingsportefeuille te laten vloeien. Het heeft geen enkele zin om een groot bedrag op te potten op de spaarrekening, want dan wordt het steeds moeilijker om te beslissen wat je met dat kapitaal moet aanvangen. En uiteindelijk blijft het dan toch maar staan. Nochtans is een spaarrekening een heel slecht beleggingsproduct: het rendement is te pover om een vermogen op te bouwen. Er hoeft alleen een basisbedrag op te staan waarmee je onverwachte uitgaven of ongelukken kunt financieren. HENRIKSEN: Ik ben in mijn leven enkele keren verhuisd, en achteraf bekeken is het een grote stommiteit geweest om mijn eerste woning te verkopen. Hadden we ze nog vijf à tien jaar gehouden, dan hadden we daarop een serieuze meerwaarde kunnen realiseren.