Onlangs op het televisiejournaal: de opening van het poëziefestival van Watou. Sinds enkele jaren gecombineerd met beeldende kunst, om tenminste een paar bezoekers te lokken. Wij zien in een sombere stal een slecht geproportioneerd rund staan. Duidelijk een werk van een Russische kunstenaar. De camera zwenkt naar achteren, en daar ontwaren we tot onze verrassing een donker silhouet: Jan Hoet! Die in de aars van de koe staat te gluren naar een filmpje waarop een blote vent met een banaan in zijn mond op handen en voeten rondhuppelt. Volgens Jan Hoet transformeert die koe zich in een kathedraal. Plaatsen wij hiernaast bijvoorbeeld "De Kruisafneming" van Pieter-Pauwel Rubens. Geschilderd in zestienhonderd en zoveel. Dan kunnen we bezwaarlijk volhouden dat de kunst er op vooruitgegaan is, of niet?
...

Onlangs op het televisiejournaal: de opening van het poëziefestival van Watou. Sinds enkele jaren gecombineerd met beeldende kunst, om tenminste een paar bezoekers te lokken. Wij zien in een sombere stal een slecht geproportioneerd rund staan. Duidelijk een werk van een Russische kunstenaar. De camera zwenkt naar achteren, en daar ontwaren we tot onze verrassing een donker silhouet: Jan Hoet! Die in de aars van de koe staat te gluren naar een filmpje waarop een blote vent met een banaan in zijn mond op handen en voeten rondhuppelt. Volgens Jan Hoet transformeert die koe zich in een kathedraal. Plaatsen wij hiernaast bijvoorbeeld "De Kruisafneming" van Pieter-Pauwel Rubens. Geschilderd in zestienhonderd en zoveel. Dan kunnen we bezwaarlijk volhouden dat de kunst er op vooruitgegaan is, of niet? In Watou staan mensen, vaak mensen die gestudeerd hebben, de komende tijd in alle ernst bewonderend te staren naar een tafel met daarop een kool en twee tomaten. Jan Hoet tot organisator Gwy Mandelinck: "Bezie die kool ne keer, jong. Hoe schoon dat dat is. Dat ziet ge niet in een groentenwinkel." Gwy Mandelinck knikt. Zijn bijdrage aan het item bestaat erin te verklaren dat hij en Hoet elkaar met hun speeksel bevruchten. Men mag nu, maatschappelijk gesproken, breeddenkend zijn, maar aan alles zijn toch grenzen. Jan Hoet is een genre op zich. Een kruising tussen Kamiel Spiessens en Raymond Goethals. Krijgt elk gehoor plat. Waar is de zalige tijd dat hij samen met Jan Schodts de uitzending door derden van de CVP presenteerde. Hoet toonde zich daarin nu eens een ultraliberaal, dan weer een gematigd socialist of een radicaal communist. Maar nooit heeft hij ook maar één mening verkondigd die, al was het van ver, in te passen bleek in het christen-democratisch ideeëngoed. Het was, hoeft het gezegd, in de periode waarin Van Hecke voorzitter was. Piet Piryns, die in Watou zal trachten te redden wat er te redden valt, is een dag op stap geweest met die twee drinkebroers. Wij bedoelen: de beide organisatoren. Twee weken geleden stond zijn hilarisch verslag in Knack. "Het idee om Jan Hoet naar Watou uit te nodigen," schreef Piet, "komt van Jan Hoet zelf." Schitterende foto ook. Hoet en Mandelinck arm in arm half onder tafel gezakt, met voor hen een voorraad alcohol die het voltallige legioen Schotse voetbalsupporters ook met vereende krachten niet de baas had gekund. Wij hebben Jan Hoet ooit, gefilmd door Cas Van der Taelen, een stapel soepborden weten aankopen voor twee miljoen frank. De kunstenares, die de vorige dag een feestje had gehad en net aan het opruimen van de rommel wou beginnen, vroeg eerst twintigduizend dollar, maar Hoet bood af tot twee miljoen frank. En fluisterde de camera met een samenzweerderige knipoog toe: "Dat is nu onderhandelen zie, nu maakt ge dat zelf ne keer mee. Ge moet oppassen, of ze bedriegen u waar ge bij staat." Toen spurtte Jan vier keer rond de toren vaatwerk, riep: "Fantastisch, ge wordt duizelig van zo een kunstwerk", en verloor vervolgens zijn evenwicht waarna twee miljoen frank voor onze ogen in splinters uiteenviel. Het probleem van poëzie, is volgens Hoet dit: "Een gedicht kunt ge niet verkopen. Eens het is voorgedragen, is het van iedereen."Keren we terug naar de reportage over de twee organisatoren. De aandachtige lezer zal opgemerkt hebben dat het verslag van dit gelag niet in de rubriek Cultuur stond, maar in de rubriek Boeken. Waar de gehanteerde criteria wat minder strak zijn. Onze chef-cultuur gaf in datzelfde nummer de voorkeur aan de opening van de Gemäldegalerie in Berlijn, waar de Wiedervereinigung van meesterwerken der schilderkunst uit de dertiende tot achttiende eeuw te bewonderen valt. Jan Braet: "De zichtassen liggen niet op een rechte lijn, wat verrassende en geschakeerde uitzichtshoeken oplevert, zonder dat men tevoren al de schilderijen van de belendende zalen in het vizier heeft." Jan Hoet, enkele bladzijden verderop: "Koeienstront Gwy, dat is poëzie. En vice versa." Onze chef-cultuur staat nochtans niet onwelwillend tegen nieuwe stromingen. Eind vorig jaar schreef hij zelf over vier getatoeëerde varkens in Middelheim: Joachim, Priscilla, Annie en Berenice. De kunstenaar, Wim Delvoye, voorziet in zijn oeuvre banale objecten als gasflessen, strijkplanken of betonmolens, van een nieuwe huid. Waardoor die voorwerpen muteren tot travesties, met vele mogelijke betekenissen en identiteiten. Kunstwerken met echte huid zijn in die cyclus de logische laatste stap. En aangezien Delvoye er feestelijk voor bedankte om zelf in Middelheim te gaan zitten, konden de vier biggetjes daarvoor opdraaien. Zij werden getatoeëerd met een slang, een marihuanablad, een naakte vrouw, en een Christuskop. Naarmate de varkens dikker werden, werden die tatoeages groter, althans dat dacht die Delvoye, en dus zou hij de ontwerper zijn van de eerste groeiende schilderijen ter wereld. Varkens opzadelen met iets waar ze nooit om gevraagd hebben, vond de kunstenaar bovendien een kritische uitbeelding van de kolonisatie. Joachim en zijn zusjes stonden op die manier - wellicht zonder het te beseffen - symbool voor het lot dat al hun soortgenoten beschoren is: vleesconsumptie. En zo verschuift het accent van de in de kunst traditioneel esthetische waarden, naar de ethische waarden. Een hele troost voor die varkens. Berenice zit ondertussen in een museum in Sittard, waar de conservator zich als varkensboer heeft moeten laten inschrijven om een vergunning te krijgen. Joachim, Priscilla en Annie schijnen ergens in de Ardennen te verblijven. Al weet niemand goed waar. Schrik dus niet als u op uw sneetje hesp een slang, een marihuanablad, een naakte vrouw, of een Christuskop aantreft. Wat dan weer als diepere betekenis heeft dat niet alleen eten kunst is, maar kunst ook eten.Een half uurtje in de wereld van de cultuur, en wij zijn weer van één ding overtuigd: leve de wereldbeker voetbal. Koen Meulenaere