Maandagavond is niet voor gevoelige kijkers. Wij schakelen om tien uur Ter Zake in en bevinden ons plotseling middenin een survivaltest van onze nationale judokern. Waar die reportage ineens vandaan komt, mag Joost weten. De test is ongetwijfeld een ideetje van bondscoach Jean-Marie Dedecker, die er een traditie van gemaakt heeft om in extreme omstandigheden de teamgeest in zijn selectie aan te scherpen. Om het eerst op de top van de Mont Blanc, op blote voeten. Het Baikalmeer in de lengte overzwemmen, onder water. Dat soort dingen.
...

Maandagavond is niet voor gevoelige kijkers. Wij schakelen om tien uur Ter Zake in en bevinden ons plotseling middenin een survivaltest van onze nationale judokern. Waar die reportage ineens vandaan komt, mag Joost weten. De test is ongetwijfeld een ideetje van bondscoach Jean-Marie Dedecker, die er een traditie van gemaakt heeft om in extreme omstandigheden de teamgeest in zijn selectie aan te scherpen. Om het eerst op de top van de Mont Blanc, op blote voeten. Het Baikalmeer in de lengte overzwemmen, onder water. Dat soort dingen. Deze keer ging het om een tocht van honderden kilometers door het noorden van Lapland. Op sneeuwscooters, in het hartje van de winter, zonder stafkaart en proviand. Terwijl de avond schemert en de vermoeide judoka's een kampplaats zoeken, worden ze aangevallen door een troep hongerige steppewolven. Hun leider vliegt met flikkerende tanden Harry Van Barneveld naar de keel, maar dat bekomt hem slecht. Twee tellen later ligt hij na een dubbele uchi-mata kansloos op zijn rug : ippon. Nog een minuut later hangt hij van pels en kop ontdaan aan het spit. Daarna leggen de judoka's zich in de sneeuw te slapen. Voor Van Barneveld is er een slaapzak van een meter veertig. Harry zelf is twee vijfendertig. ?Warm is anders,? moppert hij alvorens in een genoegzame droom weg te zinken. Zijn gesnurk houdt alle anderen wakker, maar jaagt gelukkig ook een roedel lynxen op de vlucht. Fijne tocht, daarover is iedereen het naderhand eens. Deze uitzending stelt het klokvaste begin van Ter Zake een kwartier uit, maar ons geduld wordt beloond : studiogesprek van Walter Zinzen met curator Alain Zenner. De man die gemolesteerd werd door Clabecq-arbeiders en zich van een plaats in het jaaroverzicht verzekerde door met bebloed hemd en gezicht een persconferentie te geven. Dat was vrijdag, het hele weekend door hebben wij die Zenner op televisie gezien. In elk programma draafde hij op en zijn verwondingen werden steeds erger. Pleisters, gipsverbanden, steunprothesen, één blauw oog, twee blauwe ogen, nu eens met geronnen bloed op zijn neus, dan weer met een afgescheurde oorschelp of een gapend gat in zijn onderste tandenrij. ?Ik begrijp die mensen wel,? voerde de curator zichzelf in al die interviews beter ten tonele dan hij was. Maar zo gemakkelijk kwam hij uiteraard niet weg bij Walter Zinzen. Wie had geslagen, waar, wanneer en waarom ? Beetje bij beetje kwamen we het te weten. De curatoren hadden een bespreking in een motel, toen Roberto D'Orazio met een knokploeg van tien man binnen viel, iedereen tegen de muur zette en zijn mannen de bevelen gaf : ?Deze gooit ge buiten, deze vier stokslagen, deze timmert ge zijn ogen dicht en van hem hier breekt ge de knieschijven.?Zinzen zat verbijsterd te luisteren. Waren daar getuigen van geweest ? ?Natuurlijk,? gaf Zenner toe, ?vijf procureurs !? Walter viel bijna achterover. Bleek dat in een ander zaaltje van het motel een vijftal procureurs des Konings aan het vergaderen waren geweest, onder wie Deprêtre en Berkvens. De woedende arbeiders waren trouwens per vergissing eerst bij hen binnen gestormd, maar werden gauw doorverwezen naar het juiste lokaal. ?En zijn die mannen zo maar vertrokken ?? bleef Zinzen ongelovig aandringen. Ah ja, want ze hadden twee BOB'ers gegijzeld ! Zinzen, die als ex-koloniaal een en ander heeft meegemaakt, onder meer aan de zijde van Jean Schramme, moest zich in de wang knijpen om zeker te zijn dat hij wakker was. ?Dus gij zegt,? trachtte hij alles op een rijtje te zetten, ?dat die kerels onder het oog van vijf procureurs u in elkaar slaan, twee BOB'ers in gijzeling nemen en ongestraft weer wegrijden ??Zenner knikte bevestigend. ?Wat kunt ge beginnen,? voegde hij er vergoelijkend aan toe, ?tegen een gepantserde tank die vanuit de lucht gedekt wordt door twee gevechtshelikopters ? Bovendien had D'Orazio ons gewaarschuwd dat hij onze kinderen zou verminken als we iets ondernamen.?Voor Zinzen was de laatste grens overschreden. ?Uw kinderen verminken ?? riep hij geschokt uit. ?Maar die D'Orazio is toch de kerel naast wie vader Russo en vader Marchal op kop van de Mars voor Werk stapten ?? Weer knikte Zenner. ?Kom mee,? siste Zinzen die ons nog in de vlucht een prettige nacht toewenste en de tegenstribbelende curator dwong om naast hem in de auto plaats te nemen. Om kwart voor elf kwam Walter met gierende banden tot stilstand op het binnenplein van de Forges, waar D'Orazio en zijn bende net hun molotov-cocktails hadden bijgevuld voor een strafexpeditie naar het huis van de ACV-verbondssecretaris. De vakbondsleider en zijn trawanten stonden geamuseerd te grijnzen, oog in oog met hun slachtoffer van vorige vrijdag die blijkbaar zijn oudere broer had meegebracht. De spottende blik zou nogal snel van hun gelaat verdwijnen. Zinzen zwaaide een dreigende vuist onder de neus van D'Orazio en snauwde : ?Hebt gij deze mens hier een boks gegeven ?? D'Orazio nam Zinzen geringschattend op en beet terug : ?En wat zou dat misschien ??Meer was niet nodig. Walter schoot zijn jasje uit, overhandigde het aan de curator, rolde zijn hemdsmouwen op, en vloog erin. Een kwartiertje later draaide hij het vuur in de grote oven voorgoed uit, trok de inkompoort dicht en spijkerde er een bordje op : ?Te koop. Prijs overeen te komen. Inlichtingen : Reyerslaan 52, kamer 2L 24, 1043 Brussel.?Hierna troonde een tevreden Walter Zinzen de onthutste Zenner mee naar het café van Michel Dewolf op de markt in Tubize. Daar zat het er binnen de kortste keren bovenarms op, omdat Walter de patron had vastgegrepen en luidkeels had gevraagd of hij dat was die indertijd Maurice De Schrijver een been had overgeschopt. Het café staat nu ook te koop, maar de nieuwe eigenaar zal eerst kosten moeten doen. Het was al na twee uur, toen het slapende Tubize werd opgeschrikt door een lallende drinkebroer die uit volle borst in de donkere nacht brulde : ?C'est la lutte finale, groupons-nous dans Lantin.?Koen Meulenaere