De laatste dinsdag van januari begint onze redactievergadering met een half uurtje vertraging. Eindigen doet ze steeds op hetzelfde tijdstip, namelijk als ook de extra-voorraad slivovitsj in het Bosnisch restaurant soldaat is gemaakt, en de Bosniër zelf het lawaai en tumult zozeer is beu geworden dat hij iedereen met zijn kalasnikov de zaak uitschiet.
...

De laatste dinsdag van januari begint onze redactievergadering met een half uurtje vertraging. Eindigen doet ze steeds op hetzelfde tijdstip, namelijk als ook de extra-voorraad slivovitsj in het Bosnisch restaurant soldaat is gemaakt, en de Bosniër zelf het lawaai en tumult zozeer is beu geworden dat hij iedereen met zijn kalasnikov de zaak uitschiet. Dat we wat later beginnen, komt omdat onze directeur eerst de honneurs moet waarnemen op het koninklijk paleis in Brussel. Die laatste dinsdag houdt de koning immers zijn traditionele toespraak tot de gestelde lichamen, verzamelnaam van het zootje ongeregeld dat in dit land meent macht te mogen uitoefenen over anderen. De gestelde lichamen worden bevolkt door figuren van wie het gedrag zich kenmerkt door machtsmisbruik, corruptie, leugen, bedrog, belangenvermenging, onbetrouwbaarheid, onbekwaamheid en onbeleefdheid... kortom, de fine fleur van België. Onze directeur waakt op die heuglijke dag niet enkel over het protocol, hij schrijft ook de speech van de vorst. Bij koning Boudewijn bleef dat erg braaf, niemand kon nadien met zekerheid zeggen wat het staatshoofd had bedoeld. Daarover bestaat weinig twijfel sinds koning Albert besloot dat het wat pittiger mocht zijn. De hoogwaardigheidsbekleders op hun rode pluchen stoelen worden terechtgewezen, beledigd, beschimpt, uitgescholden en beschuldigd van al wat lelijk is. Alles wat Luc Van der Kelen net niet durft schrijven, slingert de koning onze verantwoordelijken in hun gezicht. En dit in een retorisch hoogstaand betoog, dat niet moet blozen naast klassiekers als de Pro Milone of de Catilinarische redevoeringen. Er is weinig verschil in kwaliteit tussen enerzijds een passage als : ?Quod Catilina non cruentum mucronem, quod vivis nobis egressus est, quod ei ferrum de manibus extorsimus, quod incolumes cives, quod stantem urbem reliquit, quanto tandem illum maerore afflictum esse et profligatum putatis ?? Uitgesproken door Marcus Tullius Cicero. En anderzijds : ?Het staat ook vast dat een meerderheid van de seksuele misbruiken zich in de eigen familiale kring voordoen of worden gepleegd door bekenden van de slachtoffers, die hen maar al te dikwijls aanzetten tot zwijgen.? Uitgesproken door Albert Twee. Ook dit jaar stond onze directeur klaar om alle hoge gasten te verwelkomen en hun plaats te wijzen. Vroeger gebeurde dat aan de hand van een bij wet vastgelegde numerieke volgorde, nu volgens de feilloze intuïtie van onze baas. Toen de koningin zich daar vorig jaar eens wou mee moeien, zat ze zelf ei zo na in de gang. De militairen moeten achteraan in de zaal want onze directeur, eertijds onder de wapens geroepen te Mechelen, heeft weinig op met sabelslepers. ?Oorlogen worden gewonnen aan de onderhandelingstafel en niet op het slagveld,? is één van zijn vele boutades. Vóór de militairen komen de magistraten want onze directeur, eertijds voor de rechtbank gedaagd te Brugge (weerspannigheid en smaad), heeft al even weinig op met toga- en baretdragers. Nog een compartiment dichter naar het podium zitten de grote industriëlen, met op de ereplaatsen diegenen die adverteren in Knack. En op de allereerste rij, naast koning en koningin : Hugo Claus en Guy Verhofstadt. Voor onze directeur is er een comfortabel bankje net naast het spreekgestoelte, vanwaar hij de koning tijdens zijn toespraak kan souffleren. Regering en parlementsvoorzitters worden verwezen naar staanplaatsen in de zijbeuk, onttrokken aan het zicht van vorst en camera's. Bij die plaatsindeling is een grapje nooit weg. Zoals toen Eliane Liekendael, de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, zich met haar faire-part aanmeldde. Onze directeur controleerde eerst de echtheid van de uitnodiging, bekeek de vreemde bezoekster van kop tot teen, wenkte zijn kabinetschef Van Ypersele Spirou naderbij, en vroeg ongelovig : ?Is dit hier de procureur-generaal ?? De kabinetschef knikte bevestigend. Onze directeur haalde berustend zijn schouders op en snauwde mevrouw Liekendael toe : ?Vierde rij, tussen de Spit en de Claes. Dan kunt ge mekaar al wat beter leren kennen.?Hierna haastte hij zich naar een vechtpartijtje in de inkomhal, om er de garde maritime een handje toe te steken bij het buitenzwieren van de vriendin van Johan Vande Lanotte. ?Enkel wettige echtgenotes,? schalde de stem van onze directeur boven het geroezemoes uit, ?geen aanhoudsters van dertien in een dozijn alstublieft.? Ook Di Rupo, die zich aarzelend aanbood met Oliver Trusgnach aan zijn arm, werd terug naar huis gestuurd. Twee tellen later moest iedereen springen voor zijn leven, toen de glazen deuren met een oorverdovende knal uiteenspatten. De koning was de avond voordien vergeten om na de vidange nieuwe remolie toe te voegen ! De koelbloedigste was alweer onze directeur. Hij ging met een tijgersprong aan de arm van de koning hangen, in een poging met vereende krachten de zware BMW onder controle te krijgen. Dat lukte ten koste van een spectaculaire slip. De koningin, die achterop zat, vloog vier meter door de lucht alvorens haar val werd gebroken door een conifeer. En de nerveus heen en weer drentelende prins Filip werd vol in zijn broze rug geschept. Gelukkig bleven de vorst en zijn raadsman ongedeerd. ?Ge moet uw freins eens laten nakijken, Sire,? sprak onze directeur bezorgd. ?Ik heb sterk de indruk dat uw pompe hydraulique een beetje hapert.?De koning zette zijn helm af, trok zijn kostuum recht, en stapte naar het podium waar hij alle sjamfoeters in de zaal onmiddellijk duidelijk maakte waar het op stond : ?Nederige bezinning moet de allereerste houding van de overheid zijn. Die houding staat haaks op het in zichzelf gekeerd zijn, op drang naar zelfrechtvaardiging of de afwenteling van zijn verantwoordelijkheid op anderen.? Onze directeur draaide zich zeer nadrukkelijk om naar de zijbeuk, priemde met zijn vinger naar de premier, en siste luid genoeg dat iedereen het kon horen : ?Da's tegen u maat.?Koen Meulenaere