Mijnheer Senelle, in hun toespraken tot de overheden hebben premier Guy Verhofstadt (VLD) en koning Albert II elkaar nadrukkelijk lof toegezwaaid. En de koning riep zoals gebruikelijk op tot meer begrip en federale loyaliteit onder alle Belgen.

Robert Senelle: Ja, maar voor de rest is er met geen woord gerept over Vlamingen en Walen, hoewel de betrekkingen tussen beide er de jongste jaren niet op vooruit zijn gegaan. In de nasleep van de Lambermont- en Lombardakkoorden regent het klachten bij de Raad van State en bij het Arbitragehof. Dat zorgt voor een grote constitutionele onzekerheid. Ik doe een kleine greep uit een hele reeks recente pijnpunten.
...

Robert Senelle: Ja, maar voor de rest is er met geen woord gerept over Vlamingen en Walen, hoewel de betrekkingen tussen beide er de jongste jaren niet op vooruit zijn gegaan. In de nasleep van de Lambermont- en Lombardakkoorden regent het klachten bij de Raad van State en bij het Arbitragehof. Dat zorgt voor een grote constitutionele onzekerheid. Ik doe een kleine greep uit een hele reeks recente pijnpunten. De burgemeesters van de zes faciliteitengemeenten rond Brussel hebben afgesproken dat zij samen naar het Arbitragehof stappen. Zij protesteren tegen de overheveling van de gemeente- en provinciewet naar de gewesten, en voeren aan dat dit enkel kan na een grondwetswijziging en niet via een bijzondere wet. Het is duidelijk dat de Franstaligen in de rand de tweeledigheid van het federale België niet aanvaarden, en dat zij geen deel willen uitmaken van de provincie Vlaams-Brabant. De huidige structuur van België, en in het bijzonder het territorialiteitsbeginsel, wordt trouwens door een belangrijke groep Franstaligen verworpen. Zij erkennen niet dat alleen Vlaanderen binnen zijn eigen territorium autonoom een beleid kan uitwerken. Ze schermen met het argument dat de taalgrenzen niet als echte grenzen kunnen worden beschouwd en negeren de grondwet en de bijzondere wetten tot hervorming van de instellingen. De Franse Gemeenschap gebruikt al een paar jaar het label Communauté Française Wallonie-Bruxelles in advertenties in het buitenland. Ik kan u brochures laten zien waarin de landkaart van België in twee kleuren is verdeeld: één voor Vlaanderen en één voor Wallonië en Brussel. Dat suggereert een nieuwe institutionele realiteit, en negeert de tweetaligheid van Brussel. Maar welke Vlaamse minister heeft hiertegen al geprotesteerd? Ik kom ook terug op het feit dat de Waalse regering een belangenconflict inroept om de Vlaamse aanmoedigingspremies in het kader van het opleidingskrediet, het zorgkrediet en het loopbaanverminderingskrediet onmogelijk te maken. De Waalse regering zegt dat de Vlaamse het beginsel schendt dat de verscheidenheid van gewestelijke regelingen geen wanverhoudingen in de hand mag werken. En ik wijs erop dat het nationaal paritair comité voor het sociaal-cultureel werk vorige week communautair uiteengespat is. Voor het eerst hebben de Franstalige werkgevers en werknemers geweigerd om een cao van Vlaamse werkgevers en vakbonden te ondertekenen. In het paritair comité van de zieken- en rusthuizen dreigt hetzelfde zich voor te doen. Wat de Vlaamse woordvoerders van het sociaal-cultureel werk deed besluiten dat het nationaal paritair comité dan maar gesplitst moet worden. Het mag niet dienen om de sociale vooruitgang en de vermenselijking van de arbeid af te remmen.Mijn besluit uit deze en tal van andere voorbeelden is dat de kloof tussen Vlamingen en Walen onder deze regering allesbehalve gedicht is. Integendeel, elke dag opnieuw blijkt het verschil in politieke, economische, sociale en culturele visie. Dat is veel meer dan een taalprobleem. Laten we daar nu eens eindelijk de gepaste conclusies uit trekken en Vlaanderen en Wallonië zo autonoom mogelijk maken in een echt federaal België. Want België is geen lang leven meer beschoren als men niet snel ingrijpt. De gemeenschappen en gewesten moeten verdwijnen en plaatsmaken voor een deelstaat Vlaanderen en een deelstaat Wallonië. Duitstalig België moet uit het Waalse Gewest en moet zelf een deelstaat of gewest worden. En het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest blijft wat het nu is, een steeds internationaler wordende grootstad. Senelle: De federale grondwet heeft het in artikel 4 over vier taalgebieden, waarvan de grenzen in de praktijk vast liggen. Die indeling is de ruggengraat van het Belgische federale bestel. Het zou logisch zijn indien alle politieke en religieuze structuren de constitutionele indeling in taalgebieden eerbiedigen. Helaas zijn er drie taaie anachronismen: het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, en het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Ik heb al in 1997 op deze voor de Vlamingen onaanvaardbare situatie gewezen, maar ze bestaat nog altijd. Hoewel zowel het Arbitragehof als de Raad van State heeft gestipuleerd dat artikel 4 de grondwettelijke waarborg vormt voor de voorrang van de taal van het eentalige gebied, of van het tweetalige karakter van Brussel Hoofdstedelijk Gewest, en dat de grondwetgever met het begrip 'taalgebied' geen etnografische vaststelling heeft willen doen, maar een rechtsbegrip heeft willen instellen. Een taalgebied is niet een gebied waar een bepaalde taal wordt gesproken, maar een gebied waar in rechte een bepaalde taal moet worden gebruikt. Alle uitzonderingen daarop moeten restrictief geïnterpreteerd worden. Het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, dat anderhalf miljoen inwoners telt, strekt zich vandaag uit over twee taalgebieden (een Nederlandstalig en een tweetalig), twee gemeenschappen en twee gewesten. Dat moet worden gesplitst in een tweetalig arrondissement Brussel en een eentalig Vlaams arrondissement Halle-Vilvoorde. Hetzelfde geldt voor het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. En wat het aartsbisdom betreft, kan het Nederlandstalige deel bij het bisdom Antwerpen worden gevoegd, en het Franstalige deel bij het bisdom Namen. Het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijk Gewest kan dan de zetel van het aartsbisdom worden.Senelle: Ik blijf daarop hameren omdat die buiten alle proporties zijn. In Duitsland heeft het Constitutioneel Hof al in 1999 de Länderfinanzausgleich, de transfer van rijke naar minder rijke deelstaten, ongrondwettelijk verklaard omdat die overdracht buitensporig hoog was. Maar in België is het veel erger. De meest recente regionale rekeningen geven aan dat de Vlaamse economie sneller blijft groeien dan de Waalse en Brusselse. Het aandeel van Vlaanderen in de welvaartscreatie van dit land blijft stijgen, en dat betekent meteen ook dat de transfers toenemen. De belangrijkste drijfveer ervan is immers de relatief grotere bijdrage van Vlaanderen in de financiering van de federale begroting en van de sociale zekerheid, vergeleken bij wat het daaruit terugkrijgt. Die transfers werden voor 1999 door de KBC-studiedienst geraamd op 5 miljard euro, waarvan 2,75 miljard euro via de sociale zekerheid. En dat is dan nog een voorzichtige schatting. Ondanks al die transfers slaagt Wallonië er niet in economisch bij te benen. Erger, die transfers beletten Wallonië om zelf zijn dynamiek en competitiviteit op te krikken. Het Lambermontakkoord heeft daar niets aan veranderd. Ik til er zwaar aan dat geen enkele Vlaamse minister, noch in de federale noch in de Vlaamse regering, protesteert tegen deze voor Vlaanderen noodlottige gang van zaken. Moeten wij dan toch geloven dat de Vlaamse excellenties, zoals in Roodkapje, als Vlamingen vermomde Walen zijn? Het staat als een paal boven water dat qua financiën en economie Vlaanderen en Wallonië steeds verder uit elkaar groeien. 'De wet is de wet en is voor iedereen dezelfde', zei minister Didier Reynders (PRL) toen hij in de Kamer geïnterpelleerd werd over de Aquafin-problemen. En dus zal het Vlaamse Gewest voortaan 21 procent BTW moeten betalen op werkzaamheden uitgevoerd door Aquafin, terwijl het Waalse Gewest 0 procent BTW betaalt op die van de Waalse tegenhanger SPGE. En dus moeten Vlaamse gemeenten om rond te komen 10 procent meer belastingen heffen dan de Waalse omdat die 10 procent meer subsidie krijgen. De wet is inderdaad de wet, en alle Belgen zijn gelijk voor die wet, maar de Walen een beetje meer.Senelle: Ik vind de hele heisa die daarover gemaakt is absurd, en het kleine oproer in de Leuvense straten was geen pluspunt voor het Vlaamse imago. Dat eredoctoraat aan de koning of de troonopvolger is een jarenlange traditie, niets meer en niets minder. Het ogenblik was misschien niet gelukkig gekozen, men had makkelijk nog een paar jaar kunnen wachten tot Filip meer op de voorgrond getreden is. Ik betreur dat velen de persoon van de prins zelf in opspraak hebben willen brengen. Mijns inziens valt dat niet los te zien van wat ik net heb uitgelegd: het groeiende onbehagen in Vlaanderen over de moeilijke relatie met Wallonië en Brussel. Prins Filip is daarvan het slachtoffer, als in de kijker lopend lid van een koningshuis dat symbool staat voor een slecht functionerend federaal België. Senelle: De federale regering lapt 'haar eigen' Verklaring van Laken aan haar laars, en dat vind ik zeer erg. Het kernkabinet heeft beslist dat Di Rupo en De Gucht naar de Conventie gaan als vertegenwoordigers van Kamer en Senaat, hoewel ze daar geen van beiden deel van uitmaken. De Verklaring van Laken heeft het nochtans expliciet over 'twee leden van het nationale parlement'. Bovendien heeft de regering niet eens de moeite gedaan om Kamer of Senaat over deze beslissing te raadplegen. Dit is een intriest voorbeeld van de zo vaak aangeklaagde oude politieke cultuur, en een uiting te meer van het gebrek aan eerbied voor de federale parlementaire instellingen. Senelle: Minister van Staat is een eretitel, een erkenning van uitzonderlijke diensten aan het land, die geen enkel voordeel meebrengt. Tot nu toe viel die eer te beurt aan politici en gewezen politici met een indrukwekkende staat van dienst. De eerste minister van Staat was graaf Frederik de Merode, die door koning Leopold I in november 1831 bij koninklijk besluit werd benoemd. Sinds enige tijd heeft zich een spijtige evolutie voorgedaan, en wordt die onderscheiding ook toegekend aan politici die allerminst als bijzonder verdienstelijk kunnen worden beschouwd. Met de jongste reeks heeft men alle normen laten varen. Onder de nieuwe ministers van Staat zijn enkele politieke lichtgewichten die enkel in aanmerking kwamen ingevolge een politieke evenwichtsoefening. Als men dan toch die weg is ingeslagen, kunnen we beter ineens voor een totale hervorming kiezen, en de titel niet langer voorbehouden aan alleen politici. Men zou hem ook kunnen verlenen aan bedrijfsleiders, wetenschappers, kunstenaars en andere Belgen die op uitzonderlijke verdiensten voor dit land kunnen bogen. De Kroonraad, waarvan de ministers van Staat deel uitmaken, is al niet meer bijeen geweest sinds de Congocrisis in 1960 en heeft dus geen reden van bestaan. Zeker niet gezien de recente keuzen van ministers van Staat. Senelle: Dat is een barslecht idee. Het gaat in tegen een van de hoofdprincipes van het federalisme, namelijk dat het federale niveau en dat van de deelstaten streng gescheiden moeten zijn. De Vlaamse regering is een legislatuurregering, wat inhoudt dat ze in princiep aanblijft tijdens de duur van de legislatuur en die is vijf jaar. Het is een dwaasheid om het lot van het Vlaamse parlement te koppelen aan dat van de federale parlementen. Dat is de klok meer dan een kwarteeuw terugdraaien. Koen MeulenaereRobert Senelle is emeritus hoogleraar constitutioneel recht aan de Universiteit Gent.Robert Senelle: 'Zijn de Vlaamse excellenties dan toch als Vlamingen vermomde Walen? '