In de proloog schiet het mes heen en weer als een dier dat een spoor volgt. Gulpt het warme bloed over heft en hand. Laat iemand haar tanden in de witte buik zakken en klemt ze in een weldadige beet samen. 'Het is maar een spelletje.' De lezer weet onmiddellijk dat de moordenaar een vrouw is, maar leest een paar bladzijden verder dat de politie op zoek is naar 'de wolfman'.
...

In de proloog schiet het mes heen en weer als een dier dat een spoor volgt. Gulpt het warme bloed over heft en hand. Laat iemand haar tanden in de witte buik zakken en klemt ze in een weldadige beet samen. 'Het is maar een spelletje.' De lezer weet onmiddellijk dat de moordenaar een vrouw is, maar leest een paar bladzijden verder dat de politie op zoek is naar 'de wolfman'. Een gevoel van triomf valt nauwelijks te onderdrukken. Slimme lezer, domme politie. Wat te denken van de auteur, die een deel van de plot weggeeft vóór het verhaal nog maar begonnen is? De auteur is slimmer, geraffineerder en bekwamer dan lezer en politie samen. Want hij bedacht dit verhaal: het derde in een reeks van - tot nu toe - twaalf boeken rond inspecteur John Rebus van de Lothian and Borders Police in Edinburgh, Schotland. Hand & tand ( Tooth & Nail) - onlangs in sneltreinvaart na de eerste twee thrillers in vertaling uitgekomen - is naar hoopvolle verwachting van auteur Ian Rankin onderdeel van een serie die lezers een realistisch beeld moet geven van Schotland aan het einde van de twintigste, en het begin van de eenentwintigste eeuw. Duidelijk geen auteur die omwille van de spanning gladde verhalen presenteert, zelfs geen uitgesproken misdaadauteur; waar het hem om gaat is: life's messy complexity . Schots, donker, gotisch, de hedendaagse maatschappij analyserend, op een onderhoudende manier verteld, toegankelijk voor veel lezers. Wie anders zou de hoofdpersoon kunnen zijn dan een politieman, die met alle lagen van de bevolking in aanraking komt en die sterk aangetrokken wordt door de duistere, menselijke kanten, die hem zelf ook niet vreemd zijn. Inspecteur John Rebus is een Schot, daar kan geen misverstand over bestaan. Doorgaans verricht hij zijn werk in Edinburgh, een stad met veel uiterlijk schoon en minstens zoveel innerlijk vuil; een gegeven dat de auteur nooit genoeg lijkt te kunnen benadrukken. Ditmaal, voor één keer, is hij in Hand & tand naar Londen ontboden, om te helpen bij het onderzoek naar een meervoudige moordenaar. DE KILLE VERSCHRIKKINGOmdat hij eerder een serie kindermoorden heeft opgelost en de moordenaar te pakken kreeg - die in feite geen seriemoordenaar was -, heeft hij toch de reputatie verworven van expert op het gebied van seriemoordenaars. Hij haat Londen, groot en dichtbevolkt, met ongeveer tien miljoen mensen, twee keer de bevolking van heel Schotland. Na een voorval in de metro met een razende, tierende zwerver waar niemand op reageerde, dacht hij: 'Dit was geen omgeving waarin goed en kwaad iets betekenden; het was hier in ethisch opzicht een vacuüm. En dat vond Rebus doodeng.' Hij voelt zich een buitenstaander en wordt ook als zodanig behandeld. Een mooi voorbeeld daarvan is de reactie van inspecteur George Flight, met wie hij moet samenwerken, op de uitspraak van Rebus, na de moord op een vrouw die op zondag een café had bezocht: 'Iets als dit zou natuurlijk in Schotland niet hebben kunnen gebeuren.' Flight: 'Hoezo niet? Zijn jullie daar in het ijzige noorden te beschaafd voor? Ik kan me nog herinneren dat de ergste voetbalhooligans uit Schotland kwamen.'... Rebus: 'Nee..., onze drankgelegenheden zijn op zondag niet open.'KJODK, denkt Rebus niet voor de laatste maal. Krijg Jij Ook De Kolere. Geen gegeven waarmee het spannende verhaal valt of staat, wel een gegeven dat de hoofdpersoon dichterbij brengt. Rebus: ongemakkelijk in de omgang met anderen, te veel drank, te veel sigaretten, een onhandige verhouding met zijn ex-vrouw en zijn tienerdochter, gelovig, omringd door geesten van dode slachtoffers uit het verleden, ademt de lezer zwaar in het gezicht. Vier vrouwen zijn er vermoord, in drie maanden tijd, en de moordenaar, die wolfman wordt genoemd omdat zijn eerste slachtoffer in Wolf Street werd gevonden, voert het tempo op. De keel afsnijden. De anus doorboren. In de buik bijten. Is er sprake van een ritueel element? Vol afschuw ziet Rebus - afgestompt is hij niet - de kille verschrikking onder ogen. Naast de jacht van de politie volgen we ook gedachten en handelingen van de moordenaar en diens drang om almaar sneller te moorden. 'Dood aan de kunst, moord is kunst, de wet is kut, weg met de rijken', spuit ze met zwarte verf op de muur. Rebus is bereid iedereen te verdenken: van politieman tot patholoog. Hij krijgt hulp van een jonge psychologe, die een profiel van de wolfman opstelt. Maar niemand is wie hij lijkt te zijn en de auteur zet Rebus - en ons - voortdurend op het verkeerde been. Realistisch van sfeer, spannend en goed opgeschreven, een keur aan complexe, maar geloofwaardige karakters, een harde plot. Wat kunnen we anders doen dan aan het einde - samen met Rebus, op weg naar huis - God dankbaar zijn dat verhoudingsgewijs maar weinig mensen met het kwaad te maken krijgen. En wat de man betreft die tegenover hem in de trein gaat zitten, met zijn walkman op vol volume: KJODK.Ian Rankin, 'Hand & tand', Luitingh-Sijthoff, Amsterdam, 255 blz., 600 fr.Ineke van den Bergen