In de Servische provincie Kosovo staat de barometer op gevaarlijk. De spanning tus- sen volksalbanezen en Serviërs loopt op.
...

In de Servische provincie Kosovo staat de barometer op gevaarlijk. De spanning tus- sen volksalbanezen en Serviërs loopt op. HET BEGON toen een Serviër vanop zijn balkon in de provinciehoofdplaats Pristina een volksalbanese student doodschoot. Hij dacht dat de jongeman zijn auto wou stelen. De dag erna viel een gemaskerde een restaurant binnen in Decani. Hij doodde drie Serviërs en verwondde er twee. In Stimlje werd een Servische politieman omgebracht. Daar is drie procent van de bevolking Servisch en de Servische politie terroriseert er de volksalbanese meerderheid. In Pec verwondden onbekenden twee politieagenten. Bij Velika Reka werd een bom gegooid naar Albanese koeienhoedertjes, in een wei. Een jongen stierf, vier van zijn vrienden raakten gewond. Terwijl in Bosnië aan vrede wordt gesleuteld, staat Kosovo aan de rand van oorlog. Elisabeth Rehn, VN-rapporteur voor de mensenrechten in ex-Joegoslavië, voerde in de explosieve Servische provincie gesprekken met vertegenwoordigers van de volksalbanezen en met de Servische autoriteiten. ?Want we mogen geen tweede Bosnië laten ontstaan,? verklaarde ze. De door de staat gecontroleerde media proberen de gebeurtenissen te minimaliseren. De politie arresteerde de Serviër Zlatibor Jovanovic die de Albanese student Armend Daci doodschoot. Het zou gaan om een misdaad zonder politieke achtergrond. Een vooraanstaand Albanees intellectueel uit Kosovo, Shqelzen Maliqi, reageerde daarop met ?een toevallige moord bestaat niet.? De overheid heeft de Serviërs in de provincie bewapend en de volksalbanezen ontwapend. Er bestaan geen officiële of onofficiële versies van de incidenten. Niemand weet wie verantwoordelijk is voor de kettingreactie na de moord op Daci. Kosovaarse politici vinden de terroristische incidenten al even slecht uitkomen voor de regering van president Slobodan Milosevic van Servië als voor het Albanees Alternatief van Ibrahim Rugova. Er is sprake van een Bevrijdingsleger, maar dat is onbekend bij de volksalbanezen en bij de Servische politie. Het vermoeden bestaat overigens dat noch die politie, noch het parallelle Albanese gezag de situatie beheersen. UITSTEL.Rudolf Perina, assistent voor Europa en Canada van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en zaakgelastigde van de Amerikaanse ambassade in Belgrado, reisde naar Pristina. Hij wou de volksalbanese leider Rugova ervan overtuigen dat Washington hem niet vergeet en beklemtoonde dat Kosovo een van de topprioriteiten is van de Amerikaanse buitenlandpolitiek. De Albanezen verwachtten Kosovo onmiddellijk na de vredesbesprekingen over Bosnië (december) op de agenda. Maar nu de internationale gemeenschap voor zware moeilijkheden staat in Bosnië, lijkt ze de behandeling van het probleem uit te stellen. De verklaring ligt voor de hand : als het Westen vrede wil in Bosnië, heeft het de hulp van Milosevic nodig. Zo gauw ze het punt Kosovo stelt, kan de internationale gemeenschap echter niet meer op de medewerking van Milosevic rekenen. Want diens nationale politiek laat geen ruimte voor een brede autonomie van de provincie, laat staan voor een soeverein Kosovo. Via tien jaar propaganda hamerde de Servische regering er bij de gewone mens in dat de onafhankelijkheid van Kosovo gelijk staat met een oorlogsdaad. In die omstandigheden onderhandelen, is moeilijk. De volksalbanezen eisen de terugtrekking van politie en leger alvorens te onderhandelen met toezicht van internationale waarnemers. Hun uiteindelijke doel is een onafhankelijke staat. Rugova stelt vier jaar voor als overgangsperiode naar soevereiniteit. In die tijd zou een internationale administratie Kosovo besturen. Tegelijk zou het gedemilitariseerd worden en kan een normaal politiek leven ontstaan. Officieel weigert Servië niet te onderhandelen, maar het begint er niet aan. Belgrado wil dat de volksalbanezen deelnemen aan het politieke bedrijf en hun rechten via verkiezingen opeisen. Aangezien ze een absolute meerderheid vormen in Kosovo zouden ze daar alle touwtjes in handen krijgen. Maar de huidige Servische grondwet geeft aan autonome provincies (Vojvodina en Kosovo) heel weinig macht, zodat een Albanese overwinning bij verkiezingen slechts kruimels zou opleveren. De internationale gemeenschap steunt voorlopig de volksalbanese eis van onafhankelijkheid niet. Ze vraagt wel ruime autonomie voor de provincie. Minstens dezelfde autonomie als het landsdeel had in de grondwet van 1974. De nieuwbenoemde Britse ambassadeur in Belgrado, Ivor Roberts, omschreef Kosovo onlangs als een Servische binnenlandse kwestie. Later zwakte hij zijn uitspraak af. De westerse bondgenoten zijn het duidelijk niet eens over het herstel van de democratie en de bescherming van de mensenrechten in de provincie. De recente incidenten wijzen er wel op dat de Albanezen hun geduld beginnen te verliezen en nog maar weinig vertrouwen stellen in het vreedzaam verzet, gepredikt door Rugova. Komen ze zonder steun van de internationale gemeenschap in opstand tegen Servië ? De Servische regering zal alleszins meewerken aan het bereiken van vrede in Bosnië, om van de internationale gemeenschap begrip retour te krijgen voor haar politiek in Kosovo. Het Westen moet dat begrip betonen, zolang Bosnië niet is gestabiliseerd. Onderhandelingen tussen volksalbanezen en Serviërs kunnen dan ook nog een tijd op zich laten wachten. Branislav MilosevicBoodschappen lezen op de plek waar Armend Daci werd doodgeschoten.