Op 16 augustus 2007 brak in Denemarken een beperkte epidemie uit van shigella, dysenterie veroorzaakt door bacillen. Zowat 120 mensen raakten besmet na het eten van babymais uit Thailand. Niet dodelijk, vooral door het snelle ingrijpen van de Fodevareregion Ost, het voedselagentschap. Twee dagen later al verzond het een Waarschuwingsrapport. Langs de Wereldgezondheids-organisatie (WHO) om.
...

Op 16 augustus 2007 brak in Denemarken een beperkte epidemie uit van shigella, dysenterie veroorzaakt door bacillen. Zowat 120 mensen raakten besmet na het eten van babymais uit Thailand. Niet dodelijk, vooral door het snelle ingrijpen van de Fodevareregion Ost, het voedselagentschap. Twee dagen later al verzond het een Waarschuwingsrapport. Langs de Wereldgezondheids-organisatie (WHO) om. Alleen: het duurde tien dagen vooraleer China Taiwan inlichtte over de mogelijke besmettingsbronnen. Peking eist dat alle VN-organisaties aanvaarden dat Taiwan een onverbrekelijk deel is van de Volksrepubliek. En dat het gezondheidsbeleid dus ook centraal geleid wordt vanuit Peking. Dat is niet alleen omslachtig. Het is kortzichtig en gevaarlijk. Of er inderdaad een geheime intentieverklaring is ondertekend tussen de WHO en de regering in Peking, zoals de Taiwanese minister van Volksgezondheid Sheng-mou Hou volhoudt, valt moeilijk te bevestigen. De WHO moet dan vooraf Peking raadplegen om hulp te kunnen bieden aan Taiwan in geval van een epidemie. De website van de WHO houdt inderdaad angstvallig vast aan 'China (Provincie Taiwan)'. Dat is vooral vreemd omdat de spectaculaire economische toenadering tussen Peking en Taipei, na de ontmoeting van toekomstig vicepresident Vincent Siew op een zakenbeurs in Hainan met president Hu Jintao van de Volksrepubliek, tot tegenstrijdige uitspraken heeft geleid. Minister van handel Chen Deming zei onomwonden: 'De Chinese en Taiwanese economie hebben zich in verschillende omstandigheden ontwikkeld. Het potentieel voor een verdere ontwikkeling is enorm.' Wat geldt voor de portemonnee geldt blijkbaar niet voor de volksgezondheid. Ook daar hebben China en Taiwan een heel andere ontwikkeling gekend. Maar toen de SARS-epidemie uitbrak in 2003 hield Peking zich van den domme. Terecht zegt Hou dat de grote sociale mobiliteit (luchtverkeer langs Hongkong vooral) snelle verspreiding van ziektes in de hand werkt, met ook serieuze gevolgen voor handel en economie. Taiwan maakte op 22 mei van dat jaar de rekening op: 463 besmettingen en 60 dodelijke slachtoffers. Idem dito voor de vogelgriep. In China zijn al 30 gevallen gemeld tot begin dit jaar, met 20 doden tot gevolg. Taiwan kijkt scherp toe, het eiland is een rustplaats voor zwermen trekvogels. Het tart daarom alle logica een land uit te sluiten van 'diplomatie, samenwerking, transparantie en voorbereid zijn'. De kerntaken, zegt WHO-baas Margaret Chan. Uit Hongkong. En dus niet echt onafhankelijk van Peking. Peking verkrijgt bovendien al vier jaar dat geen enkele journalist uit Taiwan de jaarvergadering van de WHO in Genève mag bijwonen. Ook straks niet, op 19 mei. Een doorn in het oog van de IFJ, het Internationaal Verbond van Journalisten dat 600.000 leden overkoepelt. 'Bureaucratie mag het risico voor ziekteverspreiding niet in de hand werken', zegt de IFJ, die zich beroept op artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ('vrijheid van informatie, over de grenzen heen'). Politiek is een slechte voedstervader voor vrije nieuwsgaring. Het is dan ook met argwaan dat Taiwans nieuwe president Ma Ying-jeou gevolgd wordt. Hij wil geen poging doen om volwaardig lid te worden van de WHO, en zeker niet onder de naam Taiwan. Wel als 'Chinees Taipei'. En een status als waarnemer volstaat voor hem. Het hemd zal wel nader zijn dan de Roc ( Republic of China, zoals Taiwan officieel heette). Lukas De Vos