Een bol mannetje met een misprijzende blik en korte armpjes. Ze noemen hem moedig, ze zweren dat hij slim is. Hij heeft een mening over alles, dat wel. Hij heet Ehud Brog, later Barak, en werd in 1942 in een kibboets bij Netanya geboren. Op zijn achttiende werd hij soldaat en twee jaar later infanterieluitenant. In de oorlog van 1973 voerde hij een tankbataljon aan en later was hij brigadegeneraal, hoofd van de militaire inlichtingendienst, commandant van de regio Centrum en de Bezette Gebieden en hoofd van de generale staf. Op 1 januari 1995 ging hij met pensioen. Een bliksemcarrière voor Ehud Brog - de nieuwe naam 'Barak' is Hebreeuws voor 'bliksem'.
...

Een bol mannetje met een misprijzende blik en korte armpjes. Ze noemen hem moedig, ze zweren dat hij slim is. Hij heeft een mening over alles, dat wel. Hij heet Ehud Brog, later Barak, en werd in 1942 in een kibboets bij Netanya geboren. Op zijn achttiende werd hij soldaat en twee jaar later infanterieluitenant. In de oorlog van 1973 voerde hij een tankbataljon aan en later was hij brigadegeneraal, hoofd van de militaire inlichtingendienst, commandant van de regio Centrum en de Bezette Gebieden en hoofd van de generale staf. Op 1 januari 1995 ging hij met pensioen. Een bliksemcarrière voor Ehud Brog - de nieuwe naam 'Barak' is Hebreeuws voor 'bliksem'.Zijn militair vruchtbaarste jaren diende hij bij de speciale eenheid Sayeret Matkal, de elitecommando-eenheid van Israëls speciale diensten: antiterrorisme, commandoraids, moorden. Onder meer verantwoordelijk voor de planning van de moord op de nummer twee van de PLO, Aboe Djihad, in zijn huis in Tunis in april 1988. Vandaar zijn reputatie in Palestijnse kringen dat hij chef van de geheime dienst geweest zou zijn, een aartsmanipulator, een sluw en kronkelig brein. Dat brein is trouwens licentiaat Fysica en Wiskunde aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem. Hij heeft alles gedaan: wetenschap, oorlog, antiterrorisme, geheime diensten, militair commandant over bezet gebied en zelfs heel even minster onder Yitzhak Rabin. Toen de Travaillistische Partij van Shimon Peres - en de vermoorde Rabin - in 1996 snel iemand nodig had om de verkiezingen tegen Likoedleider Benyamin 'Bibi' Netanyahu te winnen, werd hij lijsttrekker. Snel werd hij lid van de partij. In mei 1997 was Shimon Peres partijleider af, drie weken later werd Ehud Barak door de militanten geplebisciteerd. In het Israëlische vredeskamp hadden velen daar bedenkingen bij. Eigenlijk had Peres die lijst moeten trekken, maar die verliest nu eenmaal alle verkiezingen. En op dat moment was het winnende model bij de travaillisten Yitzhak Rabin. Hij was de ruwe bolster met de zachte pit, de generaal van 1967 en van 1973, de man van de daad die niet kon praten en geen das kon strikken, maar die wel het vredesakkoord met de Palestijnen getekend had, en daarvoor met zijn leven betaald had. Hoewel Ehud Barak een heel ander personage was, werd hij toch in grote lijnen volgens dat model geselecteerd. Al was hij vooral negatief gedefinieerd: zeker niet links, veeleer rechts, vriend van de havikachtige no-nonsensetendens van de partij, niet van de 'gauchisten' van coalitiepartner Meretz, en ook niet van de 'Oslokliek' rond Peres en Yossi Beilin, die door rechts Israël van de uitverkoop van het patrimonium verdacht werden. Voor de linkervleugel van de partij was hij onderwerp van verhitte discussies. Ondanks al zijn glorie kende men de man eigenlijk niet, niemand wist waar hij voor stond. Vrede, niemand wist wat hij daarmee bedoelde. Zo houterig en onmededeelzaam als Ehud Barak op televisie kwam, zo onhandig had zelfs in Israël nog niemand verkiezingen gewonnen. Hij voerde campagne op een vredesplatform, met als eerste belofte dat hij binnen het jaar de Israëlische troepen uit Libanon terug zou trekken. Hij won de verkiezingen tegen Netanyahu op een triomfantelijke manier.DE VERLOREN ZOONDat het na zo'n grote overwinning toch moeilijk bleek om een regering samen te stellen, was de eerste aanwijzing dat het mis ging. Barak wilde de Arabisch-Israëlische partijen er niet in, en de religieuze Shasspartij wel. Want hij wilde een zo groot mogelijke meerderheid in het parlement. Dat was vreemd, want elk Israëlisch kind wist dat hij zich op die manier aan voorspelbare chantage zou blootstellen. De tweede aanwijzing dat het mis ging - de regering was er intussen - bleek uit het geaarzel en geschipper tussen Syrië en de Palestijnen. Er werd gezegd dat Barak eerst een deugdelijk vredesakkoord met Syrië wilde. Damascus had immers een groot leger en zo zou hij zijn leger zonder verdere schade uit het Libanese kluwen willen terugtrekken. Daarna kon hij de kwestie regelen met de Palestijnen, die geen leger hadden en die hij wel met enkele, in Israëlische ogen niet geringe, toegevingen zou kunnen paaien. Bij de Amerikanen werd Barak als een verloren zoon binnengehaald. Maar ze merkten al gauw dat zijn politiek vol tegenstrijdigheden zat, en dat de dappere generaal naar niemand luisterde. Is het daarom dat president Bill Clinton méér initiatief begon te nemen dan men geredelijk van hem kon verwachten en dat de VS-diplomatie van mislukte top naar geflopte conferentie ging? In Genève ontspoorde de toch 'zo goed als zekere' Syrië-politiek. Clinton, in gesprek met de Syriër Hafez el Assad, verdedigde onomwonden het Israëlische standpunt. Het was te nemen of te laten. Assad voelde zich belogen en ging naar huis. Dan maar het Palestijnse probleem eerst. Maar de Palestijnen wisten al dat ze bedrogen waren. Deze generaal, die met zijn eigen mensen niet eens overleg pleegde, was wel bereid om een Palestijnse staat te erkennen. Maar op zijn eigen voorwaarden: ongeveer de helft van de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook met alle Israëlische kolonies erin, Jeruzalem helemaal Israëlisch voor altijd, geen terugkeer van vluchtelingen... Dat was voor de Palestijnse leiding met Yasser Arafat een onaanvaardbaar pakket. Dat was trouwens volledig in tegenspraak met de aanvaarde en ondertekende principes van Oslo.PRESTIGIEUS VERZETDe koppigheid van Ehud Barak gekoppeld aan het haastige optimisme van president Bill Clinton heeft uiteindelijk de cocktail opgeleverd die de grote vredesconferenties van vorig jaar liet mislukken. Na het afhaken van Assad moesten die troepen snel uit Libanon gehaald worden. Als militaire operatie was dat een puik en onverwacht werkstuk waarbij heel wat tegenstanders voor schut gezet werden. Niet in het minst de 'bondgenoten' van Israël in Zuid-Libanon, de militie van het Zuid-Libanese Leger die koudweg in de steek werden gelaten en aan de Hezbollah en de volkswoede waren overgeleverd. De Hezbollah kreeg een torenhoog prestige als 'de verzetsgroep die de Israëlische bezetter verjaagd had', met name bij de Palestijnen in de Bezette Gebieden die hun autoriteit met de zwarte sjiïetenmilitie gingen vergelijken. Camp David mislukte om dezelfde reden: Barak wou wel wat wijken, maar op zijn eigen voorwaarden. En dat was niet genoeg voor de Palestijnen. Jeruzalem was bespreekbaar, maar werd niet écht besproken. De kolonies konden ter discussie gesteld worden, maar moesten blijven. En onder geen enkele premier waren die strategische kolonies meer aangegroeid dan onder Ehud Barak. Waarom zouden ze hem vertrouwen? Die eigengereide voorstellen waren zelfs niet met de eigen achterban doorgenomen. In Israël zelf had Barak een 'antireligieuze revolutie' willen ontketenen, om het probleem van de lekenstaat versus de religieuze jodenstaat uit de wereld te helpen. Dat was al gauw afgeblazen, maar het leverde hem wel de vijandigheid van de religieuzen op. En toen begon de opstand: schieten met scherp op vrouwen en kinderen, zogenaamd om erger te voorkomen. Militair gezien een verdedigbare optie, maar zelfs in Israël op lange termijn politieke zelfmoord. Plots had hij niets anders meer in handen, geen politiek of militair alternatief, behalve het belachelijke idee van resolute 'scheiding' van de gemeenschappen. En hij had geen regering meer. Zijn oude vijanden Peres en Beilin kwamen eraan te pas om de brokken samen te houden en de dialoog met de Palestijnen weer op gang te brengen. Er wordt gezegd dat hij de vervroegde verkiezingen die hij uitriep niet kan winnen zonder een algemeen akkoord met de Palestijnen. Dat wil hij zelf eigenlijk niet, en zal hij niet krijgen. Zelfs mét zo'n akkoord kan hij ze niet winnen. De enige mogelijkheid is dat hij zich op het allerlaatste moment laat vervangen door de eeuwige Shimon Peres, de man die het allemaal zoveel beter weet. En dat die door een goed gemikt mirakel deze keer wél verkozen wordt. Of dat tegenstander Ariël Sharon alsnog op zijn gezicht gaat. Maar of dat veel winst voor Israël en voor de geplaagde volkeren van het Midden-Oosten betekent, is een andere vraag.Sus van Elzen