Mieren en bijen zijn sociale insecten met een vrij ingewikkeld maatschappelijk leven: er is de koningin die eieren legt, er zijn steriele werksters die de kolonie runnen, en er zijn ook wat mannetjes die grotendeels overbodig zijn, behalve als er een koningin bevrucht moet worden. Om dat alles in goede banen te leiden, produceert de koningin feromonen: hormonen met een werking op andere lichamen dan het eigen lichaam. Die zorgen ervoor dat haar dochters onvruchtbaar zijn. Een hechte familieband is crucia...

Mieren en bijen zijn sociale insecten met een vrij ingewikkeld maatschappelijk leven: er is de koningin die eieren legt, er zijn steriele werksters die de kolonie runnen, en er zijn ook wat mannetjes die grotendeels overbodig zijn, behalve als er een koningin bevrucht moet worden. Om dat alles in goede banen te leiden, produceert de koningin feromonen: hormonen met een werking op andere lichamen dan het eigen lichaam. Die zorgen ervoor dat haar dochters onvruchtbaar zijn. Een hechte familieband is cruciaal voor het succes van deze diertjes. Een samenwerking die zo intens is als bij deze sociale insecten kan alleen als de leden van een gemeenschap sterk verwant zijn aan elkaar. Mensen krijgen zoiets niet voor elkaar, ondanks het feit dat ook wij in een complexe maatschappelijke structuur leven. Maar wij zijn veel meer met onszelf bezig dan de individuele mier of bij. Bioloog Tom Wenseleers en zijn collega's van de KU Leuven publiceren in Science gegevens die aantonen dat de koninginnenferomonen van mieren, bijen en wespen sterk op elkaar lijken. Het zijn allemaal verzadigde koolwaterstoffen. Een synthetische versie van die stoffen, die de onderzoekers zelf maakten, bleek in staat om werksters van alle soorten onvruchtbaar te maken. Ook de vrouwtjes van solitaire bijen produceren verzadigde koolwaterstoffen. Zij gebruiken die om mannetjes aan te trekken. De Leuvense biologen gaan ervan uit dat de koninginnenferomonen hun oorsprong vinden in een solitair levende voorouder van bijen, mieren en wespen, die volgens hun analyses zo'n 145 miljoen jaar geleden leefde. De stoffen moeten dus heel krachtig zijn, want ze zijn zonder veel verandering bewaard in de loop van de evolutionaire geschiedenis. Dat wil niet zeggen dat er onderweg geen aanpassingen aan het bijen- en mierenleven gebeurden. Een studie in het vakblad Molecular Ecology legt uit dat verschillen in de mate waarin bepaalde genen worden overgeschreven in eiwitten, verantwoordelijk zijn voor de onderverdeling van miertjes in kasten, zoals de koningin, de broedverzorgende werksters, de voedselzoekende werksters en de soldaten. Een soldaat kan tot honderd keer zwaarder zijn dan een werkstermiertje, maar toch dragen beide hetzelfde genoom. Het onderzoek wijst uit dat de genetische constellatie van de koningin sterk lijkt op die van solitair levende insecten. Wat zou betekenen dat de 'werkster' pas later in de loop van de evolutie is opgedoken. Dat sluit mooi aan bij het werk over de feromonen.Werksterbijen zijn genetisch van recentere datum dan koninginnen.