In de jaren '70 zat hij nooit om een of andere griezelige grap verlegen en ze worden vandaag weer gretig in herinnering gebracht. Maar als Idi Amin Dada, 78 onderhand, weer van zich doet spreken, is het niet zoals hij het zou willen. Hij is in zijn Saudische ballingsoord Jeddah met ernstige kwalen in het ziekenhuis opgenomen en zijn leven lijkt aan een zijden draad te hangen. Maar in zijn eigen land, het Oost-Afrikaanse Uganda, zijn er slechts weinigen die al om zijn grollen kunnen lachen. Tenslotte heeft zijn bewind talloos veel mensen het leven gekost, 300.000, schat men, misschien wel een half miljoen.
...

In de jaren '70 zat hij nooit om een of andere griezelige grap verlegen en ze worden vandaag weer gretig in herinnering gebracht. Maar als Idi Amin Dada, 78 onderhand, weer van zich doet spreken, is het niet zoals hij het zou willen. Hij is in zijn Saudische ballingsoord Jeddah met ernstige kwalen in het ziekenhuis opgenomen en zijn leven lijkt aan een zijden draad te hangen. Maar in zijn eigen land, het Oost-Afrikaanse Uganda, zijn er slechts weinigen die al om zijn grollen kunnen lachen. Tenslotte heeft zijn bewind talloos veel mensen het leven gekost, 300.000, schat men, misschien wel een half miljoen. Idi Amin kwam met een staatsgreep aan de macht en kon het acht jaar lang uitzingen. Dat was in de jaren '70, de hoogtijdagen van de Afrikaanse dictatuur. Een decennium eerder waren de meeste landen op het continent onafhankelijk geworden, maar de meeste waren dat nauwelijks in de echte zin van het woord. De Europese metropolen trachtten er nog altijd hun invloed te laten gelden, met de toenmalige Sovjet-Unie of de Verenigde Staten, al naargelang, als roergangers van de politieke koers. Ze hadden hun marionetten ter plekke, die een boeltje moesten zien te beredderen dat alle littekens van het kolonialisme droeg: sociaal en cultureel ontwrichte samenlevingen, een politieke cultuur gekenmerkt door ongelijkheid, misprijzen en geweld. Het kwam Londen goed uit toen legerchef Idi Amin in de Britse ex-kolonie Uganda president Milton Obote in 1971 met een staatsgreep afzette. Obote dreef in de ogen van de Britten en de Amerikanen te ver af richting socialisme - wat dat ook mocht betekenen - en knorde te vaak over de blanke minderheidsregimes in Rhodesië (nu Zimbabwe) en Zuid-Afrika. Amin was tenslotte, als een onversneden product van de Britse koloniale overheersing, 'hun' man. Voor de vermoedelijk in 1925 geboren Idi Amin gold het Britse koloniale leger, de King's African Rifles, zelfs als een surrogaatgezin. Hij diende er eerst als keukenhulpje, daarna, gezien zijn fysieke kracht, als soldaat. Hij excelleerde in de koloniale strijd tegen de Mau-Mau-opstand, in rugby en vooral in boksen. Van 1951 tot 1960 was hij Ugandees kampioen bij de zwaargewichten. Toen al liet hij zich opmerken door zijn obsessies: wreedheid (die ongestraft bleef, omdat ze de kolonisator nu eenmaal goed uitkwam), eten (de boomlange Amin woog ruim 120 kilogram) en seks. Amin liep alle denkbare geslachtsziekten op, opteerde als moslim systematisch voor de polygamie, hield er constant liefjes op na, is de vader van, naar eigen tellen, 43 kinderen en onlangs nog heette het dat hij veertig sinaasappelen per dag eet omdat hij hoopt daarmee zijn potentie op peil te houden. Na Uganda's onafhankelijkheid in 1962 maakte Amin pijlsnel carrière in het leger. Toen Uganda in 1964-65 rebellieën in Congo steunde, liet Amin zich daarvoor betalen met goud en ivoor. Zo maakte hij fortuin, dat hij nog verder aandikte met diefstal uit de legerkas. Hij financierde ermee een privé-militie met vechtjassen uit de Kakwa-stam in Noordwest-Uganda waartoe hij zelf behoorde. Hij werd een kopzorg voor Obote en om te voorkomen dat hij zou worden gearresteerd, pleegde Amin - met goedkeuring van Londen - zijn staatsgreep op een moment dat de president in Singapore een top van de Commonwealth bijwoonde. Volgens de Britse schrijver Giles Foden, die een roman schreef over Amin, koesterde Uganda's dictator een oedipale relatie met de oud-kolonisator. Hij deed in elk geval zozeer zijn best om Londen ter wille te zijn, dat het de Britten haast geneerde. Hij bedacht zichzelf met allerlei Britse militaire eretekens en liet zich op de thee inviteren bij de Britse koningin, die hij zozeer verbijsterde met zijn wartaal, dat ze achteraf reageerde met: 'Hij sprak iets wat op Engels leek, maar je moet er mij verder niets over vragen'. Amin was dan ook een quasi-ongeletterde zonder de minste opleiding. Van het landsbestuur had hij absoluut geen verstand en hij zag het staatsmanschap als het doen van irrealistische beloften waarvan hij verwachtte dat zijn ministers ze zonder meer zouden uitvoeren. De Ugandese economie verzonk in een chaos. Naar eigen zeggen fluisterde God Amin in 1972 in om zich te ontdoen van de Aziatische middenklasse. Ruim 50.000 Indiërs en Pakistanezen moesten, onder het mom van een 'afrikanisering' van de Ugandese economie, het land binnen de drie maanden verlaten. Amin verdeelde hun bezittingen onder zijn aanhangers - een geschikte manier om hun trouw af te kopen. In het toenmalige Zaïre had dictator Mobutu Sese Seko het hem voorgedaan (weliswaar zonder de niet-Zaïrese handelaars aan de deur te zetten), met dezelfde rampzalige gevolgen. Amin profileerde zich als een groteske paljas, een karikatuur van de modale Afrikaanse dictator. Kon het Westen gniffelen om zijn ruwe fratsen - bijvoorbeeld toen hij zich door een half dozijn Britse zakenlui in een draagstoel liet ronddragen -, in Uganda zelf deed men dat veel minder. Het moorden begon van bij zijn machtsovername. Eerst gingen de officieren eraan die niet aan zijn coup hadden meegedaan, plus de Langi- en Achobi-soldaten die hij ervan verdacht Obote trouw te blijven. Zijn privé-leger trok plunderend, moordend en verkrachtend door het land. Politieke opponenten en intellectuelen bejegende hij met een onvoorstelbare wreedheid. Hij liet hen 'verdwijnen', opsluiten, martelen (met spijkers, messen en hamers als geprefereerde instrumenten) en vervolgens vermoorden, waarna hun lijken niet zelden werden gevoederd aan de krokodillen in het Victoriameer. Tot zijn honderdduizenden slachtoffers behoorden ook ministers, zijn overspelige echtgenote Kay, een anglicaanse bisschop en een opperrechter. Van sommigen van zijn slachtoffers bewaarde hij het hoofd in de koelkast van zijn buitenverblijf op het paradijselijke eiland Musuku. Hij liet al eens zo'n hoofd bij hem op tafel zetten om het tijdens het avondeten bestraffend toe te spreken. Dat hij zich ook aan kannibalisme heeft bezondigd, is nooit bewezen. Zijn terreurbewind deed de relatie van Idi Amin - inmiddels veldmaarschalk en president voor het leven - met het Westen verzuren. Hij loofde Hitler en kraamde nog tal van dergelijke stommiteiten uit. Om de Britten te jennen, wilde hij de vacante functie van koning van Schotland opnemen. Amin nam een zogeheten anti-imperialistische retoriek aan, tegen het neokolonialisme, de blanke minderheidsregimes en Israël. Dat verschafte hem een zeker krediet bij zijn collega-dictators - wat helaas ook het leven van zijn regime rekte. In 1975 mocht hij zelfs de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid voorzitten. Een soortgelijk aura als vrijheidsstrijder redt de dolgedraaide dictatuur van Robert Mugabe van Zimbabwe vandaag nog altijd van een openlijke veroordeling door andere Afrikaanse regimes. Idi Amin beging zijn ultieme vergissing toen hij in 1978 buurland Tanzania aanviel en de betwiste Kagera-driehoek bezette. Zeven maanden later, op 11 april 1979, brachten Tanzaniaanse soldaten en gevluchte opposanten van Amin de afgezette Milton Obote opnieuw aan de macht. Tot die bannelingen behoorden Yoweri Museveni, die zich tegen Obote keerde en vandaag president van Uganda is, en diens veiligheidschef Paul Kagame, nu president van Rwanda. Amin vluchtte eerst naar Libië, maar een jaar of tien geleden bood Saudi-Arabië hem, uit moslimsolidariteit, een onderkomen aan, een royaal pensioen inbegrepen. Sindsdien leeft Amin daar in volle rust, met vier vrouwen, een paar dozijn nakomelingen, een vloot glimmende limousines en veertig sinaasappelen per dag. De misdaad, hoe gruwelijk ook, wordt niet altijd bestraft, als er maar een of andere raison d'état mee gediend is. Dat belang was, in Amins geval, eerst het westerse, daarna het panafrikaanse ideaal, maar zeker niet dat van het Ugandese volk of van het Afrikaanse imago. Marc Reynebeau'Hij sprak iets wat op Engels leek, maar verder moet je er mij niets over vragen.'