'De ongekroonde koning van Katanga' wordt hij weleens genoemd. George Forrest, telg van een Nieuw-Zeelandse familie en later genaturaliseerd tot Belg, bouwde zijn imperium op twee pijlers: een bedrijvengroep in Europa (George Forrest International Europe) met hoofdzetel in Waver, en een tweede in Afrika (George Forrest International Afrique) met hoofdzetel in Lubumbashi in Congo. Zijn vader, Malta Forrest, had daar in 1922 een transportbedrijf uit de grond gestampt. Later kwamen daar mijnbouw en openbare werken bij.
...

'De ongekroonde koning van Katanga' wordt hij weleens genoemd. George Forrest, telg van een Nieuw-Zeelandse familie en later genaturaliseerd tot Belg, bouwde zijn imperium op twee pijlers: een bedrijvengroep in Europa (George Forrest International Europe) met hoofdzetel in Waver, en een tweede in Afrika (George Forrest International Afrique) met hoofdzetel in Lubumbashi in Congo. Zijn vader, Malta Forrest, had daar in 1922 een transportbedrijf uit de grond gestampt. Later kwamen daar mijnbouw en openbare werken bij. In 1986 nam George Forrest het roer over. Vanaf 1995 kon hij dankzij een joint venture met Gécamines (la Générale des Carrières et des Mines) en Union Minière (nu Umicore) de kopermijn van Kasombo uitbaten. Twee jaar later nam hij ook een participatie in een partnership met Gécamines en het Amerikaanse bedrijf OM Group, voor de exploitatie van de 'Terril de Lubumbashi', een koper- en kobaltmijn. In die periode nam George Forrest, die is geboren in het Congolese Kolwezi, de Belgische nationaliteit aan. Volgens critici deed hij dat in de eerste plaats om zijn politieke contacten in België beter te kunnen benutten bij zijn mijnbouwactiviteiten. Zo ging het gerucht dat George Forrest de plaats van de Zimbabwaanse zakenman Billy Rautenbach als voorzitter van Gécamines in 2000 kon overnemen dankzij politieke steun vanuit België. Onder de huidige regering zou die steun zijn afgenomen. Naar verluidt omdat Forrest vanuit belastingparadijzen zou opereren en dus geen Belgische belastingen betaalt (zie kaderstuk). Forrest is naar eigen zeggen nochtans 'apolitiek'. Het komt erop neer dat hij op goede voet staat met álle regimes: van Mobutu Sese Seko en Laurent-Désiré Kabila tot de huidige president Joseph Kabila. Toch is de invloed van Forrest in Katanga volgens waarnemers aan het afnemen. Vorig jaar al zag hij zijn aandeelhouderschap in Katanga Mining Limited (KML) waar hij hoofdaandeelhouder is, van 22 naar 9 procent zakken door een fusie met het Brits-Israëlische Nikanor (rond de Israëliërs Dan Gertler en Benny Steinmetz). Nu moet Katanga Mining, op verzoek van de regering-Kabila, ook twee belangrijke koper- en kobaltmijnen aan Peking afstaan: Dikuluwe en Mashamba West, beter bekend als 'Dima'. Katanga Mining zou in ruil twee gelijkwaardige mijnen krijgen. 'Maar omdat die niet bestaan,' zegt Thierry De Putter van het Afrikamuseum in Tervuren, 'zal Katanga Mining een vergoeding eisen, naar verluidt 825 miljoen dollar.' Voor de ruil maakte Kabila gebruik van het proces van herziening van de mijncontracten van Gécamines. Dat is eigenlijk bedoeld om de voor Congo vaak nadelige contracten te herbekijken, maar sommigen vermoeden dat Joseph Kabila het nu veeleer gebruikt om mijnconcessies aan China toe te kennen. Het politieke netwerk van George Forrest is met andere woorden niet altijd even efficiënt.