Minister van Justitie Marc Verwilghen was de jongste in de rij, vorige week, toen enkele criminele minderjarigen geheel ten onrechte werden vrijgelaten. Een stommiteit, vond hij, omdat zo'n incident alleen maar het bedje spreidt voor extreem-rechts. Geen week eerder, op de literaire manifestatie Zuiderzinnen in Antwerpen, bracht de lokale burgemeester Leona Detiège het spektakel daar ook al meteen in verband met de strijd tegen bepaalde, onwelvoeglijk geachte politieke partijen.
...

Minister van Justitie Marc Verwilghen was de jongste in de rij, vorige week, toen enkele criminele minderjarigen geheel ten onrechte werden vrijgelaten. Een stommiteit, vond hij, omdat zo'n incident alleen maar het bedje spreidt voor extreem-rechts. Geen week eerder, op de literaire manifestatie Zuiderzinnen in Antwerpen, bracht de lokale burgemeester Leona Detiège het spektakel daar ook al meteen in verband met de strijd tegen bepaalde, onwelvoeglijk geachte politieke partijen. Deze rituele bezweringen leveren curieuze argumenten op. Het opsluiten van gevaarlijke boefjes is niets meer dan een elementaire daad van behoorlijk bestuur, toch? Zoals optredens van schrijvers een artistieke of desnoods entertainende betekenis horen te hebben. Maar nee dus, het moet allemaal dienen in de strijd tegen extreem-rechts, of, in het beste geval, in de strijd tegen wat, met een modewoord, de maatschappelijke verzuring heet, de vermeende bron van het electorale succes van ondemocratische partijen. Al meer dan tien jaar, sinds de eerste Zwarte Zondag van 1991, blijkt dat de traditionele politieke partijen geen raad weten met (naar het woord van de toenmalige Antwerpse burgemeester Bob Cools) 'het verschijnsel'. Extreem-rechts, nu goed voor een electoraal gewicht van gemiddeld vijftien procent, verstoort nu eenmaal het klassieke politieke bestel omdat het buiten de gebruikelijke schema's valt. Dat bestel kon in de jaren zeventig nog best omgaan met de uitdaging van de Volksunie of in de jaren negentig met die van Agalev. Deze partijen en hun gedachtegoed bleken makkelijk in te kapselen. Door de aard van zijn programma kan dat niet met extreem-rechts; daar valt geen compromis mee te sluiten. Het - terecht volgehouden - cordon sanitaire symboliseert die onmogelijkheid. Niettemin pleiten sommige politici er wel eens voor om het cordon toch maar op te heffen, om extreem-rechts vervolgens te kunnen doodknuffelen. Zo grijpen ze terug naar het oude recept en bewijzen ze alleen maar hun gebrek aan politieke fantasie. Angst, onzekerheid en gebrek aan koelbloedigheid hebben tot een merkwaardige bewustzijnsvernauwing geleid. Politici laten zich in hun handelen niet langer leiden door ideologische principes of door wat in bestuurlijke of zelfs morele termen 'het goede' mag heten. Ze wegen daarentegen elke beleidsdaad af tegen de vraag of die al dan niet koren op de molen van extreem-rechts zal zijn. Dat maakt de politiek niet alleen tot een hoogst speculatieve bezigheid (want, tja, waardoor gaat de samenleving zoal niet verzuren?), het betekent ook dat de extreem-rechtse agenda de politiek gaat overvleugelen. Het afwijzen van het migrantenstemrecht dit voorjaar was er het meest schrijnende voorbeeld van. Dat gebeurde niet omdat het strijdig is met welk democratisch principe ook, wel omdat 'de burger' ertegen zou zijn en hij van de weeromstuit voor foute partijen zou stemmen. Dat gebiologeerd zijn door de extreem-rechtse lichtbak doet dus ook niet alleen de ideologische consistentie, maar ook de moed uit de politiek wegsijpelen. Marc Reynebeau