Brussel kent nog steeds de oude duivels van de taalstrijd en de ideologische opsplitsing, denk aan de recente discussie tussen K.U.B. en V.U.B. Toch heeft de Brusselse onderwijswereld met zijn project 'Quartier Latin' de oude breuklijnen opzij kunnen zetten. Professor Dirk De Ceulaer, algemeen directeur van de Economische Hogeschool Sint-Aloysius (EHSAL), is een van de motoren van dit deining verwekkende project.
...

Brussel kent nog steeds de oude duivels van de taalstrijd en de ideologische opsplitsing, denk aan de recente discussie tussen K.U.B. en V.U.B. Toch heeft de Brusselse onderwijswereld met zijn project 'Quartier Latin' de oude breuklijnen opzij kunnen zetten. Professor Dirk De Ceulaer, algemeen directeur van de Economische Hogeschool Sint-Aloysius (EHSAL), is een van de motoren van dit deining verwekkende project.Dirk De Ceulaer: Er zijn twintigduizend jonge Vlamingen die hier studeren, er zijn ongeveer zestigduizend studenten in Brussel, Franstaligen inbegrepen. Het is de stad met het grootste aantal studenten in dit land. Het vreemde is dat die studenten meestal naar hier komen en dan zo vlug mogelijk weer naar huis verdwijnen. Sommigen gaan zelfs liever op kot in zeg maar Leuven, Aalst, Gent, dan hier een kamer te huren. Dat heeft alles te maken met het imago van Brussel. Voor de studenten is het net als voor hun ouders een vreemde stad, met de beelden die we meestal in de media over Brussel te zien krijgen: een gevaarlijke grootstad. Feit is dat wanneer men in Brussel werkt en leeft, men die stad volstrekt anders gaat zien. Studenten die hier vier of vijf jaar gestudeerd hebben gaan met een ander beeld over Brussel terug naar huis. Sterker nog, vorig jaar hebben we via een enquête ontdekt dat de perceptie van Brussel door studenten die hier op kot zijn en zij die elke dag met de trein naar hier komen, geweldig verschilt. De kotstudenten in Brussel hebben een veel positiever beeld van deze stad dan de pendelstudenten. Gedragen studenten zich niet net als de forenzen die nooit van de weg naar het werk en terug afwijken?De Ceulaer: We hebben dat niet wetenschappelijk onderzocht, maar het ligt wel voor de hand. Tussen haakjes, er komen veel meer potentiële studenten naar hier dan dat er potentiële werknemers naar hier komen. Ongeveer negen procent van de werkende bevolking in Vlaanderen werkt in Brussel, dertien procent van de studerende bevolking studeert in Brussel. Dat percentage groeit helaas niet, het verschilt wel van instelling tot instelling. Maar de slechte reputatie van Brussel werkt wel een zekere erosie in de hand. Daarbij komt mijns inziens dat Vlaamse politici Brussel wat loslaten momenteel. De eis om VRT-Radio 2 Brussel en Vlaams-Brabant van hier over te hevelen naar Leuven was wel symptomatisch. Vlamingen moeten in Brussel blijven werken en studeren. Veel initiatieven, van groepsbezoeken tot 'Brusselavonden', wijzen toch op een groeiende welwillendheid ten aanzien van de hoofdstad?De Ceulaer: De belangstelling groeit, maar we mogen dat niet overdrijven. We zouden eens moeten gaan praten in de Westhoek of in het verre Limburg of in het Antwerpse om te zien wat voor beeld men van Brussel heeft en om vast te stellen hoe ver Brussel figuurlijk van het bed van de doorsnee Vlaming ligt. Ik hoop zeer sterk dat Brussel 2000 een stimulans kan zijn om dat beeld van Brussel bij de Vlamingen te corrigeren. Ik hoop hartsgrondig dat ook de Walen een groter engagement gaan tonen voor deze stad, want wij weten wel dat Brussel voor een groot deel een Franse stad is, maar de Walen hebben een even grote aversie tegenover deze stad als de Vlamingen. Als Vlamingen en Walen elkaar vinden over Brussel kunnen we de kleinburgerlijkheid van een aantal Brusselse politici overstijgen en veel meer realiseren in deze stad dan tot nu toe het geval was. We zullen het ook samen met de allochtonen moeten doen, met allen die in deze stad geloven. Het heeft alles te maken met geloof in het groeipotentieel van deze stad en in de toegevoegde waarde die Brussel voor dit land kan betekenen. Het project 'Quartier Latin' is daar een aanzet toe?De Ceulaer: Alle Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs van alle netten en elk type hebben een rechtspersoon opgericht, een vzw, met de bedoeling meer studenten naar het centrum van de stad te lokken. We willen daar op termijn een duizend à tweeduizend studenten huisvesten, van alle mogelijke gezindheden en sociale achtergronden. 'Quartier Latin' is ook een kwaliteitslabel: de kamers tellen minstens twaalf vierkante meter, hebben het nodige comfort en zijn brandveilig. De student betaalt maandelijks tussen zevenduizend en twaalfduizend frank huurgeld. Die studenten lok je toch niet met studentenkamers alleen?De Ceulaer: We zouden in het centrum voor alle faciliteiten moeten kunnen zorgen die de studentenbevolking nodig heeft. In een eerste fase hebben we de hele buurt van de Beurs (Dansaertstraat, Sint-Goriksplein, Bloemenhofplein...) in kaart gebracht. Van elk huis hebben we onderzocht welke economische activiteit er uitgeoefend wordt, of het privé-bewoning is of commercieel. Bij commerciële uitbating hebben we nagegaan of er op de bovenverdieping iets gebeurt. Vervolgens hebben we samen met het Gemeentekrediet een aantal panden opgekocht om ons te verankeren in die buurt. We willen die panden restaureren en op heel korte termijn een groep nieuwe studenten daar huisvesten. De eersten zijn er al in de Arteveldestraat, de Anderlechtse steenweg, de O.L.Vrouw van Vaakstraat. We zijn gestart en elk jaar opnieuw gaan we een aantal huizen 'bezetten'. Nu we zichtbaar worden voor de bewoners van die buurten willen we met hen gaan praten over het aanpassen van eventueel leegstaande verdiepingen van hun huis tot studentenkamers. We beogen gemengde buurten, bijvoorbeeld met jonge koppels die daar komen wonen en een paar studenten op kot nemen, combinaties van derde leeftijd en studentengroepen, we willen geen homogene studentenbuurt. Een van de grootste zorgen is het voorkomen van de uitstoot van autochtone bewoners. Daar moeten we goed op letten. Wat is de reactie van de bewoners? Een Vlaamse invasie met een Franse naam?De Ceulaer: We zouden het bijzonder jammer vinden mocht dit project gedefinieerd worden in termen van de oude opvatting over wie nu wat moet doen in Brussel. We moeten kijken naar de meerwaarde die studenten aan deze stad kunnen bieden. Economisch maar ook sociaal. Neem bijvoorbeeld de introductie van de fiets. Men doet alles om hier de fiets opnieuw in te voeren, maar het is precies dit publiek dat met de fiets door Brussel zal rijden. Tot dusver hebben we enkel positieve reacties. Ook de stad Brussel heeft positief gereageerd, er is nooit obstructie gevoerd door het stadsbestuur, dat moeten we onderstrepen. We hopen na verloop van tijd ook Franstalige onderwijsinstellingen bij dit project te kunnen betrekken. De eerste contacten zijn gelegd, onder meer in verband met plannen voor een studentenhotel in de Rijke Klarenstraat. Wanneer de plaatselijke bewoners zien dat het voor hen een interessant project is, zullen ook Franstaligen vlug op de wagen springen. We willen geen kopie maken van Leuven of Gent, we hebben hier met een authentieke site te maken. Brussel heeft alles wat de anderen niet hebben. Hoezo?De Ceulaer: We hebben het grootste culturele aanbod, het grootste internationale aanbod, de politiek, het grootste aantal talen en kleuren, de meest gevaarlijke en de veiligste hoeken. Alles wat een jonge intellectueel nodig heeft om verder te denken dan Vlaanderen en België is in Brussel aanwezig. Er is altijd dat beeld van de onveiligheid in Brussel, maar de mensen van bij ons kennen gewoonweg het fenomeen grootstad niet. Wanneer ze de situatie in Brussel zouden vergelijken met die in andere grootsteden, dan is Brussel maar klein bier. Wij missen het sociologisch aanvoelen van wat een stad is, een stedelijke omgeving. We lopen daar wellicht nog wat achter, het is misschien eigen aan onze geaardheid. Maar ik ben toch tevreden dat wij in deze EHSAL jaarlijks drieduizend Vlamingen naar Brussel halen. In het eerste jaar zijn er nu 970 studenten ingeschreven, daarvan komen er 35 uit Brussel, de rest halen we uit Vlaanderen. Vlamingen moeten hier absoluut thuis zijn, zonder complexen, het is ook hun hoofdstad. Een strijd voeren alleen en uitsluitend op taalgebied leidt ons tot een situatie zoals we die nu kennen in Brussel en daar moeten we vanaf. Toch duiken in Brussel regelmatig de oude duivels van dit land op: taaldiscriminatie, tegenstelling klerikaal en anti-klerikaal.De Ceulaer: We hebben hier de oude breuklijnen, niet enkel op taalgebied of op vlak van de ideologieën, maar ook op het gebied van de verdeling van de rijkdom en de armoede. Die tegenstelling speelt hier veel meer dan in andere steden. De taal is niet meer hèt debat in dit land, daarom is het des te pijnlijker dat dit in Brussel dikwijls nog wel het geval lijkt. Dat ligt misschien ook aan het niveau van de lokale politici, aan machtsverhoudingen en privilegies in deze stad. Laat ons hopen dat we met de tijd nieuwe generaties politici krijgen die dat overstijgen. De ideologische tegenstellingen op onderwijsvlak, daar is iedereen voor verantwoordelijk in de eigen instelling. We hebben hier een aantal katholieke instellingen, de Erasmushogeschool als pluralistische instelling en één uitgesproken vrijzinnige instelling, de VUB. Deze instellingen richten zich niet enkel tot de Brusselaars en die opdeling is daarom ook niet typisch Brussels. Dit is een Vlaamse problematiek. De regio is Vlaanderen, de grotere regio is Europa. De hele discussie over de Katholieke Universiteit Brussel en de Vrije Universiteit Brussel is dan ook geen Brusselse problematiek. En ondanks deze breuklijnen toch een project als 'Quartier Latin'?De Ceulaer: In geen enkele stad in Vlaanderen is er een constructie ontwikkeld zoals we die hebben met het 'Quartier Latin': alle instellingen samen, van VUB, over KUB tot Erasmus, die samen aan een huisvestingspolitiek willen doen voor hun studenten, die samen een imagobeleid willen voeren voor Brussel, denk aan de film over Brussel van Luckas Vandertaelen, die we samen met de vorige Vlaamse regering hebben gerealiseerd. Ik moet nog voor het eerst zien in Leuven, Antwerpen of Gent dat alle instellingen samen één communicatiestrategie uitbouwen voor hun hoger onderwijs. Dat is uniek en hoopvol, want dat betekent dat we een aantal breuklijnen opzij kunnen zetten. Staf Nimmegeers