Wie veel rookt, heel wat koffie drinkt of graag met een biertje of een whisky onderduikt, kreeg de afgelopen tien jaar een almaar hogere rekening gepresenteerd. Wie zich 's avonds gezellig voor een fonkelnieuwe tv wil nestelen, kan zijn toestel dan weer kopen voor een kwart minder dan tien jaar geleden. De ene consument slaat vooral goederen in die almaar duurder worden. De andere ziet een eerder dalende trend. De algemene stijging van het prijspeil, de inflatie, en dus ook de loonindexering die in ons land wordt toegepast, houdt geen rekening met verschillen in consumptiepa...

Wie veel rookt, heel wat koffie drinkt of graag met een biertje of een whisky onderduikt, kreeg de afgelopen tien jaar een almaar hogere rekening gepresenteerd. Wie zich 's avonds gezellig voor een fonkelnieuwe tv wil nestelen, kan zijn toestel dan weer kopen voor een kwart minder dan tien jaar geleden. De ene consument slaat vooral goederen in die almaar duurder worden. De andere ziet een eerder dalende trend. De algemene stijging van het prijspeil, de inflatie, en dus ook de loonindexering die in ons land wordt toegepast, houdt geen rekening met verschillen in consumptiepatronen.De verschillen in prijsstijgingen en -dalingen in een bepaalde periode zijn soms zeer groot. Niet alleen de voorbije tien jaar was dat zo. De afgelopen eeuw waren de verschillen nog groter. Een overnachting in New York bijvoorbeeld kost je vandaag driehonderd procent meer (reëel) dan begin deze eeuw. Volgens berekeningen van The Economist betaal je voor een telefoontje van drie minuten tussen Chicago en New York (in reële termen) dan weer honderd procent minder dan honderd jaar geleden. De quantumsprongen van de telecomtechnologie, de productiviteitsstijgingen, de massaproductie zorgden voor aanzienlijke prijsdalingen voor elektriciteit, voor een fiets, een auto. Wie in 1900 nog duizend dollar voor een 'handgemaakte' wagen betaalde, had in 1908 een model-T van Ford voor 850 dollar en kreeg dat in 1924, toen de auto's van de band rolden, voor slechts 265 dollar. Andere producten zoals een Levi's 501, die in 1900 als een werkmansbroek werd gedragen en vandaag als een fashion item, kende een reële prijssstijging van 160 procent. Het voorbije decennium was de prijsstijging voor een jeansbroek veel minder groot. Zelfs de werkelijke prijs - de inflatie niet uitgefilterd - steeg niet eens zo spectaculair: amper zeven procent. Na decennia van sterke inflatie in de jaren '70 en '80, zakte het jaarlijkse gemiddelde tot ongeveer 2,2 procent, wat veelal gelijkgesteld wordt met prijsstabiliteit. Over het hele decennium bedroeg de totale inflatie 22,51 procent. Producten als sigaretten kenden een nominale prijsstijging van 67 procent, een gevolg van de hoge taksen. De prijs van aardappelen steeg fors, de prijs van petroleum nam sterk toe, alsook de gemiddelde prijs van pocketboeken, een hotelkamer, bier, koffie en whisky. Knack, die vroeger minder kostte dan twee broden, kost nu net iets meer en steeg sterker dan de gemiddelde krantenprijs. Het opvallendst zijn de prijsdalingen. Voor de freaks van de digitale revolutie waren het gouden tijden: de prijzen voor een pc zakten met veertig procent, om nog te zwijgen van de internetaansluitingen die op elke straathoek gratis worden aangeboden. De ingebouwde processoren werden goedkoper, krachtiger en sneller. De pc wordt bijna een wegwerptoestel, hetzelfde geldt voor de gsm. De auto is wel duurzamer. De sterke prijsdaling in de automobielsector is dan ook voorbij.INGRID VAN DAELE