1 Marta Minujin / The Parthenon of Books / Friedrichsplatz

Na Athene heeft nu ook Kassel zijn eigen Parthenon: een replica op ware grootte die bijna de hele Friedrichsplatz inneemt, van oudsher het hart van de Documenta. De tien meter hoge zuilen van de Griekse tempel, al dertig eeuwen symbool van de democratie, zijn opgetrokken uit boeken die ooit in de ban geslagen werden: van George Orwells 1984, over Dostojevski's Misdaad en Straf, tot - censuur kent nu eenmaal geen smaak - Harry Potter en The Da Vinci Code. De Argentijnse kunstenares Marta Minujin maakte in 1983 een eerdere versie in Buenos Aires, vlak na de val van de militaire junta. De 25.000 boeken werden destijds bevrijd uit de kelders waar de junta ze jaren had opgesloten. In Kassel krijgt het imposante kunstwerk een nieuwe betekenis. En niet alleen door de nieuwe, verboden boeken die mensen kunnen doneren, om de nog lege plekken op de zuilen in te vullen. De Friedrichsplatz was in 1933 namelijk het decor van boekverbrandingen door de nazi's. En bovendien legt Minujins kunstwerk ook een link met de actualiteit en met Athene; mede gaststad van Documenta 14, grenspost van Fort Europa en symboolplek bij uitstek van een geglobaliseerde wereld in crisis. Een niet te missen werk in meerdere betekenissen, plus: een uitstekend excuus om Dan Brown voorgoed uit uw boekenkast te verbannen.
...

Na Athene heeft nu ook Kassel zijn eigen Parthenon: een replica op ware grootte die bijna de hele Friedrichsplatz inneemt, van oudsher het hart van de Documenta. De tien meter hoge zuilen van de Griekse tempel, al dertig eeuwen symbool van de democratie, zijn opgetrokken uit boeken die ooit in de ban geslagen werden: van George Orwells 1984, over Dostojevski's Misdaad en Straf, tot - censuur kent nu eenmaal geen smaak - Harry Potter en The Da Vinci Code. De Argentijnse kunstenares Marta Minujin maakte in 1983 een eerdere versie in Buenos Aires, vlak na de val van de militaire junta. De 25.000 boeken werden destijds bevrijd uit de kelders waar de junta ze jaren had opgesloten. In Kassel krijgt het imposante kunstwerk een nieuwe betekenis. En niet alleen door de nieuwe, verboden boeken die mensen kunnen doneren, om de nog lege plekken op de zuilen in te vullen. De Friedrichsplatz was in 1933 namelijk het decor van boekverbrandingen door de nazi's. En bovendien legt Minujins kunstwerk ook een link met de actualiteit en met Athene; mede gaststad van Documenta 14, grenspost van Fort Europa en symboolplek bij uitstek van een geglobaliseerde wereld in crisis. Een niet te missen werk in meerdere betekenissen, plus: een uitstekend excuus om Dan Brown voorgoed uit uw boekenkast te verbannen. Vijftien jaar geleden was land artist Lois Weinberger al te gast op Documenta 11, toen met een vrachtlading hyperagressieve uitheemse planten in zijn laadbak die heel Kassel moesten overwoekeren. Zover liet de lokale groendienst het niet komen, en dus kun je tijdens deze editie ook zonder snoeischaar en machete zijn nieuwste werk aanschouwen. Weinberger, die in zijn conceptuele maar vaak humoristische oeuvre de gespannen relatie tussen natuur en cultuur onderzoekt, liet zijn sporen dit keer onder meer na in het Karlsaue Park - wat je in zijn geval letterlijk mag nemen. Midden in het groene gras van het fraai onderhouden stadspark trok de Oostenrijker immers een rechte greppel die, na een meter of dertig en na een wandelpad te hebben gekruist, uitloopt op een hoop aarde. Het is een brute maar beredeneerde intrusie waarmee Weinberger het urbane oppervlak wegschraapt, de onderliggende grond blootlegt en demonstreert dat littekens in het landschap ook een heilzame werking kunnen hebben. Een diep werk. Wel dertig centimeter diep. Is het kunst of pornografie? Feminisme of exhibitionisme? Sexy agitprop of vulgaire kolder? Het zijn vragen die Annie Sprinkle nooit aan haar weelderige boezem liet komen. Niet toen ze in de jaren zeventig als pornoprinses in films als Teenage Deviant en Slippery When Wet te bewonderen was. En ook niet later toen ze haar carnale kunsten showde in musea en galerijen, bij voorkeur in het gezelschap van haar levenspartner Beth Stephens. Documenta 14, dat zo stijf staat van de sérieux dat het wel een hormonale injectie kan gebruiken, honoreert beide proseksfeministes met een bloemlezing uit hun wellustige werk. Dat bestaat uit foto's, video's, teksten, installaties en performances die op een speels provocerende manier de mannelijke dominantie qua seksualiteit en genderpolitiek bevragen. Bovendien kunt u Sprinkle en Stephens met wat geluk ook naakt zien rollebollen in een bed vol modder, of samen hun 'ecoseksualiteit' zien beleven zoals ze het zelf graag noemen. Liefde voor moeder natuur, met een kinky strikje rond. Helemaal achterin het hoekje van de Neue Neue Galerie - een chique naam voor een gepimpte loods - onthult de Thaise kunstenaar Arin Rungjang de verrassende, historische banden tussen Thailand, Duitsland en zijn eigen leven. Het is eerst wat zoeken naar de samenhang tussen de geschilderde portretten, de monumentale sculptuur met strijdende soldaten en een kopie van het gastenboek van Hitler. De bijbehorende film verklaart veel, maar voedt ook nieuwe speculaties. We zien werkers in het warme Thailand zwoegen om het bronzen beeld - een kopie van een reliëf op het Democracy Monument in Bangkok - uit de mal te bevrijden, terwijl we via de voice-over het aangrijpende relaas horen van de Thaise ambassadeur Prasat Chuthin en diens familie tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Hij is de man die ook buiten de filmzaal een portret krijgt en die de laatste bezoeker zou zijn geweest in de bunker bij Hitler. En net als je denkt dat je het helemaal door hebt, verspringt het beeld naar het heden, naar een jonge man en vrouw die eerst elk apart een choreografie uitvoeren om finaal elkaar te vinden. Net als de onderdelen van Rungjangs ensemble haken hun bewegingen mooi in elkaar, op de grens tussen werkelijkheid en verbeelding, Oost en West, toen en nu. Als vanouds besteedt Documenta ook de nodige aandacht aan de zevende kunst, met films die in de lokale bioscopen de hele dag door in loop worden vertoond. Zo kunt u onder meer het werk van Jonas Mekas (her)ontdekken, de inmiddels 97-jarige maar nog altijd actieve peetvader van de Amerikaanse avant-garde cinema. Mekas groeide op in Litouwen en emigreerde in 1949 naar New York, nadat hij tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vier jaar gevangen had gezeten in Duitse werk- en vluchtelingenkampen. Het filmessay Reminiscenses from Germany (1971-1993), een dialoog tussen heden en verleden met dagboekfragmenten van Mekas en auteur Wolfgang Borchert op de voice-over, is daar een pakkende getuigenis van. Net als de vergeelde, soms onscherpe foto's uit zijn familiealbum die aan de muren van de Bali-Kinos in het oude treinstation van Kassel hangen. Op een pijnlijk persoonlijke maar meditatieve manier maken ze duidelijk dat het Duitse kunstmekka niet alleen een plek is waar via dure concepten, installaties en performances over de crisissen van onze tijd wordt gereflecteerd, maar waar niet eens zo lang ge- leden echte mensen in echte kampen werden opgesloten. Onder wie ook Jonas Mekas, man en migrant met een camera. Sinds de jaren negentig is China bezig aan zijn grote economische sprong voorwaarts, maar miljoenen modale Chinezen kregen daarvoor een dure rekening gepresenteerd. Filmmaker Wang Bing, die zich, net als Ai Weiwei, tot een dissidente luis in de pels ontpopte, geeft hen een stem en een gezicht. Documenta 14 toont Wangs volledig portfolio. Van zijn imposante debuut Tie Xi Qu: West of the tracks (1999-2003), een negen uur durende documentaire over het verval van Shenyangs industriële district, over The Ditch (2010), een inktzwart docudrama over mijnwerkers die dreigen te verhongeren, tot zijn recentste documentaire Ku Qian (2016), over immigranten die massaal toestromen in het zich razendsnel ontwikkelende oosten van China. Stuk voor stuk schetsen ze een ontluisterend beeld van een wereldmacht die zijn communistische idealen allang heeft verpatst aan de meest biedende en zich met fanatisme heeft bekeerd tot het geglobaliseerde kapitalisme, met alle kleine en grote menselijke drama's van dien. Welkom in het sociaal, economisch en etnisch diep verscheurde land van de draak. Stop artefacten uit zwart Afrika in een vitrinekast en men noemt het een etnografisch archief. Laat een kunstenaar dezelfde objecten naast elkaar zetten, er een theorie omheen weven en men noemt het kunst. Dat is het postkoloniale discours dat de kunstwereld ook nu nog altijd parten speelt, ja zelfs tot in het politiek correcte Kassel toe. Sammy Baloji, die vorig jaar nog in Wiels exposeerde en als curator voor Bozar met de collectie van het Tervuren-museum aan de slag ging, hoopt dat discours te ontmaskeren met deze installatie. Die bestaat uit enkele Congolese museumstukken - netjes onder glas gestopt - waaromheen hij een narratief ophangt dat vragen stelt over onteigening, kennisverspreiding en gemeenschapsvorming. Plots kijkt de toeschouwer niet langer naar een Congolees gewaad uit de 18e eeuw, een staaltje vakwerk dat gewoon mooi is en niets meer, maar naar een onderdeel van een veelgelaagd conceptueel kunstwerk. Of hoe Baloji, die al jaren tussen Congo en Brussel schippert, kolonialisme en imperialisme met hun eigen methodes subtiel in hun blootje zet. Voor de Nigeriaanse kunstenares Otobong Nkanga, die al jaren in Brussel woont en werkt, is 2017 nu al een jaar om in te lijsten. Enkele maanden geleden was ze nog laureate van de prestigieuze BelgianArtPrize; nu mag ze ook in Kassel haar multimediale talenten tonen. En dat met een performance slash installatie slash zeepfabriekje dat de titel Carved to Flow meekreeg. Op verschillende plekken in de stad verkoopt Nkanga, of enkele stagiairs, stukken zwarte zeep die O8 Black Stone werd gedoopt. Die bevat acht verschillende oliën en boters, werd gefabriceerd volgens oude Afrikaanse en mediterraanse tradities en vervolgens naar Kassel verscheept via distributieplek Athene, kwestie van de politiek gechargeerde symboliek er nog wat extra in te zepen. 'Ook kunst is een product', wil Nkanga - die organische en arbeidsprocessen in haar werk centraal stelt - duidelijk maken op een clevere en participerende manier. En aan wat we kopen, hangt vaak een geurtje van postkolonialisme, globalisatie en uitbuiting, ook al wordt dat vaak weggemoffeld. Dat laatste geeft Nkanga een letterlijke invulling met de houtskool die ze in laatste instantie aan haar zeepjes toevoegde, en die de weelderige geuren van de andere ingrediënten verstikt. O8 Black Stone: omdat u het waard bent.