Het is opvallend stil gebleven na de toespraak die minister van Jeugd, Sport en Cultuur Bert Anciaux (Spirit) vorige week maandag in de Gentse Vooruit hield. Daarin stelde hij zijn Actieplan Interculturaliseren voor. Tien procent van de Vlamingen is van gemengde etnische origine (Europees en niet-Europees). Toch zijn er maar weinig clubs, verenigingen, instellingen, cultuurcentra, opera's, festivals of jeugdbewegingen die dat quotum halen. In de steden, waar meer allochtonen wonen, is het soms wat beter gesteld, maar toch bleek uit onderzoek dat zelfs de laagdrempelige jeugdsector bitter weinig allochtonen rekruteert. In de kunstensector is er zelfs sprake (met enige overdrijving) van 'witte kuns...

Het is opvallend stil gebleven na de toespraak die minister van Jeugd, Sport en Cultuur Bert Anciaux (Spirit) vorige week maandag in de Gentse Vooruit hield. Daarin stelde hij zijn Actieplan Interculturaliseren voor. Tien procent van de Vlamingen is van gemengde etnische origine (Europees en niet-Europees). Toch zijn er maar weinig clubs, verenigingen, instellingen, cultuurcentra, opera's, festivals of jeugdbewegingen die dat quotum halen. In de steden, waar meer allochtonen wonen, is het soms wat beter gesteld, maar toch bleek uit onderzoek dat zelfs de laagdrempelige jeugdsector bitter weinig allochtonen rekruteert. In de kunstensector is er zelfs sprake (met enige overdrijving) van 'witte kunst voor een kleurrijke samenleving'. De sportsector boekt soms goede resultaten, maar haalt bijlange na de 10 procent niet. Bert Anciaux voert nu de forcing. Vanaf juni 2008 moeten de bestuursraden van zo'n tachtig organisaties uit het kunsten-, cultuur-, jeugd- en sportveld voor minstens tien procent uit allochtonen bestaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om beoordelingscommissies, grote instellingen als deSingel en de opera, grote cultuurcentra, koepelorganisaties, steunpunten en volkshogescholen. Kleinere theaters of culturele vzw's vallen niet onder die verplichting, maar ze moeten in hun beleidsplannen wel aangeven hoe ze denken meer allochtonen te kunnen bereiken. De reacties vanuit de sector waren tamelijk positief. Bert Anciaux is dan ook niet over één nacht ijs gegaan. Dit actieplan werd een jaar lang voorbereid en kreeg ook een theoretische onderbouw in Interculturele intoxicaties van Erwin Jans (uitgegeven bij Epo). Enkel het Muziekcentrum, de AB en de Vlaamse Opera gaven blijk van wat koudwatervrees. Hun grootste angst is dat er niet genoeg bekwame allochtonen gevonden zullen worden. De kritiek is voorspelbaar en lullig. Het barst in Vlaanderen van de enthousiaste allochtonen die willen meepraten over het aanbod in hun cultuurcentrum of willen meedenken over strategieën om kansarme jongeren naar sport- of jeugdverenigingen te lokken. Ze kennen misschien zelfs een broer die nog beter is dan Ben Benaouisse of Brahim of Kompany. Wie ze niet ziet, wil ze niet zien. Om de diversiteit in deze sectoren te vergroten is het trouwens veel verstandiger om quota op te leggen op het niveau van de raad van bestuur dan op het niveau van het publiek - zoals Patrick 'sociale mix' Janssens ooit voorstelde. Deze maatregel zal niet zonder gevolgen blijven. Als allochtonen hun plaats krijgen in adviescommissies en bestuursraden, dan zal het aanbod in de zalen en op de podia ook anders worden. Op termijn zal ook het publiek anders worden. De tien procent allochtonen hoeft niet gehaald te worden bij elke voorstelling of in elke club. Een voetbalclub zal makkelijker allochtonen aantrekken dan een biljartvereniging. Een hiphopconcert zal meer jongeren aantrekken dan een symfonie. Het is het globale plaatje dat telt. Meedoen, daar gaat het om. Anciaux geeft eindelijk ook invulling aan de wat vage term 'interculturaliteit' die hij al jarenlang te pas en te onpas gebruikt. Die gaat een stap verder dan multiculturaliteit (het louter naast elkaar gedogen van verschillende culturen). De overheid die een multi-etnische samenleving bestuurt, kan zich geen mono-etnisch sport-, cultuur-, en jeugdbeleid permitteren. De keuze is simpel: ofwel gooien onze voetbalploegen, cultuurcentra en jeugdbewegingen de deuren open voor allochtonen, ofwel richten de allochtonen hun eigen zuil op. KARL VAN DEN BROECK