Pubers die de deur dichtknallen en zich met een dramatische zucht in hun kamer verschansen. Kleuters die je een stoute mama noemen en halsstarrig weigeren om een hapje broccoli te eten. Het hoort er allemaal bij, en dat beseffen de meeste Vlaamse ouders ook. Liefst 84 procent van hen denkt dat de opvoeding van hun kinderen best goed verloopt. Wel vinden ze het een hele klus en zouden ze het fijn vinden als hun kroost wat beter luisterde. Dat blijkt uit een online-enquête die het onderzoeksbureau Ivox op verzoek van Knack onder Vlaamse vaders en moeders uitvoerde.
...

Pubers die de deur dichtknallen en zich met een dramatische zucht in hun kamer verschansen. Kleuters die je een stoute mama noemen en halsstarrig weigeren om een hapje broccoli te eten. Het hoort er allemaal bij, en dat beseffen de meeste Vlaamse ouders ook. Liefst 84 procent van hen denkt dat de opvoeding van hun kinderen best goed verloopt. Wel vinden ze het een hele klus en zouden ze het fijn vinden als hun kroost wat beter luisterde. Dat blijkt uit een online-enquête die het onderzoeksbureau Ivox op verzoek van Knack onder Vlaamse vaders en moeders uitvoerde. 'De resultaten zijn bemoedigend', zegt Ilse De Block van De Keerkring, een centrum voor opvoedingsondersteuning. 'Voor een deel bevestigen ze ook onze ervaringen bij de Opvoedingslijn: hoewel ouders met veel vragen zitten, zijn ze meestal niet zo slecht bezig.' Dat is ook wat pedagoge en gedragstherapeute Marijke Bisschop dag na dag in haar Brusselse praktijk ziet. 'Ouders hebben zo veel twijfels', zegt ze. 'Een tijd geleden nog sprak ik met een groep goed opgeleide, intelligente ouders, allemaal tussen de 30 en de 40. Zo onzeker dat die waren! Alsof ze het allemaal niet meer wisten. En zo ken ik er veel.' De ouders van tegenwoordig zouden dus wel wat zelfverzekerder mogen zijn. 'Nu zijn de meesten ontzettend bang om iets over het hoofd te zien', zegt pedagoog Hans Van Crombrugge, die doceert en onderzoek doet aan het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (HUB). 'Terwijl ze beter op de sterke punten van hun kinderen zouden focussen dan op hun problemen en gebreken.' Marijke Bisschop:Het klopt dat opvoeden veel moeilijker is geworden. Niet alleen doordat ouders het nu veel drukker hebben en computers hun intrede hebben gedaan in de gezinnen, maar vooral ook doordat onze jongeren zo veel mondiger zijn geworden. Hans Van Crombrugge:We hebben ze zélf mondig gemaakt, en dat is op zich ook een goede zaak. Ik beschouw het als een luxe dat mijn kinderen helemaal anders tegen mij kunnen praten dan ik destijds tegen mijn vader. Die zei simpelweg wat ik doen moest en als ik naar een reden durfde te vragen, was dat voor hem al een teken dat ik zijn woorden in twijfel trok. Ondertussen hebben we jongeren veel meer inspraak gegeven, en ik vrees dat we een beetje hebben onderschat wat dat allemaal meebrengt. Bisschop:Dat heeft opvoeden er inderdaad niet gemakkelijker op gemaakt. Je geeft je kinderen autonomie en zij grijpen die ook, maar uiteindelijk moet jij wel de baas blijven. (zucht) Ik heb echt te doen met de ouders van tegenwoordig. Van Crombrugge: Ik niet. Echt niet. Onzekerheid is toch van alle tijden? Toen in de jaren vijftig de beatcultuur opkwam, stuurden ouders ook al lezersbrieven naar het blad van de Bond voor Jonge en Kroostrijke Gezinnen om raad te vragen. Ilse De Block:Ik denk dat de meeste ouders wel degelijk weten hoe het moet, maar dat ze hun buikgevoel niet meer durven te volgen. Ze lezen dikke opvoedingsboeken, kijken naar televisieprogramma's over ouderschap en beginnen aan hun eigen aanpak te twijfelen. Vooral goed opgeleide vaders en moeders dan, want zij zijn het die het meest lezen en informatie opzoeken. Die mensen willen alles perfect doen zodat hun kinderen werkelijk alle kansen krijgen. Het gevolg is dat ze een enorme druk op hun schouders laden. Bisschop:En op die van hun kinderen, want voor hen wordt de lat wel erg hoog gelegd. Van Crombrugge:Als er iets fout loopt, denken ouders ook meteen dat het hun schuld is. Want dat is hen sinds de opkomst van psychologen en pedagogen wijsgemaakt: er zou zoiets als een handleiding bestaan voor het opvoeden van kinderen. Onzin natuurlijk. De Block:Ouders worden ook overspoeld door adviezen van oma's en opa's, vrienden en buren, die het allemaal beter denken te weten. Daardoor gaan ze nog meer twijfelen. Als ze bij ons aankloppen, vragen wij hen altijd wat ze er zélf van vinden. Van Crombrugge:Veel vaders en moeders denken ook dat ze alles kunnen en moeten controleren. Zeg tegen een vrouw dat haar kleuter niet schoolrijp is en ze slaat al in paniek: zal hij dan later geen hogere studie aankunnen? Het is door die angst dat veel ouders de hele tijd boven op hun kinderen zitten. Die moeten goed presteren op school, een muziekinstrument leren bespelen en liefst ook nog een beetje sporten. Zo bang zijn ze dat ze anders de een of andere toekomst voor hen afsluiten. Bisschop: Vandaar dat ik tegenwoordig kinderen over de vloer krijg die smeken om meer te worden losgelaten. Ze willen het zelf proberen, fouten maken, tegen de muur knallen desnoods. Vroeger mochten wij stommiteiten uithalen: onze ouders vonden dat het erbij hoorde. Nu bellen ze me al in oktober op omdat ze bang zijn dat hun kind het jaar zal moeten overdoen. In oktober! Gevolg: hun zoon of dochter raakt er zelf ook van overtuigd dat het schooljaar verloren is en houdt op met studeren. De Block:Veel ouders kunnen moeilijk aanvaarden wie en wat hun kind is. Vaak komt dat doordat ze een doel, een droom voor ogen hebben van het leven dat het later moet kunnen leiden. Vroeger volstond het dat je kind een 'goede positie' had en goed zijn brood kon verdienen. Nu volstaat dat niet meer. Bisschop:Wij gedragen ons zo veel jonger dan onze eigen ouders: onze kinderen tutoyeren ons, we gaan samen met hen sporten, houden van dezelfde muziek en hebben dezelfde iPhone. Het verschil tussen ouders en kinderen is veel kleiner geworden, en daardoor vinden heel wat jongeren hun ouders leuk en tof. Máár: ze willen hen niet als vriend. Nee, ze willen een vader en moeder die soms ook duidelijk nee zeggen. De Block:Dat klopt. Als ouder moet je grenzen trekken en je kinderen dingen verbieden. Dat is niet leuk, want de kans bestaat dat ze dan boos worden en je niet meer tof vinden. Kleuters roepen dan: 'Jij bent een stoute mama!' Oudere kinderen durven soms zelfs te schreeuwen dat je hun moeder niet meer bent. Het is ook heel normaal dat een puber af en toe met de deur slaat om zijn ouders letterlijk buiten te sluiten. Toch doet dat sommige ouders wankelen. Bisschop:Vroeger stonden mensen daar minder bij stil: ze hadden zes kinderen en als er eens eentje kwaad werd, was dat maar zo. Maar nu hebben we er hoogstens twee, voor wie we ook nog eens heel bewust hebben gekozen. Dus willen we de stemming niet bederven door hen iets te verbieden. We hebben al zo weinig tijd met onze kinderen en daar willen we dan ook zo veel mogelijk van genieten. De Block:Eigenlijk verwachten we van onze kinderen dat ze alles vanzelf goed doen en dat we hen dus niets hoeven te verbieden. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Van Crombrugge:Sommige ouders laten alles op z'n beloop, tot er dingen gebeuren die echt niet door de beugel kunnen. Dan zijn ze van het ene moment op het andere de vriend van hun kind niet meer, en worden ze heel autoritair. Heel verwarrend is dat. Het is veel beter om van bij het begin duidelijk te maken wat kan en wat niet. Kinderen aanvaarden dat. Bisschop:Zeker als je met hen in dialoog gaat. Als je zoon bijvoorbeeld aankondigt dat hij wil uitgaan, is het niet goed om daar meteen negatief op te reageren. Dan zeg je beter: 'Dat is heel normaal. Het zou net abnormaal zijn als je op je vijftiende niet wilt uitgaan. Waar wil je heen?' En daarna vraag je hoe laat hij thuis wil komen. Zegt hij vijf uur, dan zeg jij dat je eigenlijk elf uur in je hoofd had en zo kom je vanzelf bij één of twee uur uit. Op die manier geef je je kind inspraak maar hou jij de touwtjes toch in handen. De Block:Het probleem is dat niet alle ouders daar genoeg zelfvertrouwen voor hebben. Vaak proberen ze hun kind krampachtig van hun eigen idee te overtuigen zonder te vragen wat het er zelf van vindt. Nochtans is het niet omdat je luistert naar hoe je kind tegen de zaak aankijkt dat je geen grenzen meer zou kunnen stellen. Bisschop:Dat gaat natuurlijk makkelijker in een gezin waar veel wordt gepraat. Ook over moeilijke onderwerpen. Als je met het hele gezin in de woonkamer zit, zou je bijvoorbeeld over cannabis kunnen beginnen en je kinderen vragen wat zij daarvan vinden. Zouden ze zelf cannabis gebruiken? Zouden ze het je vertellen als ze dat deden? Van Crombrugge: Zo'n gesprek begint soms vanzelf. Als ik bijvoorbeeld met mijn jongste dochter naar een film als Highschool Musical kijk, ontstaan er vaak boeiende gesprekken. Zonder dat we daar erg in hebben. Jammer genoeg komt het bij veel ouders niet in hen op om met hun kinderen naar een jeugdfilm te kijken. De Block:Om te weten waar je kind mee bezig is, moet je genoeg aanwezig zijn. Quality time is niet genoeg. Van Crombrugge:Dat klopt. Wanneer praat je met je kinderen? Als je samen boodschappen doet, in de auto zit op weg naar school of de sportclub. Niet in dat ene uurtje per week dat je daarvoor hebt uitgetrokken. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat we de hele tijd goeie gesprekken met onze kinderen moeten hebben. Helemaal niet. Er zijn trouwens ook dingen waarover ze liever met andere mensen praten. Bisschop:Klopt. Ouders hebben het daar soms moeilijk mee. Van Crombrugge: Moeders meer dan vaders, blijkt uit onderzoek. De Block:Het belangrijkste is dat een kind zijn verhaal bij iemand kwijt kan. Of dat zijn vader of moeder is, of een vriend, buur of tante doet er niet toe. Als ouder moet je dat respecteren. De Block:Ouders zijn ook maar mensen. En dus kan het tijdens een conflict met je kinderen gebeuren dat je jezelf niet meer in de hand hebt en alle etiquette laat varen. Uit onmacht meestal. Van Crombrugge:Er zijn nu eenmaal momenten dat je je kind door het raam zou kunnen gooien. (lacht) Soms laaien de emoties hoog op en heb je als ouder de neiging om agressief te worden. Het spreek vanzelf dat je je daartegen moet verzetten. De Block:Ja, maar dat lukt niet altijd. Zeker met pubers is het soms moeilijk om rustig te blijven. Met mijn zoon heb ik conflicten meegemaakt waarbij ik tegen hem uitviel, hij iets terugriep en dan kwaad naar zijn kamer rende. Het belangrijkste is dat we daar achteraf over konden praten en dat ik ook heb toegegeven dat ik die situatie beter anders had aangepakt. Bisschop:Op mijn bureau staat een lijst met daarin een briefje dat mijn dochter me heeft geschreven toen ze twaalf was: 'Mama is de slechtste psychologe die ik ken.' (lacht) Het ging toen hard tegen hard: zij wou uitgaan, ik zei nee, zij smeet met de deur en dreigde dat ze niet meer zou werken voor school, zou weglopen zelfs, en daar ging ik dan weer op in. Soms doe je als ouder heel foute dingen, maar dat betekent niet dat het achteraf niet weer goed komt. Van Crombrugge:Zulke incidenten blijven alleen hangen als je ze op het moment zelf heel onrechtvaardig vond. Zo herinner ik me nog goed hoe de dirigent van het kerkkoor me een draai om de oren gaf: hij vond dat we te veel lawaai maakten en ik stond toevallig het dichtst bij. Nooit zal ik dat vergeten. Maar dat mijn vader me een klets op mijn billen gaf of dat mijn moeder ons met een paraplu achternazat als we stout waren geweest - zoals in onze familie wordt verteld - daar weet ik niets meer van. Die incidenten zullen me dus niet hebben getekend. (lacht) Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat alle ouders de paraplu maar moeten bovenhalen. De Block:Vroeger zaten de grootouders en de buren mee te kijken hoe je je kinderen opvoedde. Nu is dat niet meer zo, en dus stappen ouders sneller naar een buitenstaander om hun verhaal te doen of raad te vragen. Vooral omdat zo'n professional hen niet veroordeelt. Als je aan vrienden vertelt dat je het allemaal niet zo goed meer weet met je peutertje van twee, krijg je meteen het gevoel dat je faalt. Een psycholoog of een andere opvoedingsondersteuner geeft je dat gevoel niet. Van Crombrugge: Ja, maar laat mij eens advocaat van de duivel spelen: hoe meer psychologen en therapeuten er rondlopen, hoe meer werk er voor hen moet zijn. Het aanbod creëert de vraag. Als er nu veel kinderen met een beugel rondlopen, is dat ook omdat er zo veel orthodontisten zijn. Bisschop: Het is toch belangrijk dat er voldoende laagdrempelige hulp voorhanden is? Soms volstaat het dat ouders één keer bij mij langskomen om weer verder te kunnen. De Block:Vaak willen die vooral horen dat ze niet alleen zijn, dat er nog andere mensen zijn met dezelfde problemen. Van Crombrugge:Toch bestaat het gevaar dat we op die manier problemen gaan zoeken. Zo is het nu bon ton om in jeugdsportclubs psychologen binnen te halen om faalangst of conflicten aan te pakken. Fout natuurlijk. Je moet er net voor zorgen dat de trainers in staat zijn om met zulke problemen om te gaan. Je hebt toch liever dat je kind met zijn leraar, zijn trainer of desnoods met de buurman praat dan dat je ermee naar een psycholoog moet? De Block:Je moet in elk geval eerst naar het kind kijken: hoe gaat het om met een overlijden in de familie of met de echtscheiding van zijn ouders? Als een kind rouwt, heeft het niet per definitie externe hulp nodig. Van Crombrugge: Maar het aanbod is er nu eenmaal, dus moet je als ouder al heel sterk staan om er geen gebruik van te maken. Stel dat mensen in je omgeving je erop wijzen dat je peuter hen nooit rechtstreeks aankijkt en dat hij wel eens autistisch zou kunnen zijn. Dan moet je al behoorlijk zelfverzekerd zijn om daar niet te veel aandacht aan te besteden en af te wachten hoe het kind evolueert. De Block: Dat is nu net onze taak als opvoedingsondersteuners: ouders sterker maken en hen weer wat meer geloof in zichzelf geven. Van Crombrugge: Dat is nodig ook. Het grote probleem is dat we nu keer op keer op zoek gaan naar het gebrek, het probleem van een kind. Terwijl we beter omgekeerd te werk zouden gaan en op zijn talenten focussen. Maar ik heb goede hoop dat al die therapeutisering op den duur weer zal afnemen. Dat is een kwestie van gezond verstand: als mensen inzien dat het niet werkt, komt er vanzelf een ommekeer. Dan zullen ouders misschien weer vaker durven te denken dat het allemaal wel goed komt. Door Ann Peuteman en Michel Vandersmissen, foto's Lies Willaert, illustraties Zaza'Als er iets fout loopt, denken ouders meteen dat het hun schuld is. Want dat is hen sinds de opkomst van psychologen wijsgemaakt.' 'We verwachten van onze kinderen datze alles vanzelf goed doen, en dat we hen dus niets hoeven te verbieden. Maar zo werkt het niet.' 'Als er nu veel kinderen met een beugel rondlopen, is dat ook omdat er zo veel orthodontisten zijn.'