Een vrouw in bontgekleurde rokken en met kind aan de hand zit op de trappen voor het centraal station in Brussel. Binnen is de lange konijnenpijp tussen station en metro drukbezet met een dozijn bedelaars en muzikanten van diverse pluimage. Voor de beste plaatsen in deze tunnel moet men goede kaarten hebben. Buiten zit de vrouw met het kind moederziel alleen met een kartonnen bekertje van de Quick en smeekt met haar zieligste ogen om een aalmoes, s'il vous plaît. Pendelaars kijken met een verveeld gezicht de andere kant uit en snellen voorbij zonder iets te geven. Even later duikt de vrouw bij de geldautomaat van de ondergrondse parking op, s'il vous plaît. Een automobilist gooit zuchtend zijn wisselgeld in haar bekertje.
...

Een vrouw in bontgekleurde rokken en met kind aan de hand zit op de trappen voor het centraal station in Brussel. Binnen is de lange konijnenpijp tussen station en metro drukbezet met een dozijn bedelaars en muzikanten van diverse pluimage. Voor de beste plaatsen in deze tunnel moet men goede kaarten hebben. Buiten zit de vrouw met het kind moederziel alleen met een kartonnen bekertje van de Quick en smeekt met haar zieligste ogen om een aalmoes, s'il vous plaît. Pendelaars kijken met een verveeld gezicht de andere kant uit en snellen voorbij zonder iets te geven. Even later duikt de vrouw bij de geldautomaat van de ondergrondse parking op, s'il vous plaît. Een automobilist gooit zuchtend zijn wisselgeld in haar bekertje. De voorbije weken haalden 'zigeunerbedelaars' en 'zigeunerbendes' weer uitgebreid de media. De Nederlandse de Volkskrant wijdde zelfs een volle pagina aan 'Bedelen in Brussel', waarin met verbazing beschreven werd hoe opvallend veel Roma-vrouwen, al dan niet met kinderen, in winkelstraten en op kruispunten in de Europese hoofdstad bedelen. Twee weken geleden was de Belgische politie betrokken bij grootscheepse Franse razzia's, waarbij enkele 'zigeunerkampen' in Noord-Frankrijk door liefst 800 agenten werden omsingeld en uitgekamd, terwijl de televisiecamera's draaiden. Dit om een bende caravandieven op te rollen, die ook in de Belgische kuststreek actief was. En in Antwerpen weet de politie onlangs de opvallende stijging van het aantal inbraken onder meer aan 'rondtrekkende dadergroepen van zigeuners'. Enkele jaren geleden was het nog taboe om rassen te vermelden, maar dat is nu blijkbaar voorbij. Voor Koen Geurts, die met het integratiecentrum Foyer in Molenbeek de problematiek volgt, is de grondoorzaak dat minstens 80 procent van de Roma, zeker in Brussel, in absolute kansarmoede leeft. Belangrijk is om niet alle zigeuners over één kam te scheren, zoals vaak gebeurt, want de verscheidenheid is groot, ook al gaan ze terug op dezelfde etnische wortels. Het gaat om een volk dat al duizend jaar geleden uit Noord-India is weggetrokken. In de late Middeleeuwen kwam een eerste golf toe in onze streken (de Manoesjen). In de negentiende eeuw, na het afschaffen van de slavernij, volgde een tweede golf (de Roms). En in de jongste periode - vooral sinds de val van de Muur - kwam de derde golf, die de Roma genoemd worden. En bij die Roma uit Oost-Europa bestaat er dan nog een groot verschil naargelang de subgroep ('koperslagers', 'berenleiders'...), godsdienst en regio van herkomst. Het zijn de Roma die nu in de meest precaire situatie zitten, zeker wat papieren betreft. De meesten zijn illegaal of hebben een regularisatie op humanitaire gronden aangevraagd, wat hen geen enkel recht biedt, tenzij dringende medische zorgen. Volgens het Vlaams Minderhedencentrum (VMC) zijn er wel 20.000 Roma in Vlaanderen en Brussel alleen, van wie zo'n 6500 in Brussel en zo'n 4000 in Antwerpen. Het voorbije jaar deed Koen Geurts een onderzoek onder de Roma in Brussel, de meerderheid van hen is uit Roemenië afkomstig. Zeker de afschaffing van de visumplicht in 2002 heeft voor een nieuwe grote trek gezorgd, ook al mogen ze officieel maar drie maanden met een toeristenstempel blijven. Geurts: 'Het is nu de onderkant van de samenleving. Velen hebben echt niets. Zelfs geen kinderbijslag of OCMW. De problemen zijn enorm, tot ondervoeding toe. Dus zijn ze aangewezen op zuivere overlevingsstrategieën. Zeg maar plantrekkerij. Zo is de bedelarij een fenomeen dat hier de laatste jaren sterk is opgekomen.'Maar zelfs grauwe ellende in Brussel vinden ze nog beter dan 'terug naar de hel'. De Roma, die al generaties gesedentariseerd zijn, zijn vaak afkomstig uit zigeunergetto's in Oost-Europa, waar ze zwaar gediscrimineerd werden en economisch totaal aan de grond zaten - met soms 100 procent werkloosheid. Gezondheidsproblemen en kindersterfte zijn groter dan normaal. Volgens internationale rapporten ligt de levensverwachting van Roma gemiddeld vijftien jaar lager dan voor niet-Roma (de gadjé). Ook bij ons meldde het VMC al dat er in België weinig Roma 55 jaar oud worden. Zelf hebben ze het vaak over 'pijnen of ziekten die doorheen het lichaam reizen'. Koen Geurts: 'Dat komt ook door de belabberde huisvesting. Ze wonen in concentratiebuurten. En dan nog in de allerslechtste huizen, tot bijna ontoegankelijke kelders toe. In de kanaalzone in Molenbeek werden vorig jaar in één huis meer dan honderd Roma aangetroffen door de politie. In de Noordwijk in Schaarbeek wonen er velen bij Turkse patrons die hen klussen laten opknappen.' Ook onder migranten staan Roma op de onderste sport van de ladder. Terwijl er sprake is van een toegenomen onverdraagzaamheid bij de Belgische bevolking in het algemeen, leidt dat in de concentratiebuurten soms tot spanningen met de Maghrebijnse en de Marokkaanse inwoners in het bijzonder. Enkele scholen, die veel 'kinderen van de wind' opnamen, werden geconfronteerd met druk en protest van Marokkaanse ouders. In twee scholen haalden Marokkaanse ouders effectief hun kinderen weg wegens de aanwezigheid van te veel ' gitans' - nu een populair scheldwoord bij sommige Marokkaanse jongeren. Twee weken geleden werd er nog een Roma-meisje in elkaar geslagen. Koen Geurts: 'Ook het consultatiebureau van Kind en Gezin in de Foyer in Molenbeek had die negatieve ervaring. Toen er veel Roma-moeders kwamen, en er een Roemeense bemiddelaar werd aangeworven, bleven de Turkse en Marokkaanse ouders ostentatief weg. Maar algemeen lijken de verhoudingen nu al weer wat gebeterd.' Vanaf het moment dat men een wettig verblijfsstatuut heeft verworven, verandert de situatie en kan men op zoek naar een job. Maar zolang dat niet mogelijk is, blijft 'plantrekkerij' in de informele economie aangewezen. Dat betekent zwartwerk in de bouw, seizoensarbeid in de fruitpluk, muziek maken, autoruiten wassen, bloemenruikers en daklozenkranten verkopen, voedselpakketten inzamelen, enzovoort. En ja, volgens het onderzoek van Koen Geurts en de Foyer doet 'uitzichtloosheid een kleine minderheid in criminele activiteiten terechtkomen'. Bedelarij - in de breedste zin - is een vaak voorkomende overlevingsstrategie van Roma, vooral van vrouwen, ook al zijn er veel anderen die er kritiek op hebben omdat het iedereen in een slecht daglicht zou stellen. Roma verdelen onderling de strategische plaatsen en respecteren elkaars domein. De meeste warenhuizen hebben hun vaste bedelaars. Als de bedelmarkt verzadigd is, verplaatsen ze zich naar naburige steden zoals Leuven, of nog verder, naar Antwerpen. Bij de Brusselse daklozenvereniging Diogenes werkt Daniela, een Roemeense Roma-vrouw, al twee jaar onder de bedelaars. 'Het is maar een klein deel van de Roma dat bedelt, en dan nog alleen als laatste reddingsboei, tijdelijk, als er geen alternatief meer is. Het is zeker niet iets typisch uit de Roma-cultuur.' Om de drukste plaatsen en kruispunten wordt soms slag gevoerd, en vaak komen de Roma in aanvaring met autochtone bedelaars. Als een bedelaar gemiddeld tien tot twintig euro per dag ophaalt, dan is het voor Roma misschien maar de helft, meent Daniela. De omschakeling naar de euro was een slechte zaak - de kleinste muntjes in euro zijn minder waard dan de kleinste muntjes in Belgische frank. 'Het meest krijgen ze nog van Marokkanen en Turken. Daarom trekken Roma-vrouwen vaak een sluier aan om bij moskeeën te gaan bedelen, ook al zijn ze geen moslims.' De meeste Roma in Brussel horen tot de pinksterbeweging, die de laatste decennia een enorme bekeringsgolf heeft ingezet, die nog altijd voortduurt. Daarom is het Pantsertroepenplein, waar een pinksterkerk in de buurt is, een Roma-ontmoetingsplek geworden. Het schokkendst voor de welvarende burger is altijd het zicht van bedelende kinderen. 'Maar zelfs al lijken die kinderen alleen te zijn, meestal is er een ouder of familielid in de buurt', zegt Daniela. In de overlevingslogica, waarbij men van dag tot dag leeft zonder vooraf zelfs te weten of er genoeg te eten zal zijn, zijn kinderen ook een arbeidskapitaal. Zeker bij bedelen wekken ze meer medelijden op en brengen dus meer geld in het laatje. Roma-moeders hebben bovendien een zeer hechte band met hun kinderen, er gaat voor Roma niets boven de familie, en er is altijd de vrees om bij een arrestatie en uitwijzing van hun kinderen gescheiden te worden, zoals vroeger vaak gebeurde. Het probleem is natuurlijk het grote schoolverzuim. Op de lagere school is het absenteïsme enorm, en op de middelbare school haken Roma meestal af, zonder het diploma te halen. En jongeren die vroeg afhaken, lopen meer risico om in niet-legale activiteiten betrokken te raken. Dat komt ook omdat Roma in hun cultuur op vijftien jaar als volwassen worden beschouwd. Meisjes trouwen soms zelfs al op jongere leeftijd. De georganiseerde kindbedelarij - waarbij kinderen worden geschaakt of gekocht om ze als bedelaars te exploiteren - is vooral een mythe. Als het al georganiseerd wordt, is dat vooral in familieverband. Volgens het coördinatieplatform Rora in Brussel 'bedelen ze om te overleven en niet omdat ze slachtoffer zijn van criminele netwerken'. Het bedelen door kinderen 'is maar één kant van een complex probleem, maar het is de zichtbaarste, die ook sterk de publieke opinie beroert'. Om de motivatie voor het onderwijs te verhogen, worden allerlei maatregelen voorgesteld, gaande van culturele bemiddelaars op school tot het schrappen van kinderbijslag voor kinderen die niet naar school gaan (als de ouders al kinderbijslag kunnen ontvangen). Maar dat helpt niet als er niets aan de grondoorzaken wordt gedaan. Bleke, hongerige kinderen, die zelfs geen geld hebben om op school te eten of boterhammen mee te nemen, zijn moeilijk voor onderwijs te motiveren. In september is nog een nieuwe wet in het Staatsblad verschenen, die het aanzetten tot of exploiteren van bedelarij bestraft met boetes tot 25.000 euro en gevangenisstraffen tot vijf jaar. Maar zelfs de Brusselse politiecommissaris Karine Minnen, die het probleem van nabij volgt, zegt dat er haar geen bewezen gevallen bekend zijn van netwerken die mensen tot bedelen dwingen. Alleen was er een paar jaar geleden een zaak met gehandicapten die uit Roemenië werden gehaald, al dan niet met een medische behandeling als voorwendsel. Ook de politie kiest nu zoveel mogelijk voor preventie en begeleiding - zoals het in de school krijgen van bedelende kinderen, waar vooral de jeugdbrigade van Molenbeek zich erg voor inzet. Bedelen is toegelaten sinds de wet op de landloperij in de jaren negentig werd afgeschaft. Daarna vaardigde Brussel een bedelverbod uit en liet het bedelaars systematisch oppakken, maar dat reglement werd door de Raad van State verbroken. Sindsdien is de situatie vaak frustrerend en verwarrend voor agenten, die nu regelmatig met klachten van boze burgers geconfronteerd worden. 'Maar repressie alleen helpt niet', zegt Karine Minnen. Daniela lacht, maar haar ogen lachen niet mee. 'De mensen aan een inkomen helpen, is de beste preventie. Moeders komen bij mij huilen omdat ze moeten bedelen. Maar ze gaan ook op straat om hun problemen te tonen aan de maatschappij. Ze hebben geen andere kanalen. Gelukkig kunnen Roma vaak nog terugvallen op een sterke onderlinge solidariteit. Als ze hun situatie in orde kunnen maken, kunnen ze een stabiel leven opbouwen en op langere termijn denken. Maar door de problemen kijken ze nu niet verder dan de dag van nu.'Door Chris De Stoop'De problemen zijn enorm, tot ondervoeding toe. Velen hebben niets en moeten leven van dag tot dag.''In concentratiebuurten en scholen zijn er soms spanningen met Marokkaanse jongeren en ouders.'