De last van de vergrijzing wordt tegen 2010 enorm: er zullen meer gepensioneerden en minder werkenden zijn. Met het Zilverfonds wil minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP) de kosten opvangen. De pensioenkosten welteverstaan, de rest lijkt een zorg voor later. Alleen Vlaams minister van Jeugd Bert Anciaux (VU) heeft voor de gevolgen voor de volgende generaties gewaarschuwd. De jonge mensen van nu zullen omstreeks 2010 immers niet alleen tegen een schuldenberg aankijken, de investering in het Zilverfonds hypothekeert ook toekomstige investeringen in de jeugd.
...

De last van de vergrijzing wordt tegen 2010 enorm: er zullen meer gepensioneerden en minder werkenden zijn. Met het Zilverfonds wil minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP) de kosten opvangen. De pensioenkosten welteverstaan, de rest lijkt een zorg voor later. Alleen Vlaams minister van Jeugd Bert Anciaux (VU) heeft voor de gevolgen voor de volgende generaties gewaarschuwd. De jonge mensen van nu zullen omstreeks 2010 immers niet alleen tegen een schuldenberg aankijken, de investering in het Zilverfonds hypothekeert ook toekomstige investeringen in de jeugd.In België 'betalen' de werkende generaties voor de pensioenen van de ouderen. Dat betekent dat er steeds ongeveer evenveel mensen aan het werk moeten gaan als er werknemers met pensioen gaan. Dat systeem is uiteraard heel gevoelig voor veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Als de omvangrijke babyboomgeneratie omstreeks 2010 met pensioen gaat, zal het vereiste evenwicht dus danig worden verstoord. Met de naughties - de groep geboren tussen 1975 en 1984 - staat er immers een veel minder talrijke generatie klaar om aan de slag te gaan. Pas tegen 2030 of 2035 zal de moeilijkste periode voorbij zijn. De groep die de arbeidsmarkt dan verlaat, zal niet langer groter zijn dan de instroom en zo wordt het evenwicht hersteld. Het komt er dus op aan om de periode van 2010 tot 2030 te overbruggen. En dat is een strijd van álle generaties. Want niet alleen draait de werkende groep voor de pensioenen op, er bestaat ook een verband tussen de bijdragen die werknemers en werkgevers aan de huidige gepensioneerden doorstorten en de hoogte van hun toekomstige pensioen. We trekken dus een wissel op de toekomst. De jongste tien jaar is de beroepsbevolking steeds groter geworden, ondanks het feit dat de leeftijdsgroep tussen 18 en 64 jaar relatief gelijk is gebleven. Dat heeft vooral te maken met het feit dat meer en meer vrouwen zijn gaan werken. 'Het kostwinnersmodel is sinds het einde van de jaren zeventig in een tweeverdienersmodel overgegaan. In die periode ontstond een mentaliteitsverandering. Steeds meer vrouwen kozen er bewust voor de band met de arbeidsmarkt te behouden, ook als ze kinderen kregen', zegt Tom Vandenbrande van Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming (WAV). Doordat telkens een volgende generatie vrouwen aan de slag ging, bleef de beroepsbevolking uitbreiden. En dat zal waarschijnlijk nog een tiental jaar doorgaan. Maar omstreeks 2010 zal de hoge participatiegraad onder vrouwen ook de oudste groep van de beroepsbevolking bereikt hebben en zal het effect dus afnemen.AAN HET WERKOmdat in die periode ook de grote babyboomgeneratie met pensioen gaat, zal de beroepsbevolking ernstig uitdunnen. 'Momenteel kan de werkgelegenheidsgroei nog worden opgevangen. De meeste vacatures worden ingevuld, al duurt het soms een tijdje', aldus Vandenbrande. Maar dat wordt moeilijker. Om de arbeidsmarkt de komende dertig jaar draaiende te houden én de babyboomers een pensioen te geven, is er dan ook een rechtlijnig werkgelegenheidsbeleid nodig. Een eerste optie is het 'activeren' van delen van de bevolking die nu in verhouding weinig op de arbeidsmarkt aan bod komen. Dat zijn de zogenaamde kansengroepen zoals allochtonen, mensen met een handicap en laaggeschoolden. De overheid investeert nu al in allerlei projecten en campagnes om hen te activeren en om bedrijven bewust te maken dat ook die mensen geschikte werknemers kunnen zijn. Volgens Steunpunt WAV is dat echter niet genoeg om de periode van twintig jaar te overbruggen. 'De groep migranten bijvoorbeeld is niet zo groot. Ze kennen wel hoge werkloosheid, maar de activering van die groepen alleen is economisch gezien niet voldoende', luidt het. Toch moet het gebeuren: uit sociaal oogpunt én omdat we ons niet zullen kunnen permitteren om sommige groepen links te laten liggen. 'De op korte termijn ideale weg op dat vlak is het spoor dat Nederland heeft gevolgd. Zij aanvaarden dat de inschakeling van zogenaamd zwakkere groepen in een kleinere toename van de productiviteit kan resulteren. Steeds meer mensen hebben de mond vol van de plicht om te werken. Wel, dan moeten ze ook aanvaarden dat dat de productiviteit van de hele groep kan aantasten', zegt Vandenbrande. De tweede optie om te voorkomen dat er pakweg in 2020 meer knelpunten dan gewone vacatures zijn, is mensen langer aan het werk houden. 'De groep tot 25 jaar heeft een lage participatiegraad. Maar zij zitten natuurlijk gewoon op school, en dus is het niet wenselijk om hen naar de arbeidsmarkt te lokken. De groep van 25 tot 50 is bijna volledig aan het werk, ze kent een lage werkloosheid. De enige leeftijdscategorie waarbinnen nog ruimte is om de participatie op te voeren, zijn de 50- tot 65-jarigen', luidt het bij Steunpunt WAV. Dat is echter niet vanzelfsprekend. Meer en meer mensen stoppen immers steeds vroeger met werken. Brugpensioen is in de loop der jaren een 'verworven recht' geworden - of wordt toch zo beschouwd. Toch ontstond het brugpensioen in de jaren zeventig als 'tijdelijke' maatregel om de enorme jeugdwerkloosheid onder controle te krijgen. Het systeem werkte aanvankelijk niet, waardoor de financiële beloning om vervroegd met pensioen te gaan zo werd opgetrokken dat er toch veel mensen gebruik van maakten. Op zich is er niets op tegen dat werknemers vroeger afscheid van hun collega's nemen. Alleen ontstaan er problemen doordat de schaarste op de arbeidsmarkt zo wordt vergroot en doordat de tijd dat mensen met pensioen zijn veel langer wordt - en dat kost geld. 'Er is een mentaliteitsverandering nodig, en die zou er al moeten zijn tegen de tijd dat de babyboomers uit het arbeidsproces stappen', zegt Geert Vandenbroucke van Steunpunt WAV. En tien jaar is een korte periode om een mentale knop om te draaien. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat - ondanks de ongerustheid over de pensioenen - 85 procent van de Vlamingen de werkelijke pensioenleeftijd van 57 jaar verkiest boven de wettelijke van 65 jaar. Tachtig procent wil zelfs graag tot veertien procent pensioen inleveren, als ze maar op hun 57ste van het leven kunnen gaan genieten. En genieten staat nog altijd haaks op het beeld dat mensen van 'werken' hebben - ondanks de grote woorden van allerlei verjongende partijen over de nieuwe arbeidsmarkt. Voor een vroeg pensioen willen velen zelfs meer uren per week werken. Liever geen werktijdverkorting en tijdskrediet, maar vroeger met pensioen.PENSIOENPIJLERSAls het niet lukt om de pensioenleeftijd op te trekken, is ook een verhoging van de bijdragen voor de pensioenen een mogelijkheid. Tegen alle verwachtingen in blijkt dat een meerderheid voor het pensioenrecht - en in naam van de solidariteit - grotere bijdragen wil betalen. Dat zet de VLD-overtuiging dat de Belgen wakker liggen van de 'lasten' toch behoorlijk op de helling. Misschien stopt de Vlaamse regering haar 2500 frank (62 euro) belastingverlaging per persoon toch maar beter in een pensioenfonds. Want een grotere bijdrage van de overheid zou natuurlijk ook een oplossing zijn. Voor een verlaging van de pensioenuitkeringen is dan weer niemand te vinden. Wel voor een beetje rechtvaardigheid: 95 procent voelt wel iets voor een (onbepaald) maximumpensioen én voor een minimumpensioen van 32.000 frank (793 euro). Het pensioen zélf bij elkaar sparen, is dan weer geen populair concept. Slechts een kleine minderheid van de beroepsbevolking ziet een zuivere kapitalisatie via privé-verzekering zitten. Dat blijkt uit de cijfers van de tweede (een aanvullend pensioen georganiseerd door bedrijf of bedrijfstak) en de derde pensioenpijler (individuele pensioenvorming). Vier op de tien mensen hangen immers volledig van het wettelijke pensioen af, en de lage inkomens zijn in die groep oververtegenwoordigd. Een bruuske verandering van het huidige systeem naar uitsluitend een persoonlijke verzekering zou trouwens zorgen voor een 'overgangsgeneratie' die géén pensioen krijgt, of een generatie die zowel voor haar eigen pensioen als voor dat van de huidige gepensioneerden moet opdraaien. Als de overheid die kosten op zich zou nemen, wordt de staatsschuld vergroot. En die moet door de jongeren betaald worden. Elke regering die het wettelijke pensioenstelsel volledig of gedeeltelijk door een vorm van persoonlijke verzekering vervangt, zou trouwens gewoon worden weggestemd. Met pensioen gaan, betekent niet volstrekt op non-actief staan en afgeschreven zijn. Heel wat mensen willen graag uitbollen: met pensioen gaan en toch nog een beetje werken. Aan de andere kant hoeft het inschakelen van ouderen niet te betekenen dat iedereen tot zijn 65ste fulltime aan de slag moet blijven. Een loopbaan zal er in de toekomst sowieso anders gaan uitzien. Zeker in de overbruggingsperiode op de arbeidsmarkt zullen mensen creatiever met werken moeten omspringen. Zo kunnen peterschapsformules een oplossing bieden. Daarbij krijgen bedrijven een premie per oudere werknemer die ze inzetten om jongeren op de werkvloer op te leiden. De jonge werknemer krijgt dan een vlottere start, terwijl zijn oudere collega zacht in zijn pensioen kan landen. 'Zo voorziet het non-profitakkoord dat in elk ziekenhuis een oudere verpleegkundige wordt aangesteld om jonge werknemers wegwijs te maken. Begeleiding op de werkvloer zou een manier kunnen zijn om geschikte werknemers te lokken, in plaats van met een bedrijfswagen of een trendy gsm', zegt Geert Vandenbroucke. Er wordt ook vaak beweerd dat het vandaag haast niet meer mogelijk is dat een werknemer in een bedrijf aan de slag gaat en veertig jaar later bij dezelfde werkgever met pensioen gaat. Vast werk zou een andere betekenis krijgen. Maar toch blijkt dat de meesten nog steeds een contract van onbepaalde duur willen. 'Het verloop van het ene bedrijf naar het andere is wel toegenomen, maar niet zo spectaculair als ze ons willen laten geloven', zegt Tom Vandenbrande. 'In tijden van hoogconjunctuur neemt de jobmobiliteit altijd toe. Als het straks weer slechter gaat met de economie, zullen werknemers weer meer vastigheid willen en zal dat verloop weer afnemen.' Terwijl de meeste mensen naar hun pensioen uitkijken, willen anderen - vooral hoger opgeleiden - de band met de arbeidsmarkt niet helemaal verliezen. Gepensioneerden mogen een beperkt bedrag bijverdienen, maar voor bruggepensioneerden is dat helemaal uitgesloten. Volgens Halil Girgignol van het arbeidsbemiddelingsbureau voor senioren Radix is het gezien de schaarste op de arbeidsmarkt hoog tijd dat die beperkingen worden opgeheven. 'Ondertussen kunnen we mensen die bij ons aankloppen alleen de raad geven om bijvoorbeeld een managementvennootschap op te richten. Dat is een mogelijk én wettelijk alternatief', zegt hij. Ondertussen heeft Vlaams minister van Welzijn Mieke Vogels (Agalev) laten weten dat ze alle leeftijdsgrenzen die ouderen tot inactiviteit verplichten het liefst ziet verdwijnen.SELECTIEVE MIGRATIEAfgezien van het inschakelen van ouderen en het activeren van kansengroepen, gaan ook steeds meer stemmen op om hoogopgeleide buitenlanders aan te trekken om de vacatures in Vlaamse bedrijven in te vullen. En dat terwijl hele kolonies economische vluchtelingen in het Westen niet bepaald met open armen ontvangen worden. Alleen de best and brightest zijn welkom. Professor Koen Matthijs van het departement Sociologie van de KU Leuven heeft in dat verband ethische bedenkingen. 'Sommige landen, zoals Duitsland en Canada, leggen wat dat betreft weinig scrupules aan de dag. Zij importeren bijna letterlijk hoogopgeleide Aziaten om de vacatures in groeisectoren als de informatica in te vullen. Door die kortetermijnoplossing confronteren ze andere landen met een scheefgetrokken concurrentiesituatie. Maar nog belangrijker zijn de nefaste gevolgen voor de thuislanden van die mensen. Het leidt immers tot een lokale braindrain waardoor die landen verder in een economische puinhoop en een sociaal moeras wegzakken. Het prijskaartje daarvan, onder de vorm van hongersnood, sociale conflicten en militaire dreiging, wordt op termijn ook aan het Westen aangeboden. Selectieve migratie is een vergiftigd geschenk', aldus Matthijs. Import van werkkrachten biedt ook niet echt een oplossing voor de toekomstige problemen op de Vlaamse arbeidsmarkt. 'Dat is geen structurele oplossing, integendeel', zegt Tom Vandenbrande. 'Dan worden er mensen die al een aantal jaar werken en niet piepjong zijn op de arbeidsmarkt gebracht. En dat is iets helemaal anders dan de instroom van jonge mensen die nog een hele carrière voor de boeg hebben. Eigenlijk wordt zo een structureel probleem gecreëerd: de uitstromende groep blijft groter dan de instroom en dus zouden er altijd opnieuw nieuwe migranten nodig zijn.' De migratiestromen, selectief of niet, hebben natuurlijk een bijzonder grote invloed op alle aspecten van onze samenleving. En ze zijn totaal onvoorspelbaar. Sinds 1989 vestigen zich hier jaarlijks zo'n tienduizend migranten. Zestig procent van hen komt uit EU-landen. Uit berekeningen blijkt dat er tien keer zoveel zouden moeten zijn om in 2020 dezelfde verhouding tussen de werkende en niet-werkende bevolking te krijgen als vandaag. Het enige wat vaststaat, is dat de migratiedruk zowel van zuid naar noord als van oost naar west zal toenemen. Europa bevindt zich dus in de vuurlinie. Terwijl het Vlaamse bedrijfsleven én sommige beleidsvoerders over de grens lonken, zijn er onder de taalgrens nog veel werklozen. Maar alle kleine en grote projecten ten spijt, lijken die niet makkelijk in Vlaanderen aan het werk te gaan. 'Met het oog op onze toekomstige pensioenen is het in ons voordeel om de participatiegraad in Wallonië en Brussel te vergroten', aldus Geert Vandenbroucke. Ondertussen mogen we in Vlaanderen dus niet op onze lauweren rusten. Met zijn allen kinderen maken, zal het probleem niet meer kunnen oplossen. Integendeel, het zou een nieuwe babyboomgeneratie op de wereld zetten die over 65 jaar hetzelfde scenario oplevert. We kunnen alleen lang werken en sparen, véél sparen.Volgende week: Een blik op 2002.Ann Peuteman - Misjoe Verleyen