Sinds 2003 mogen ondernemingen die voor hun personeel de kinderopvang regelen, bepaalde uitgaven als beroepskosten inbrengen. De potentiële fiscale aftrek betreft echter alleen bedragen die door het bedrijf uitgegeven worden voor het creëren en/of behouden van kinderdagopvang. Voor de investering in andere kinderopvanginitiatieven voor kinderen van 3-12 jaar werd geen regeling voorzien.
...

Sinds 2003 mogen ondernemingen die voor hun personeel de kinderopvang regelen, bepaalde uitgaven als beroepskosten inbrengen. De potentiële fiscale aftrek betreft echter alleen bedragen die door het bedrijf uitgegeven worden voor het creëren en/of behouden van kinderdagopvang. Voor de investering in andere kinderopvanginitiatieven voor kinderen van 3-12 jaar werd geen regeling voorzien. Uit de aangiftes voor 2004 bleek dat bedrijven bovengenoemde mogelijkheden bijna niet benutten. De wetgever voorziet immers niet in wat de ondernemingen écht nodig hebben, aldus Vlaamse vzw Landelijke Kinderopvang, die onder de naam Stekelbees vzw al enkele jaren vakantieopvang voor bedrijven organiseert. Aangezien de vraag naar kinderopvang veel groter is dan het aanbod, moeten de bedrijven bijkomende stimuli aangeboden krijgen. De erkenning van kin-deropvang als randvoorwaarde voor tewerkstelling is nog niet wijdverspreid. Wat het aspect 'vervoer' betreft, blijkt de maatschappelijke aanvaarding veel groter. Getuige de initiatieven op het vlak van woon-werkverkeer zoals het aanbieden van een bedrijfswagen of een tegemoetkoming in trein- of busabonnementen. Om de ondernemingen over de streep te halen, moet de wet van 2003 volgens Landelijke Kinderopvang op drie punten worden aangepast. Ten eerste moet de toepassing van de fiscale maatregel worden verruimd tot alle projecten die door een door Kind en Gezin erkende instelling worden georganiseerd. Ook al wordt het specifieke project zelf niet gesubsidieerd of gecontroleerd door Kind en Gezin. Bovendien moet de doelgroep worden uitgebreid, van 0 tot 3 jaar naar 0 tot 12 jaar. Ten slotte dient de aftrek voor de bedrijven te worden verhoogd tot 120 procent. Uit een proefproject opgezet met de steun van de Kamer van Koophandel Halle-Vilvoorde bleek dat een dergelijke kinderopvang, die door de ondernemingen wordt geregeld, een maatwerkproduct is waarvoor de bedrijfsleiding zich uitdrukkelijk moet inzetten. Het gaat immers over structurele kosten, die van de werkgever een stabiel en eenduidig beleid vereisen. Ook het profiel van het bedrijf speelt mee. Uit enquêtes blijkt dat bedrijven met vooral mannelijke laaggeschoolde werknemers niet geïnteresseerd waren in door het bedrijf gespon-sorde kinderopvang. Daarnaast zijn ook de werkuren van cruciaal belang. Hoe flexibeler de uurroosters, hoe hoger de kosten voor kinderopvang. Samengesteld door Marcel Schoeters