Er is haast bij. De wetsontwerpen om de bestaande kieswetgeving te wijzigen moeten vóór het zomerreces door het parlement. Na de zomer beginnen de politieke partijen namelijk met het samenstellen van de verkiezingslijsten, en dan willen ze weten waar ze aan toe zijn. Maar het door de regering bereikte vergelijk is niet de grote doorbraak waarvoor het zou kunnen doorgaan. Het is gewoon de uiteindelijke goedkeuring van een akkoord dat de premier sinds het aantreden van paars-groen tot vervelens toe opnieuw heeft aangekondigd.
...

Er is haast bij. De wetsontwerpen om de bestaande kieswetgeving te wijzigen moeten vóór het zomerreces door het parlement. Na de zomer beginnen de politieke partijen namelijk met het samenstellen van de verkiezingslijsten, en dan willen ze weten waar ze aan toe zijn. Maar het door de regering bereikte vergelijk is niet de grote doorbraak waarvoor het zou kunnen doorgaan. Het is gewoon de uiteindelijke goedkeuring van een akkoord dat de premier sinds het aantreden van paars-groen tot vervelens toe opnieuw heeft aangekondigd. De jongste maanden werden verschillende scenario?s uitgetest, waarvan de subtiliteiten en nuances de minder beslagen rekenaars onder ons wellicht ontgaan, maar waartegen telkens uit de een of andere hoek protest rees. Vooral de PS, in dit dossier niet bepaald vragende partij, had reserves bij de geplande hervormingen. Maar het recente overleg tussen de premier en vice-premier Laurette Onkelinx (PS) heeft blijkbaar vruchten afgeworpen. Het paars-groene akkoord, dat dit weekend in grote lijnen in de krant De Standaard stond, houdt onder meer in dat het principe van de provinciale kieskringen wordt aanvaard, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. In de praktijk betekent dit dat de kiesarrondissementen van Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen, Luik en Henegouwen worden samengevoegd tot provinciale kieskringen. Voor de andere provincies gold dit al. Ook de invoering van een dubbele kiesdrempel van 5 procent zou er komen. Nationale lijsttrekkers, of kopmannen die in verschillende provincies de kamerlijst mogen aanvoeren, komen er echter niet, ondanks eerdere berichten. Alle partijen, niet alleen de Franstalige, hadden daar grote bezwaren tegen. De meest verreikende plannen op de onderhandelingstafel betreffen het opdoeken van de Senaat. Iedereen is het erover eens dat in 1993 een stommiteit werd begaan door de Senaat via één kieskring per gemeenschap te laten verkiezen. Daardoor moeten de nationale boegbeelden elkaar op de senaatslijst bekampen, wat gezien het geringe politieke gewicht van die instelling een verspilling van talent mag heten. Dat er iets moest veranderen, was dus een uitgemaakte zaak. De Franstaligen zouden nu hun verzet tegen de afschaffing van de Senaat hebben opgegeven, in ruil voor een paritair samengestelde federale raad die aan de Kamer wordt toegevoegd. Zowat de voltallige Senaat, met de rechtstreeks verkozen en de gecoöpteerde senatoren, zou naar de Kamer worden versast, wat het totale aantal kamerleden op ongeveer 200 brengt. Politieke hervorming is nodig, zeker, maar ze mag geen pijn doen. De paritaire federale raad, die pariteit is een oude Franstalige eis, is samengesteld uit vertegenwoordigers van de gemeenschappen en de gewesten. Bedoeling is dat zij een aantal keren per jaar samenkomen, om te vergaderen over gemeenschapsmateries of grondwetswijzigingen, en om eventuele belangen of bevoegdheidsconflicten te beslechten. Waarmee die raad eigenlijk gedeeltelijk de rol van het Arbitragehof overneemt. Bij de volgende federale verkiezingen wordt de Senaat dus nog één keer volgens het huidige systeem verkozen, om zichzelf nadien op te heffen. De kandidaten mogen om die reden alvast in de eigen provincie de kamerlijst en de senaatslijst aanvoeren. Premier Verhofstadt als lijsttrekker voor de provincie Oost-Vlaanderen en nummer één op de senaatslijst, bijvoorbeeld. Er zitten wel nog wat haken en ogen aan dat scenario. Zoals: hoe geraakt de regering op het einde van deze regeerperiode aan de tweederde meerderheid die nodig is om de grondwetsartikelen in verband met de Senaat voor herziening vatbaar te laten verklaren? In VLD-kringen werd even geopperd om de kiesdrempel, die levensbedreigend is voor de N-VA en vooral voor Spirit, maar blauwblauw te laten, om zich zo van een tweederde meerderheid te verzekeren. De filosofie van de geplande hervormingen, zegt Verhofstadt, is ?de burger meer inspraak geven?. Toch laadt de regering met de huidige plannen de verdenking op zich dat ze op de eerste plaats aan zichzelf, en pas dan aan de burger denkt. Volgens een groen politicus dient de hervorming ?vooral de zaak van een aantal boegbeelden, die hun populariteit willen verzilveren?. Duidelijk is in ieder geval dat het een zaak was voor de grote jongens, vice-premiers, partijleiders, en dat bij het sluiten van de afspraken geen pottenkijkers werden geduld. Dat heeft voor wrevel binnen de partijen gezorgd, waar mindere goden zich de laatste maanden suf hebben gerekend. Wat betekent dit voor de eigen politieke toekomst? Los daarvan is een aanpassing van de kieswetgeving met zes partijen sowieso een hachelijke onderneming. Wat de ene goed uitkomt, verzwakt vaak de andere. Bovendien wil niemand de indruk wekken dat de spelregels kort voor de verkiezingen op maat van de eigen partijbelangen worden herschreven. Maar Verhofstadt had inmiddels zijn politieke hervormingsplannen zo vaak aangekondigd, dat er wel iets moest gebeuren. De premier heeft op dat vlak namelijk een reputatie te verdedigen. Wel lastig soms, want de SP.A kan intussen doen alsof die hele hervorming haar in wezen niets interesseert. Terwijl toch vooral minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP.A) de motor achter de provinciale kieskringen is. De invloed van die kieskringen is inmiddels zorgvuldig gewogen. En goed bevonden, want alles zou bij het oude blijven, met eventueel uitzicht op winst. De Franstaligen vreesden aanvankelijk de zetel die ze op basis van demografische gegevens van de Vlamingen zouden winnen, opnieuw te verliezen. Maar volgens de recentste volkstellingen blijkt die vrees ongegrond. Om de interne machtsverhoudingen niet in gevaar te brengen, wilde de PS de kieskringen Luik en Henegouwen toch liever buiten de regeling houden. Niet verwonderlijk volgens Pascal Delwit, professor Politieke Wetenschappen aan de ULB: ?Provinciale kieskringen veronderstellen dat de federaties onderling overeenkomen, wat bij de PS niet evident is.? Het grote voordeel van provinciale kieskringen is dat de loterij van de apparentering wegvalt. Dat is de techniek waarbij, na de zetelverdeling in het kies-arrondissement, de stemoverschotten op provinciaal vlak tussen de partijen worden verdeeld. Dat is ook de reden waarom de meeste partijen er toch voor gewonnen zijn. Accidenten zoals destijds met Paul Tant (CD&V), die door het spel van de apparentering naast zijn herverkiezing greep, kunnen voortaan niet meer. Blijft natuurlijk Vlaams-Brabant, waarvoor een uitzondering moet worden gemaakt. Van Vlaams-Brabant één provinciale kieskring maken, veronderstelt namelijk de splitsing van de unitaire kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Voor de Franstaligen blijft dat vooralsnog un non absolu. Wat er met Vlaams-Brabant zal gebeuren, is dus onzeker. Uit simulaties die de partijen lieten uitvoeren, blijkt dat provinciale kieskringen alleen de verkiezingsresultaten van 1999 niet ernstig zouden wijzigen. De zetelverdeling gebeurt nu immers ook al provinciaal. Maar die simulaties kunnen geen rekening houden met het effect van provinciale boegbeelden, waarvan de meerderheidspartijen veel verwachten. Wat zulks kan opleveren, heeft Steve Stevaert (SP.A) in Limburg al aangetoond. Verhofstadt hoopt dat succes in Oost-Vlaanderen over te doen, net zoals Vande Lanotte in West-Vlaanderen of Elio Di Rupo (PS) in Henegouwen. Dat dit ook Filip Dewinter (Vlaams Blok) in de hele provincie Antwerpen betekent, mag de pret niet drukken. Zeker omdat voor de CD&V de provinciale kieskringen slecht nieuws zijn. Delwit: ?Dit is een uitgelezen kans om de macht van de CD&V, die lokaal erg sterk staat, te breken.? Oppositiepartij N-VA vindt in ieder geval dat de regering zich hier aan een typisch staaltje ?gerrymandering? bezondigt, knoeien met de indeling van de kiesdistricten voor eigen profijt. Omdat grotere kieskringen soms kleinere partijen bevoordelen, wilden de socialisten daar absoluut een kiesdrempel aan vastkoppelen. ?Als in Antwerpen de kiesomschrijving wordt vergroot zonder kiesdrempel, kan elke imbeciel met politieke ambities verkozen geraken?, zegt een SP.A-minister. Sinds de verrijzenis van Ward Beysen (VLD) zijn de liberalen het idee van een kiesdrempel ook meer genegen. Maar de invoering van zo?n kiesdrempel is niet eenvoudig. Delwit: ?Een nationale kiesdrempel benadeelt de Franstalige partijen. Een regionale zou betekenen dat de Vlaamse partijen in het Brusselse gewest van de kaart worden geveegd. Dat is dus ook uitgesloten. Een andere mogelijkheid is een kiesdrempel op het niveau van de kieskring, maar wat dan met de tweetalige kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde? Een ad-hocregeling zou dan weer in strijd met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel zijn (de N-VA laat weten in dat geval bij het Arbitragehof beroep te zullen aantekenen). Ik weet dat Verhofstadt zo?n drempel wil, maar hij heeft nooit uitgelegd hoe hij dat in praktijk gaat brengen.? De premier zelf denkt aan een dubbele kiesdrempel, zowel op het niveau van de kieskring als regionaal. Bedoeling is de tenoren van N-VA en Spirit ertoe over te halen uit lijfsbehoud allianties met grotere partijen te sluiten. Toch is het maar de vraag of een hoge kiesdrempel vanuit democratisch oogpunt wenselijk is. Tenzij de gevestigde partijen nieuwe maatschappelijke stromingen natuurlijk tot elke prijs de toegang tot het parlement willen ontzeggen. Het is geen toeval dat de Vlaamse regering vorig weekend, overigens ook niet voor de eerste keer, haar akkoord bekendmaakte over de rechtstreeks verkozen burgemeester en over een verbod op het cumuleren van plaatselijke uitvoerende mandaten met een parlementair mandaat. De federale onderhandelingen over de provinciale kieskringen, een vraag van de socialisten, en de Vlaam-se afspraken over een rechtstreeks verkozen burgemeester, het stokpaardje van de liberalen, zijn immers aan elkaar gekoppeld. In het Vlaamse akkoord is de winst dus mooi verdeeld. De liberalen krijgen hun rechtstreeks verkozen burgemeester, Agalev een decumulatieregeling, al zal die ten behoeve van de Vlaamse socialisten wellicht vrij soepel worden geïnterpreteerd. De liberalen komt een decumulatieregeling, waarbij burgemeesters moeten kiezen tussen parlement en gemeentehuis, niet slecht uit. Dat schept namelijk wat meer ruimte op de lijsten voor de nieuwkomers van de NCD. En ook de groenen mogen dus tevreden zijn, zeker nu de zogeheten Imperiali-kiesdeler voor het berekenen van de zetelverdeling bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt ver-vangen door de meer evenredige D?Hondt-formule. Daardoor behalen kleinere partijen gemakkelijker een eerste zetel. Of omgekeerd, verliezen de grote partijen wat ten gunste van de kleintjes zoals Agalev, Spirit, N-VA, en het Vlaams Blok in kleinere gemeenten. In de praktijk zal het systeem- D?Hondt vooral de CD&V schade berokkenen. Pascal Delwit: ?Het systeem-Imperiali is voor de CD&V van levensbelang. De partij heeft bij de recentste gemeenteraadsverkiezingen goed stand gehouden, maar heeft in nogal wat gemeenten slechts enkele zetels op overschot.? Maar de Vlaamse regering heeft die CD&V wel nodig om ook voor de Vlaamse verkiezingen provinciale kieskringen te kunnen invoeren. Want dat vereist in Vlaanderen een tweederde meerderheid. Het is erg onzeker of de CD&V bereid zal worden gevonden daaraan mee te werken. Al valt niet uit te sluiten dat er tijdens een goed gesprek tussen de premier en CD&V-voorzitter Stefaan De Clerck toch iets uit de bus komt. Politiek gezien zijn de Vlaamse afspraken weliswaar mooi in evenwicht, maar of ze ook werkbaar zijn, is een andere zaak. Johan Ackaert, politiek wetenschapper aan de LUC, heeft daar alvast grote twijfels over: ?Mijns inziens berusten deze plannen op een grote contradictie. Met de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester introduceert de Vlaamse regering een aspect van het meerderheidsstelsel, terwijl ze voor de verkiezing van de gemeenteraad streeft naar een zo groot mogelijke evenredigheid. Ik zie niet in hoe dat kan functioneren.? Zulke tegenstrijdigheden kenmerken ook de federale hervormingen. Dat kan ook moeilijk anders, sommige meerderheidspartijen hebben nu eenmaal voordeel bij meer proportionaliteit, anderen bij minder. In het paars-groene regeerakkoord werd met veel bombarie de oprichting van een commissie voor de politieke vernieuwing aangekondigd. Die commissie zou in overleg met alle partijen een pakket maatregelen bedenken om de werking van de democratie te verbeteren. Behalve de publicatie van twee lijvige rapporten ? wie heeft ze gelezen? ? heeft de commissie weinig of niets gepresteerd. Maar het zou oneerlijk zijn alleen de commissie daarvan de schuld te geven. De premier durfde het vorige maand nog aan om de commissie te schofferen. Ze zou geen interessante ideeën hebben aangebracht. Maar als alles toch al op regeringsniveau wordt beslist, wat zou het parlement zich dan nog de moeite getroosten. Van een brede consensus over politieke vernieuwing tussen alle democratische partijen is dus niets in huis gekomen, niet op de laatste plaats omdat het onderwerp de Franstaligen geen moer interesseert. Maar ook de huidige consensus binnen de regering over de hervormingsplannen van premier Verhofstadt moet voorwaardelijk worden opgevat. Het principiële vergelijk dat nu op tafel ligt, moet immers nog concreet worden uitgewerkt, en vaak beginnen de echte problemen dan pas. Ook op Vlaams niveau zal de technische uitwerking van het rechtstreeks verkozen burgemeesterschap nog de inzet worden van moeilijke onderhandelingen. Overigens levert gemorrel aan de kieswetgeving niet altijd het verhoopte resultaat op. Dat heeft de premier in zijn geliefde Italië kunnen vaststellen. Ook daar werden een aantal aspecten van het meerderheidsstelsel ingevoerd, om de partijen te verplichten allianties aan te gaan en het politieke landschap opnieuw wat overzichtelijker te maken. Er zijn nog nooit zoveel politieke partijen in Italië geweest als nu. n Oktober 1999: In zijn eerste federale beleidsverklaring herhaalt Verhofstadt het voornemen om het gewicht van de lijststem te halveren, een parlementaire commissie op te richten ?die de motor moet worden in het moderniseringsproces van onze democratie? en middelen te onderzoeken om de politieke participatie te versterken. 19 mei 2000: Voor het eerst wordt er gesproken over een akkoord om in Antwerpen, West- en Oost-Vlaanderen één provinciale kieskring in te voeren. De premier bevestigt het akkoord enkele weken later in de intussen opgerichte parlementaire commissie voor politieke vernieuwing. De PS wil niet weten van provinciale kieskringen in Luik en Henegouwen. Oktober 2000: In de beleidsverklaring aan het begin van het nieuwe politieke jaar wordt met geen woord over politieke vernieuwingsplannen gerept. Verhofstadts boodschap luidt immers: ?België boert goed.? April 2001: Verhofstadt verklaart nogmaals dat er een akkoord is om minstens in Vlaanderen provinciale kieskringen in te voeren. Een voorontwerp ter zake zou nog voor de zomervakantie naar de Raad van State worden gestuurd. Het voorontwerp komt er niet, maar na de zomer bevestigt de premier nogmaals het akkoord. 9 oktober 2001: De recentste beleidsverklaring onthult opnieuw ambitieuze plannen inzake politieke vernieuwing. De premier kondigt wetsontwerpen aan om de aanwezigheid van vrouwen op de verkiezingslijsten op te voeren (intussen uitgevoerd), provinciale kieskringen in te stellen, een kiesdrempel van 5 procent op te leggen en de partijen in staat te stellen enkele boegbeelden in verschillende provinciale kieskringen te laten opkomen. Verhofstadt verbindt zich er ook toe voor het einde van de regeerperiode bepaalde grondwetsartikelen herzienbaar te stellen zodat in de volgende regeerperiode het bindend referendum kan worden ingevoerd. Ten slotte laat hij weten dat de regering ?eraan denkt? de Kamer en de Senaat tot één federaal parlement om te vormen en daarnaast een paritair samengestelde Federale Raad op te richten, die als ontmoetingsplaats van ge-meenschappen en gewesten zou fungeren. 13 maart 2002: Verhofstadt bevestigt in de kamercommissie voor Binnenlandse Zaken een akkoord over provinciale kieskringen in Vlaanderen en over het opleggen van een kiesdrempel. ?We zitten in de laatste rechte lijn?, stelt hij ? na de zomervakantie zal de verkiezingskoorts de partijen in haar greep krijgen. Hij belooft de wetsontwerpen over de hervorming van het kiesstelsel tegen eind april, begin mei.Han Renard Christine Albers Dick Hollander