Minister Keulen doet zijn best om de K3 (Keulen, Kracht en Kennis) van de Vlaamse politiek te worden: zing voortdurend hetzelfde deuntje, ooit wordt het wel een hit. Na zijn recente steunbetuigingen aan het 'Gien Vloms Gien Ois'-beleid komt hij nu op de proppen met iets in de zin van 'Nederlands voor imams'. Onze moskeeën moeten plaatsen worden waar het Vloms floreert. Als dat niet zo is, dan krijgen ze van onze minister van Inburgering geen steun.
...

Minister Keulen doet zijn best om de K3 (Keulen, Kracht en Kennis) van de Vlaamse politiek te worden: zing voortdurend hetzelfde deuntje, ooit wordt het wel een hit. Na zijn recente steunbetuigingen aan het 'Gien Vloms Gien Ois'-beleid komt hij nu op de proppen met iets in de zin van 'Nederlands voor imams'. Onze moskeeën moeten plaatsen worden waar het Vloms floreert. Als dat niet zo is, dan krijgen ze van onze minister van Inburgering geen steun. Het Nederlands als glijmiddel voor alle goeie dingen des levens: met deze optimistische boodschap dondert Keulen door zijn bevoegdheidskavel. Het is het eenvoudige deuntje dat hem - zo zeggen hem zijn communicatiedeskundigen - uiteindelijk wel een hitje zal bezorgen. Net als de liedjes van K3 verzucht het een verleidelijke vanzelfsprekendheid: ja, Nederlands, dát is het! Aangezien wij Nederlands spreken en wij het allemaal goed hebben, zullen de werkloosheid, achterstelling en sociale marginalisering van allochtonen ook wel via dat Nederlands verholpen worden, toch? We kunnen dan lekker met hen praten, we kunnen luisteren naar wat hun imams vertellen in de moskee, we kunnen met hen in dialoog gaan. En zij? Zij worden net als wij: een deel van die brede Vlaamse burgerij die zichzelf innig liefheeft en enkel het beste met zichzelf voorheeft. Net als de nummers van K3 heeft het deuntje van Keulen geen enkele waarde. Het is een commercieel product, een slogan, die geen beleid kan zijn want het is op volkomen verkeerde uitgangspunten gebouwd en het verwart oorzaak en gevolg. Keulen heeft de lastige taak om na dertig jaar de erkenning van de islam als officiële godsdienst eindelijk gestalte te geven in allerhande praktische regels en decreten. Dat is lastig, want Keulen heeft het als liberaal hard te verduren op zijn rechterflank - denk aan Coveliers en Dedecker. De islam eindelijk reëel erkennen komt nogal snel over als een maatregel voor allochtonen, en die rechtervleugel heeft het met dat soort zaken buitengewoon moeilijk. Dus moet Keulen absoluut een vuistje maken tegen allochtonen, hen verpletteren onder zijn Vlaamse kracht, hen streng berispen wegens hun laksheid en hun moedwil. Enkel dan kan hij zijn beleid als liberaal vermarkten. Hoe doen we dat? Door de 'kennis van het Nederlands' op te leggen als criterium voor erkenning en kwaliteitsbepaling. Dus: door de klemtoon te leggen op het feit dat ze geen Vlamingen zijn, niet zijn zoals wij - door ze te discrimineren en marginaliseren. Ziehier de paradox van de inburgering. Indien dit land van bij de erkenning van de islam in 1974 werk had gemaakt van de omkadering en financiering van die eredienst, dan had men vandaag dit soort repressieve praatjes niet hoeven te houden. Praatjes die (ik stip dit even aan) op een tsunami van protest zouden botsen indien ze over joodse rabbi's en synagogen zouden worden gehouden. We zouden in dit land al drie decennia een Belgische islam gehad moeten hebben, die zich betrokken voelt bij de gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt, die dankzij een degelijke imamopleiding geestelijken zou hebben die vlot omgaan met onze talen, zeden en gewoonten, en wiens loyaliteiten hier liggen. Drie decennia van aliënatie en discriminatie zijn niet bevorderlijk voor eender welke menselijke relatie - in veel Vlaamse koppels komt er een scheiding na veel minder relationele miserie. Het zou dan ook goed zijn indien Minister Keulen eerst eens een diagnose zou maken van die oude problematiek, alvorens er zijn K3 deuntje op af te vuren. In het dossier van de islam heeft dit land nooit last gehad van een goed begrip van de feiten. Dit probleem oplossen zal, zeker nu, dus meer vergen dan 'Wees Vlaming, die Allah Vlaming Schiep'. Jan Blommaert