Een dikke dertig jaar geleden sijpelden de eerste resultaten door van het wetenschappelijk onderzoek waarmee het Gentse trio Walter Fiers, Jozef Schell en Marc Van Montagu opgang zou maken. Die hoogleraren ontdekten diverse methodes om de biotechnologie een nieuwe dimensie te geven, zowel in de landbouwsector als in de geneeskunde.
...

Een dikke dertig jaar geleden sijpelden de eerste resultaten door van het wetenschappelijk onderzoek waarmee het Gentse trio Walter Fiers, Jozef Schell en Marc Van Montagu opgang zou maken. Die hoogleraren ontdekten diverse methodes om de biotechnologie een nieuwe dimensie te geven, zowel in de landbouwsector als in de geneeskunde.Er sproten nogal wat spin-offs uit hun academische verwezenlijkingen, waarvan Plant Genetic Systems de bekendste is. Vlaanderen bleek vruchtbare grond voor biotechnologie: een heel gamma van innoverende bedrijven zag ondertussen het levenslicht. Een van de jongste telgen is het in Zellik gevestigde R.E.D. Laboratories. Dat spitst zich toe op onderzoek naar chronische immuunafwijkingen, waaronder het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS). Die aandoening treft één op de duizend Belgen en kan mensen voor lange tijd aan hun bed spijkeren omdat de minste activiteit tot uitputting leidt. 'R.E.D. staat voor RNAse-L Enzyme Dysfunction', zegt Karen De Smet. 'Het vat de essentie van ons onderzoek samen, want we weten dat bij een aantal patiënten die aan CVS lijden het enzym RNAse-L in gefragmenteerde vorm voorkomt. We pogen nu enerzijds te begrijpen wat het fysiologische mechanisme achter CVS is. Want zolang het mechanisme duister blijft, is het moeilijk een therapie te ontwikkelen. Anderzijds werken we aan tests om een juiste diagnose van CVS te kunnen stellen.' Karen De Smet is project leader therapeutic development van R.E.D. - een hele mondvol, zoals dat tegenwoordig in de industrie de gewoonte is. Ze studeerde Farmacie aan de Vrije Universiteit Brussel, maar altijd met de bedoeling om in het wetenschappelijk onderzoek te stappen. Ze maakte een doctoraat in het Laboratorium voor Toxicologie, waar ze een methode afstelde om levercellen lange tijd in cultuur te brengen. Het ging vooral om het vinden van de juiste manier om 'echte levercondities' in een laboratoriumschaaltje na te bootsen. 'De cellen kunnen dan gebruikt worden om de toxiciteit van stoffen als geneesmiddelen in spe te testen', zegt Karen. 'Tot voor kort moesten daarvoor grote aantallen proefdieren worden opgeofferd. Maar het laboratorium waar ik werkte, streeft naar diervriendelijke onderzoeksmethoden. Dat vond ik belangrijk. Ik heb altijd een band met dieren gehad. Thuis heb ik bijvoorbeeld twee kippen, Marie en Antoinette, maar het is niet de bedoeling dat die ooit onder de guillotine komen. Zelfs als ze niet meer leggen, mogen ze blijven leven. Ik vind het een geweldige ontwikkeling dat er meer aandacht voor het welzijn van dieren komt.' Ze beseft dat in een aantal omstandigheden proefdieren nodig zullen blijven, maar niet als er alternatieven zijn. Er wordt in het wetenschappelijk onderzoek te slordig met dierlijk leven omgesprongen. 'Ik heb het er altijd moeilijk mee gehad. Toen ik in mijn eerste kandidatuur een dode nerts moest dissecteren, had ik daar een heel slecht gevoel over. Nu bestaan er gelukkig cd-roms die studenten perfect door een virtuele dissectie loodsen zonder dat daarvoor dieren moeten worden opgeofferd.' Op haar nieuwe werk worden alleen cellen gebruikt voor onderzoek, geen proefdieren. 'Hier werk ik met bloed- in de plaats van met levercellen', zegt Karen De Smet, lichtjes grinnikend, want toen ze achttien was, besloot ze om geen Geneeskunde te studeren omdat ze niet tegen bloed kon. 'De methodes zijn wel dezelfde als aan de universiteit. Met biologische spitstechnologie pakken we het CVS aan. Onze eerste resultaten zijn veelbelovend. Patiënten zien we niet, maar we krijgen wel bloedstalen binnen, dat maakt het werk concreet. En als we iets ontdekken, zal dat rechtstreeks mensen helpen.' Ze is milieubewust en haar echtgenoot, die ze op de middelbare school leerde kennen, is leraar moraal. Zoals velen staat het koppel huiverig tegenover moderne genetische technieken. 'Het is niet omdat ik zelf in de sector zit dat ik me geen vragen stel over klonen of genetische manipulatie. Ik moet altijd het fijne van iets weten voor ik ergens een mening over vorm. Ik word soms lastig van mensen die meningen formuleren zonder dat ze weten waarom. Ik vind het wel problematisch dat de wetenschap sneller evolueert dan het ethische denken. Het zal weer duren tot er ergens iets fundamenteels misloopt voor er meer controle komt.'D.D.