In 'Bang voor de toekomst' (Knack nr. 41) schetst Knack een aantal resultaten van het VUB-onderzoek naar de beleving van jongeren tussen 21 en 36. Het artikel wordt opgebouwd aan de hand van wat de drie verhalen van onze tijd worden genoemd: de onbeheersbaar competitiever wordende economie, het onvermijdelijke falen van de multiculturele samenleving en het failliet van de natiestaat en de politiek. De resultaten van het onderzoek tonen onbetwistbaar aan dat een groot deel van de jongeren zich zorgen maakt over de toekom...

In 'Bang voor de toekomst' (Knack nr. 41) schetst Knack een aantal resultaten van het VUB-onderzoek naar de beleving van jongeren tussen 21 en 36. Het artikel wordt opgebouwd aan de hand van wat de drie verhalen van onze tijd worden genoemd: de onbeheersbaar competitiever wordende economie, het onvermijdelijke falen van de multiculturele samenleving en het failliet van de natiestaat en de politiek. De resultaten van het onderzoek tonen onbetwistbaar aan dat een groot deel van de jongeren zich zorgen maakt over de toekomstige evoluties op deze drie fronten. Tot zover de empirisch vastgestelde feiten. Sommigen gaan echter vrij ver in het interpreteren van de resultaten. Dit leidt tot titels als 'een verontruste generatie' of 'een bange generatie'. Twee dingen worden daarmee gesuggereerd. Ten eerste zou het zo zijn dat jongeren zich onzekerder voelen dan hun oudere medeburgers. Ten tweede zou deze generatie zich meer zorgen maken over de toekomst dan vroegere generaties (zoals de hippies of de yuppies). Over dat laatste kunnen we kort zijn. Er wordt geen enkel gelijkaardig onderzoek bij jongeren aangehaald van tien, twintig of dertig jaar geleden. De eerste stelling - jongeren voelen zich onzekerder dan ouderen - kan evenmin onderbouwd worden op basis van het onderzoek bij 21- tot 36-jarigen. De groep waarmee impliciet vergeleken wordt (in casu burgers ouder dan 36 jaar), is niet bevraagd in het onderzoek. Het is dus onmogelijk om te stellen dat het vooral jongeren zouden zijn die angst hebben voor de toekomst en beïnvloed worden door de drie verhalen. Andere onderzoeken uit 2002 en 2003 (o.a. 'Werken aan de Overheid', 'European Social Survey') bevragen wél burgers uit alle leeftijdscategorieën. Daaruit blijkt dat jongeren in vergelijking met ouderen significant positiever staan tegenover allochtonen en migranten; meer vertrouwen hebben in de Europese Commissie en het Europees parlement; en de toekomstige evolutie van de economische situatie en de werkloosheid positiever inschatten; ze verwachten meer te kunnen sparen; wantrouwen minder de regering en de overheid en zien hun toekomstige levensstandaard rooskleuriger in. Ze kunnen naar eigen zeggen beter dan ouderen omgaan met de snel veranderende wereld, voelen zich veiliger en vinden minder vaak dat stemmen geen zin heeft. De drie grote verhalen leven dus meer bij ouderen dan bij jongeren. Al bij al zijn de verschillen tussen jongeren en ouderen echter vrij beperkt. Misschien moeten we toch op zoek naar een andere omschrijving om de huidige generatie jongeren te typeren. Steven Van Roosbroek, wetenschappelijk medewerker K.U. Leuven.