Het is niet omdat de meimaand van dertig jaar geleden de revolutie niet gebracht heeft die werd verkondigd, dat zij geen sporen nagelaten heeft. De omwenteling die niet doorging, werd gepredikt door studenten, jongelieden wier jeugdigheid hun opvallendste kenmerk en ook belangrijkste boodschap was. De wereld is aan een verjongingskuur toe, luidde het nieuws en de aantredende generatie nam zich voor die klus te klaren. De lof van de jeugdigheid zou nadien niet meer verstommen, ook niet toen al lang niet meer om een revolutie werd geschreeuwd.
...

Het is niet omdat de meimaand van dertig jaar geleden de revolutie niet gebracht heeft die werd verkondigd, dat zij geen sporen nagelaten heeft. De omwenteling die niet doorging, werd gepredikt door studenten, jongelieden wier jeugdigheid hun opvallendste kenmerk en ook belangrijkste boodschap was. De wereld is aan een verjongingskuur toe, luidde het nieuws en de aantredende generatie nam zich voor die klus te klaren. De lof van de jeugdigheid zou nadien niet meer verstommen, ook niet toen al lang niet meer om een revolutie werd geschreeuwd. "Jong zijn" is een gesteldheid van lichaam en geest waarvan de voorwaarden in de loop der jaren zijn veranderd. Die ontwikkeling voltrok zich in de tweede helft van deze eeuw, met "mei '68" als kritiek punt. Sindsdien is jong zijn niet langer alleen maar een levensfase, maar ook een levenswijze. Wat voordien niet meer dan een korte periode van ontluikende mogelijkheden en onrijpe plannen aan het begin van het leven was, kreeg een ruimere betekenis voor de generatie die de "verbeelding" aan de macht wou laten komen. Jong zijn werd het blijvende ideaal van mensen van alle leeftijden, het visioen van een leven dat dynamisch en bruisend is, eeuwig dartel, onverzadigbaar, sportief, en aangevuurd door af en toe een progressief idee. Jong zijn is geen aanloop meer tot het leven, maar een voorwaarde voor het volle leven. Om mee te tellen in de samenleving, het tempo te volgen, te genieten van wat er te koop is, moet men jong zijn, fit, bijdehand, overlopend van vlotte, blitse, wilde ideeën, altijd wat vrijpostig en nooit te ernstig. De beperkingen opgelegd door de leeftijd werden echter niet opgeheven. Integendeel, ze werden verstrengd. Al wie boven de dertig was, werd door de nieuwlichters van "mei '68" gewantrouwd en verzocht zijn mond te houden. Aan de formulering is sindsdien wat geschaafd, maar de omstandigheid blijft dat wie een zekere leeftijd overschrijdt, niet meer tot de groep van de jongeren behoort. Dat hoeft echter niet langer een catastrofe te zijn. Wie aan de genoemde voorwaarden voldoet, kan het genot van het jong zijn met zich meenemen tot ver voorbij om het even welke leeftijdgrens. Een hele lifestylecultuur en fitnessindustrie zit te springen om advies te geven en de middelen aan te reiken. Van belang om jong te blijven, is echter niet alleen om aan de noodzakelijke condities te voldoen, men moet ook de ingesteldheid hebben om de jongeren zelf hun gang te laten gaan. Zonder die elementaire soepelheid kan het niet. Elke onwennigheid, elk bezwaar tegen disco, house, piercings, extasy of wat het rare volkje zichzelf ook aandoet, elke goede raad of andere ouderwetse gedachte, is het eigen doodvonnis tekenen. Men is oud dan, virtueel dood en uitgeschakeld.ZELFS GEEN MENSENOFFER IS TE ZWAARJeugdigheid is de nieuwe oppergod in het pantheon van de aanbeden levenskrachten. Sinds lang werd een god niet meer zo geprezen en met zoveel offers gepaaid als in de huidige tijd die zich van alle goden bevrijd waande. Geen offer is te zwaar om de bejubelde gunstig te stemmen, ook geen mensenoffer. De twintigjarigen die elk weekend, murw geslagen door discogedreun, zich te pletter rijden en uit smeulende wrakken worden gehaald, zijn het brandoffer dat gebracht wordt om "jongeren hun eigen muziek te laten beleven". De prijs moet betaald worden, want niets is zo ondenkbaar als het aan banden leggen van de jongerencultuur. Niemand waagt het iets te ondernemen waardoor hij als oud en onverdraagzaam wordt gebrandmerkt. Om het spookbeeld van de ouderwetsheid af te wenden, past de oudere generatie zich gewillig aan de jongere aan, vragen ouderen jongeren hun mening, en letten leraren erop hun leerlingen niets op te dringen. Geen Haydn of Debussy als het de Sex Pistols moeten zijn. Geen Goethe als ze Brusselmans verkiezen. Generatieconflicten zijn van alle tijden. Dat van de jaren zestig werd gewonnen door de jongeren. De ouderen van nu, die de zegevierende jongeren van toen zijn, zien zich door hun eigen overwinning tot de huidige onderwerping veroordeeld, maar zijn ervan overtuigd op die manier jong te blijven. Het conflict is gekoeld ondertussen, bij gebrek aan tegenstanders. Iedereen is jong. In dertig jaar tijd ontkwam geen mens aan de obligate kuur. Het is ons aan te zien. De reclame, die altijd meer over de samenleving vertelt dan over de producten die ze aanprijst, demonstreert de graad van vordering van het proces. In magazines van vijftig jaar geleden ziet men deftige dames en heren met een blik vol verantwoordelijkheidsbesef poetsmiddelen, scooters en andere koopwaar aanprijzen. Een halve eeuw later worden hoofdzakelijk tieners opgevoerd, flitsende, breakdansende, elastiekspringende jongelui, bekomend van de kick en op zoek naar een hartige hap. Zeker, ook opa mag eens op de affiche om mineraalwater te drinken of de fiets aan te prijzen, op voorwaarde dat hij eruitziet als een kwajongen. Van alle afbeeldingen die men van mensen kan maken, rust op die van de oude man of vrouw, met een hoofd vol herinneringen en een lichaam dat niet meer meewil, het strengste taboe.HET LEVEN STROOMT DE VERKEERDE KANT UITSprekender nog is het beeld dat de televisie biedt. Het papje van soaps, infantiele spelletjes en puberale humor dat het medium elke avond opdient, levert het afdoende bewijs dat het proces van verjonging gevorderd is tot het stadium van totale verkleutering. Men kan slechts hopen dat de ontwikkeling nu niet stilvalt, zodat het getater weldra uitdooft tot de gewijde stilte van een embryo. Het zou allemaal komisch zijn, indien het niet zo tragisch was. Een samenleving die de jeugd adoreert en de ouderdom verafschuwt, richt zich niet op de toekomst, maar op het verleden. Iedereen, jong en oud, wordt ouder. Niemand werd ooit jonger. Door de jeugd als ideaal te kiezen, biedt het leven geen vooruitzichten. Elke dag is dan een dag die verder verwijderd ligt van wat men als het ideaal opvat. Het leven stroomt op die manier de verkeerde kant uit. Er zal een nieuw generatieconflict nodig zijn, met een andere overwinnaar, om de jongeren de toekomst terug te geven, die hen werd afgenomen.DOOR GERARD BODIFEE