Gaapt er een kloof tussen de politiek en de bevolking? Dat kan moeilijk anders, want ook al zou de afstand tussen de twee niet groot zijn, ze begeven zich in elk geval een tegengestelde kant op. De politiek wil verjongen, de bevolking vergrijst.
...

Gaapt er een kloof tussen de politiek en de bevolking? Dat kan moeilijk anders, want ook al zou de afstand tussen de twee niet groot zijn, ze begeven zich in elk geval een tegengestelde kant op. De politiek wil verjongen, de bevolking vergrijst.Weinig maatschappelijke ontwikkelingen zijn zo paradoxaal als de pogingen van politieke partijen om de gunst van het publiek te winnen door alsmaar te verjongen terwijl het publiek zelf steeds ouder wordt. Alle partijen trachten zich een jong en vlot imago aan te meten. De kaders verjongen, de voorzitter moet jong zijn, of er zo uitzien, de stijl moet jongeren aanspreken. Sommige partijen hebben in hun ijver het niveau van de kindsheid al bereikt, maar dan nog (of juist daardoor) zijn ze ervan overtuigd op die weg te moeten doorgaan. Het verschijnsel blijft niet tot de politiek beperkt. In het bedrijfsleven en in de wereld van de media en de ontspanning staan hoofdzakelijk dertigers aan het roer, en bepalen twintigers het beeld dat uitgedragen wordt. De reclame brengt haast uitsluitend jonge mensen in beeld, ofwel ouderen die zich als jonge snaken gedragen. Opa mag op de foto voor een frisdrank als hij eruitziet als een sympathieke knul die nog best meekan. Maar de rest van de wereld wordt ouder en kan eigenlijk niet zo goed meer mee. Wie al wat op jaren is en dat ook voelt, moet beseffen dat hij er niet meer bij hoort. Hij kan niet meer deelnemen aan het verkeer (maar mag, als een behoeftige, gratis op de tram), wordt over het hoofd gezien in het programma-aanbod van de media, en genegeerd door de politici, die niet met oud en ouderwets in verband gebracht willen worden.Het is hoogst onrechtvaardig natuurlijk, maar ook onbegrijpelijk want in strijd met de logica van de democratie en van de vrije markt. Twee derde van de bevolking is immers ouder dan 25, en dus niet meer jong. Iets meer dan de helft is ouder dan 35, en 'oud'. Een partij die wil groeien, een bedrijf dat zijn omzet wil verhogen, een zender die zijn kijkcijfers wil zien stijgen, hoeft zich maar op deze categorie te richten in plaats van te blijven hengelen in de schaars bevolkte en al overbeviste vijver van de jeugd. Een partij als de Volksunie, die op sterven na dood is, zou spectaculair herleven indien ze de dwanggedachte om 'jong' en 'vernieuwend' te zijn zou opgeven en de taak op zich zou nemen om de meer traditionele waarden en specifieke problemen te behartigen die de vijfendertig-plussers bezighouden. Maar de jeugd is de toekomst, luidt de stelling, en wie een toekomst wil hebben moet de jongeren voor zich winnen. Misschien méér nog dan de politieke partijen, en in elk geval méér dan gezond voor ze is, lijken de media door die gedachte geobsedeerd. De krant De Standaard, die altijd een lezerspubliek van vrij hoge gemiddelde leeftijd heeft gehad, is bezig een flink deel van zijn traditionele lezers af te stoten om jongere abonnees te kunnen werven, ook al compenseert de aangroei van jongeren het verlies van ouderen voorlopig niet. Maar verjongen is investeren in de toekomst, verkondigen de marketingspecialisten, en moet daarom een prioritaire doelstelling zijn. Met deze redenering is de tweede paradox genoemd in deze merkwaardige problematiek. Iedereen - jong en oud - wordt ouder, niemand wordt jonger; hoe kan men dan beweren dat de jeugd de toekomst is? Het omgekeerde is evident het geval: de ouderdom ligt in het vooruitzicht, niet de jeugd. Jong zijn is een voorbijgaande fase in het leven. Voor iedereen ligt de jeugd in het verleden (of hoogstens nog even in het heden), niet in de toekomst. Elke drang om te verjongen of jong te blijven, is daarom een uitzichtloze ingesteldheid. Het leven kan dan alleen nog maar een eindeloze teleurstelling zijn, de onontkoombaar voortschrijdende verwijdering van het ideaal. Het feit dat veel mensen het vooruitzicht van een gevorderde leeftijd onaantrekkelijk vinden, en dat verkopers liever de spetterende jongerencultuur dan de stille levensavond in beeld brengen, betekent dat we niet op de toekomst gericht leven maar ons aan het heden vastklampen of hopeloos in het verleden blijven hangen. De obsessie om jong te blijven, is een rem op het leven. Ouder worden, niet jonger, is de natuurlijke beweging van alles wat groeit en leeft. Jong willen blijven is daarom geen teken van levenslust, maar van vasthouden aan wat voorbij is, van stilvallen en van voortijdig ophouden te leven. De zo vertrouwd klinkende bewering dat de jeugd de toekomst vertegenwoordigt, steunt op een misleidend statisch beeld van het leven. De jongeren worden beschouwd als een groep nieuwkomers, de volwassenen als de oude garde die het veld ruimt. Maar zo gaat het in werkelijkheid niet. Een generatiewisseling is geen omwenteling, zelfs geen aflossing van de wacht, zij is de dynamiek van evoluerende individuen, van mensen die zich ontwikkelen in het eigen leven, niet van veroveraars van de toekomst die het leven van anderen in het verleden duwen. Natuurlijk is het waar dat de jongeren de plaats van de volwassenen zullen innemen, maar niet áls jongeren. Niet in die hoedanigheid. Ook zij zullen dan 'oud' geworden zijn. Jongeren zijn daarom geen aantredend contingent 'anderen', maar dezelfden als de ouderen in een vroegere fase van het leven, evengoed voorbestemd om oud - en op hun beurt ouderwets - te worden. In zoverre ze wat tegendraads zijn, is dat omdat ze jong zijn, en alleen maar zolang ze jong zijn. Hun wilde haren zijn ze kwijt zodra de tijd zijn werk heeft mogen doen. Geen treffender illustratie van dat proces dan de ooit als zo rebels bestempelde generatie van de jaren zestig. Uit hun gelederen komen de huidige bewindvoerders en bedrijfsleiders waarin geen spoor van een revolutionaire geest terug te vinden is. Jong-zijn is niet lid zijn van een vernieuwende groep, maar een fase van het leven doormaken. En terwijl deze episode voorbijsnelt, lossen de kenmerken ervan op in de stroom van de tijd als rook in de wind. De jeugd bepaalt de toekomst niet, maar schrijft het verhaal van het verleden. Want niet de jeugd komt op ons af, maar de oude dag.Gerard Bodifée