Het was eigenlijk een mooie 'foto-opportunity': de chef van de drugsbestrijding van de rijkswacht, staande naast een geurende nederwietplant. Luitenant-kolonel Charles De Winter sprak op een colloquium over medisch en recreatief gebruik van cannabis in het Vlaams parlement, een initiatief van de Volksunie. Na afloop glipte dokter en onschendbaar parlementslid Patrik Vankrunkelsven met plant en al het gebouw uit.
...

Het was eigenlijk een mooie 'foto-opportunity': de chef van de drugsbestrijding van de rijkswacht, staande naast een geurende nederwietplant. Luitenant-kolonel Charles De Winter sprak op een colloquium over medisch en recreatief gebruik van cannabis in het Vlaams parlement, een initiatief van de Volksunie. Na afloop glipte dokter en onschendbaar parlementslid Patrik Vankrunkelsven met plant en al het gebouw uit.De federale regering zit momenteel te broeden op een nieuw drugsbeleid. Het ei ligt voorlopig nog onder de vleugels van minister van Volksgezondheid Magda Aelvoet. Een krant meldde voorbarig dat het nieuwe drugsplan het bezit van 15 gram cannabis voor eigen gebruik toestaat. Dat gerucht circuleerde al langer, maar lijkt weinig reëel. België zou in het gedogen Nederland voorbijstreven, waar de grens officieel op vijf gram ligt. Charles De Winter, chef van het Programma Drugs van het Centraal Bureau der Opsporingen (CBO) van de rijkswacht is bezorgd om de boodschap die ervan uitgaat: doe maar. 'Laat het duidelijk zijn: wij blijven alles in beslag nemen. Voor de politiediensten verandert niets.''De strijd tegen drugs zullen we nooit winnen', aldus De Winter. Legaliseren of depenaliseren is ook geen optie, vindt hij. Het blijft dus schipperen tussen de twee extremen. Hij pleit voor meer preventie en minder repressie. 'De laatste jaren lag de balans te veel op het laatste.' De Winter beseft als geen ander dat de illegale drug cannabis in België, net als in heel Europa, bij jongere generaties ingeburgerd is. Dat er een politiek en maatschappelijk spanningsveld is ontstaan tussen het al jaren geldend verbod en het effectief handhaven van dat verbod.Mijnheer De Winter, hoeveel gaat er om in de cannabishandel in België?Charles De Winter: Wij schatten dat de omzet van de cannabishandel in België, inclusief de kweek van Belgo-wiet, met een gebruik bij 250.000 mensen jaarlijks tussen de dertig en honderd miljard frank per jaar bedraagt. De omzet enkel via de coffeeshops in Nederland schat ik op 150 miljard frank. De circulaire-Van Parijs uit 1998 droeg de parketten op om aan de vervolging van cannabisbezit voor eigen gebruik de laagste prioriteit te geven inzake vervolging. Tijdens het VU-colloquium zei u dat dit een verkeerd signaal gaf aan jongeren en dat er voor de politie niets verandert.De Winter: We hebben gezien dat de laatste jaren de inbeslagnames en vaststellingen van cannabisproducten, en eigenlijk alle drugs, toegenomen zijn. De laatste twee jaar is er een stijging geweest specifiek van cannabis en XTC. Tachtig procent van de in België opgestelde processen-verbaal hebben betrekking op cannabis. Uit ons jongste jaarverslag blijkt dat vorig jaar 19.127 personen in het politionele datasysteem stonden geregistreerd als daders van delicten in verband met cannabis. In 1998 waren dat er 15.893, een stijging met twintig procent. Vorig jaar werden er 14.293 personen geregistreerd voor bezit van cannabis, bij 8066 mensen was dat voor de handel in cannabis. In tachtig procent van de gevallen gaat het om jongeren tussen 15 en 26 jaar. Bij de tieners zien we forse stijgingen van honderden procenten. In absolute aantallen blijft het aantal daders gelijk, hetgeen betekent dat meer daders verantwoordelijk zijn voor meer feiten. Vermoedelijk zijn zij stoutmoediger geworden. De meest voorkomende nationaliteit die we vaststellen, is de Belgische, gevolgd door Fransen en dan Marokkanen, Nederlanders, Italianen en Turken.Wat is de link met de circulaire?De Winter: We zagen dat er vanaf mei 1998, vergeleken met '97 plots een stijging was van de inbeslagnames van relatief kleine hoeveelheden cannabis. De circulaire dateert officieel pas van mei 1998, maar is wel sterk gemediatiseerd vanaf april. Bij grote controles tegen het drugstoerisme in mei, bleek dat veel mensen dachten dat het allemaal wel oké was om cannabis te gebruiken en te bezitten. We hebben heel wat problemen gehad met mensen met meer dan gebruikershoeveelheden, tot 200 gram, die zich zeer agressief opstelden als hun spul in beslag genomen werd. Sommigen trachtten fysiek hun drugs weer in bezit te krijgen omdat ze bij hoog en bij laag volhielden dat de minister had gezegd dat het mocht. Zo zie je maar hoe dat vertaald wordt. Zeker voor veel jongeren is cannabis al zo banaal geworden dat de conclusie al snel wordt getrokken. We kregen in de maanden daarna heel wat vragen van bezorgde ouders over hoe het nu precies zat, want zoon of dochter zeiden dat het nu mocht. Kun je het de burgers kwalijk nemen dat het drugsbeleid verwarrend is? De parlementaire werkgroep, ondersteund door het hele parlement, heeft toch in 1997 besloten dat bezit van cannabis voor eigen gebruik de laagste prioriteit bij justitie moet krijgen? Vervolgens is die circulaire er gekomen die iedereen is gaan interpreteren, van media tot politie en justitie.De Winter: Iedereen is het gaan interpreteren omdat het een politiek compromis was, dat ruimte voor interpretatie liet. Voor mij had die circulaire nochtans duidelijke en goede uitgangspunten. Neem nu het systeem van het opstellen van een vereenvoudigd PV bij kleine cannabisdelicten, dat had kunnen werken en de werkdruk bij politie en parketten kunnen wegnemen. De laagste prioriteit was ook zo'n uitgangspunt, als dat dan leidt tot verschillende interpretaties bij de parketten, dan moet men daar inderdaad een hoeveelheid opplakken om een duidelijke grens aan te geven en omschrijven wat problematisch gebruik is. Het belang van de circulaire had kunnen zijn om een rechtstreekse link te leggen tussen politie/justitie en het sociale werkveld. Dus in plaats van strafrecht, een doorverwijzing naar medisch-sociale begeleiding, niet alleen voor de heroïneverslaafde, maar ook voor de minderjarige met een occasionele joint. Zulke projecten bestaan toch allang?De Winter: Ze bestaan, maar het is allemaal weinig samenhangend. Dat geldt voor de hele drugsproblematiek: alles hangt als schakels aan elkaar en je kunt er niet één schakel uithalen en die mooi oppoetsen en dan denken dat je het hebt opgelost. De georganiseerde criminaliteit is uiteindelijk ook verbonden met de minderjarige die zijn jointje op een hoek van de straat gaat kopen. We moeten dus niet denken in simplistische slogans als we de problemen echt willen oplossen. Nog even naar de circulaire. Vanwege die laagste prioriteit geeft het gerecht nauwelijks gevolg aan het politiewerk. Dat lijkt me frustrerend voor jullie.De Winter: Er zijn heel veel vaststellingen omtrent diefstal die nooit worden opgelost. In heel veel landen is het zo dat het registreren een bijna zuiver bureaucratisch gegeven is geworden. Dat is frustrerend, ja. Maar ga je daarom zeggen, we schrijven het niet meer op? Nee. Ten eerste hou je door registratie de vinger aan de pols, want we blinken op het vlak van drugs niet uit door epidemiologische gegevens. Bij cannabis kan het de laagste prioriteit zijn. Maar we weten dat als iemand met drugs bezig is, er vaak nog andere aspecten meespelen. Uit de vaststellingen blijkt dat haast vijftig procent ook nog wat anders op zijn kerfstok heeft. Laatst is nog een vader veroordeeld omdat hij thuis wel eens een jointje rookte.De Winter: Ja, daar speelde de verzwarende omstandigheid mee dat hij in het bijzijn van minderjarigen rookte. Ook in de circulaire staat dat dat niet kan. Los van het wettelijke aspect is er nog zoiets als de voorbeeldfunctie. In preventieve zin is dat heel belangrijk. Als ouders thuis alle dagen aan de drank en de pillen zitten, dan kunnen zij niet tegen hun kinderen zeggen dat ze geen joint mogen roken. Ik denk dus dat een sanctie in dit geval terecht was. Je kunt ook zeggen dat je als ouder aan je kinderen kunt laten zien dat je verantwoordelijk met alcohol of cannabis om kunt gaan. Ze komen er later hoe dan ook mee in aanraking.De Winter: Ja, als verantwoordelijke ouder probeer je je kinderen te leren omgaan met alcohol en sigaretten. Als dat kan, kunnen ze ook over andere middelen verstandige keuzen maken. Dat is niet makkelijk. Illegale drugs hebben nog wel een negatieve connotatie. Ouders hebben niet altijd kennis van zaken om dat te beoordelen. De regering wil de circulaire nu concreter maken en een gewicht plakken op bezit voor eigen gebruik. Moeten politiemensen straks met weegschaaltjes de snelweg op?De Winter: Het product cannabis zal men in beslag blijven nemen, ook al vervolgt het parket bepaalde zaken niet. Dat moet volgens internationale wettelijke kaders. Voor politiemensen verandert er niets. Ik zie dit niet als een probleem, het is het vervolg wat telt. Als dezelfde persoon meerdere malen per maand met kleine hoeveelheden wordt opgepakt, dan moet je daar iets mee. Is dat alleen bezit voor eigen gebruik, dan kun je daar als justitie niet veel mee aanvangen. Tenzij als stok achter de deur om iemand te beïnvloeden via sociaal werk.Het zal hoe dan ook verwarrend blijven, hoe dat nu precies zit met de strafbaarheid van een joint roken.De Winter: We zitten met het probleem dat er geen sanctie meer gekoppeld zou zijn aan een verbod. Maar zonder sanctie is een verbod waardeloos. Ik vind persoonlijk dat men aan cannabisbezit, ook al is dat voor eigen gebruik laagste prioriteit voor justitie, een administratieve sanctie zoals een boete of gemeenschapsdienst zou moeten verbinden. Daardoor is voor de overtreder duidelijk dat de norm is overschreden. Met heel wat parketten is wel de afspraak dat minderjarigen naar de ouders of de school gebracht worden, hetgeen ook al een voldoende sanctie is. U hecht als politieman opvallend veel waarde aan preventie. Sociaal werkers vinden meestal dat preventie geen werk voor de politie is. Hoe staat u daartegenover?De Winter: De basisopdracht van politie is het beschermen van personen, ook de gezondheid en fysieke integriteit van personen. In het Belgisch wettelijk kader staat dat we opsporingen moeten doen om misdrijven vast te stellen, het klassieke repressieve werk. Maar ook dat we alles in het werk moeten stellen om inbreuken te voorkomen. Preventie of het beperken van de vraag is zo ongeveer het enige waar we wel rechtstreeks zelf invloed op kunnen hebben. Op de productie en de handel hebben we maar een zeer fragmentaire impact. In het kader van drugspreventie is er inderdaad altijd discussie of wij dat moeten doen. Als je de analyse van het drugsprobleem maakt en je koppelt dat aan onze opdracht, dan is duidelijk dat wij wel degelijk een bijdrage moeten leveren aan het voorkomen van drugsmisbruik. De Algemene Vergadering over drugs van de VN in 1998 stelt dat trouwens ook met zoveel woorden. Ook Europese actieplannen doen dat. In België bestaat geen duidelijke visie op preventiebeleid. Het preventiewerk is bijgevolg ook zeer versnipperd. Persoonlijk denk ik dat bij de preventiediensten alles draait om het gevecht om de subsidies. Alles draait om het verdedigen van de boterham en dat is een pijnlijke zaak.De politiek laat een gat vallen in het omkaderen van preventiewerk en de politiediensten springen er dankbaar in om hun beschadigde imago op te vijzelen?De Winter: Nee. Laat me uitleggen wat wij doen. Wij hebben een aanpak naar drugsgebruik, -handel, en -productie. Met de circulaire kunnen we gebruikers doorverwijzen. Wat de potentiële gebruikers betreft, hebben wij een sensibiliserings- en informeringsopdracht. Om drugsgebruik te ontraden gaan we niet naar de jongeren zelf, maar benaderen we ouders en scholen. We geven de opvoeders algemene informatie en wijzen hen erop dat wij een verbindingsfunctie hebben, waardoor we mensen naar preventiediensten kunnen doorverwijzen. Politiediensten zijn lokaal ingebed en hebben een nationale organisatie, hetgeen voor preventie belangrijk is. Ons programma Donna nam het Amerikaanse Dare als voorbeeld. In 1994 waren er twee rijkswachters van een lokale brigade, die samen met het PMS en basisscholen een preventieproject begonnen. We hebben dat nooit actief ondersteund, maar Donna heeft zich als een olievlek uitgebreid en zich verruimd naar risicogedrag in het algemeen. Het Amerikaanse programma Dare bestaat uit 17 lessen gegeven door politiemensen. Bij ons zijn dat tien lessen, waarvan er maar drie door rijkswachters worden gegeven. Het geheel wordt afgesloten door een Mega-diploma en een alcoholvrije fuif. Er is veel vraag naar dit programma. Allicht, er is bijna geen alternatief.De Winter: Dit plan is ontwikkeld met lokale partners en is zelfs een middel voor leraars om bepaalde eindtermen te halen, zonder dat dat hen met extra werk opzadelt. Donna (en nu Mega) is geëvalueerd door de KU Leuven en een Nederlands onderzoeksinstituut en vervolgens verbeterd. De rijkswacht loopt niet te koop met dit programma, wij hoeven ons ook niet te verkopen. De rijkwacht is hier maar een radertje en het zijn de leraren en ouders die het moeten doen. Wij werken vanuit een partnership. Een joint venture heet dat in schoon Amerikaans. Hans Van Scharen