Het zou een fijne selectievraag zijn voor de vele gezellige kwissen die in de zomer aan de Belgische kust worden georganiseerd. Waar precies ligt de grens tussen België en Frankrijk in de Noordzee? Antwoord: op 02°32'37"E-51°05'37"N en 02°23'25"E-51°16'09"N.
...

Het zou een fijne selectievraag zijn voor de vele gezellige kwissen die in de zomer aan de Belgische kust worden georganiseerd. Waar precies ligt de grens tussen België en Frankrijk in de Noordzee? Antwoord: op 02°32'37"E-51°05'37"N en 02°23'25"E-51°16'09"N.Dat is zo afgesproken in 1990. Pas in 1996 is de grens tussen onze territoriale wateren en die van de Nederlanders vastgelegd, in een reeks van vijf coördinaten die wij u voor de leesbaarheid en lengte van dit artikel zullen besparen. Er gaat veel om in de zee. Als u dus vandaag nog zit te genieten op een terrasje op de dijk van alweer eens een niet zo perfecte zonsondergang - met een streepje trage tanker aan de horizon, o verlopen en verwaterd melopee - bedenk dan dat er achter dit tafereel een helse wereld schuilgaat. Nu en dan zien eenvoudige kustgangers zoals u en ik daar iets van. Een vogel met dichtgekoekte veren bijvoorbeeld. Zand en zee, pek en smurrie. De zee is niet van iedereen. En zeker niet van de meeuwen alleen. Elke kubieke meter water heeft zijn bestemming. Voor elke zeemijl bestaan er ettelijke wetten, decreten, internationale verdragen, bilaterale overeenkomsten. Papier dat zegt wie wat en hoe mag of moet doen in al dat water. Laat de kust nu Vlaams of Belgisch zijn, eens het pootje gebaad, bevindt u zich in Belgiës territoriale water. Tot twaalf mijl in zee. Daarachter ligt nog eens twaalf mijl douanezone. En daarachter begint het Belgisch Continentaal Plat. Ook in zee blijft België zijn naam als halfhalf-land getrouw: het is de Vlaamse regering die baggert in de Noordzee, maar het is aan de federale regering om na te gaan wat de effecten zijn van het gedumpte materiaal. En dat is algauw zo'n 20 miljoen kubieke meter zand en slijk per jaar. De Vlamingen nemen het weg ter hoogte van de zoveelste breedtegraad, storten het enige graden verder weer in zee alwaar het door de Belgen gemonsterd wordt. Behalve dreggen of baggeren, wordt er voor onze kust ook zand en grind gewonnen. En worden er veel andere onnoemelijke dingen gedumpt. Net voorbij de territoriale twaalfmijlzone ligt een reusachtige driehoek. Hij staat geboekstaafd als voormalige dumpingsite voor industrieel afval. Voor militair afval, oorlogsmunitie, is er ook zo'n site: kleiner in omvang, maar wel dichter bij de (Oost)kust. Tussen Oostende en Nieuwpoort mag het Belgisch leger oefeningen houden in een zone die tot zo'n tien mijl in zee gaat. Verder zijn er pijplijnen voor gas (twee) en telefoonkabels. En er wordt natuurlijk ook gevaren en gevist. Wist u dat een kotter of vissersschuit gemiddeld vijf liter olie per kilo vis verstookt? Anders dan de mens verspillen vogels geen energie als ze op vissen jagen. Een vogel weet precies welk visje te groot of te klein voor zijn bek is en daar steekt hij dan ook zijn tijd of energie niet in. Vogels kennen hun grenzen. De mens niet. Niet te land, niet in de lucht en niet ter zee. Hij loost er op los. Olie. De Noordzee voor ons land ziet er uit als een mazelenpatiënt, met ettelijke olievlekjes van minder dan één kubieke meter. Opvallend is dat die vlekken zowel in aantal als omvang drastisch toenemen net buiten het territoriale water en dus net over de onzichtbare Belgische grens. Dit alles maar om te zeggen dat er heel wat omgaat op en in zee. 'De Noordzee is ongetwijfeld een van de drukst geëxploïteerde en bevaren wateren ter wereld', weet Jeroen Van Waeyenberge. En men zou dus bijna vergeten dat er op en in die zee ook nog leven is. Vogels op zee en aan de kust is de specialiteit van Jeroen Van Waeyenberge. Hij telt en registreert vogels bij tij en ontij, kustvogels vanaf de fiets in de branding, vanaf de hoogwaterlijn, zeevogels van over de reling van ferryboten, de Belgica en de Vlaamse onderzoeksboot De Zeeleeuw, en vanuit de lucht met sportvliegtuigjes. Dat doet Jeroen in opdracht van het Instituut voor Natuurbehoud. De directeur daarvan, Eckhart Kuijken, begon in 1965 als eerste met de telling van zeevogels die door stookolie dode kustvogels werden. 'We wisten dus eigenlijk al vrij vroeg wat er aanspoelde op het strand', vertelt Jeroen, 'maar tot in de jaren negentig wisten we helemaal niet wat er allemaal op zee rondvloog. Daar was in België voor 1992 geen onderzoek naar. Bijna tien jaar later heeft België op Europese schaal een van de grootste databestanden. De monitoring van de zee is er het meest intensief. We zijn er natuurlijk sneller door dan de Nederlanders.' Sinds vier jaar trekt Jeroen met een collega de zee in, op, langs en over. Koppig en dwars. 'Als we met de boot tellingen op zee doen, moeten we wel dwars over de zandbanken varen en niet ertussen. De meeste vogels zitten op de rand van een bank, omdat daar ook de meeste vis te verhappen valt. We gaan daar dus dwars over. Dat is niet zonder gevaar. Eén keer zijn we vastgelopen, bij de monding van de Thames.' 'Soms slaan de golven ons in het gezicht. In februari hebben we de zee in twee uur zien veranderen van een rustig meer naar een ziedende watermassa. Van 4 naar 9 beaufort ging het, de barometer steil naar beneden. Dan zoek ik even een hoekje om stil in te zitten, hoewel ik nog nooit zeeziek ben geworden. Tot 5 à 6 beaufort kan ik nog werken. Zie ik nog welke vogel er in welke omstandigheid zich waar ophoudt.' *** Zeevogels hebben zeekleuren. Wit, grijs en een tikkeltje zwart. Wit aan de onderkant, om zo ongezien mogelijk te blijven voor de zeeroofdieren en om de prooi waar ze zelf op jagen te verschalken. Grijs op de rug, om zijdelings niet op te vallen in de doorgaans grijze lucht boven de Noordzee. Zwart om donker te blijven in het donker. Maar zelfs op zee en zelfs beschut is de zeevogel niet veilig voor het roofdier mens. Nooit geweest. De mens vist op vis. Maar de mens jaagt ook op vogels die op vis jagen. Op het eiland Sint-Kilda aan de Westkust van Schotland deden de bewoners zich lange tijd te goed aan hele kolonies Jan van Genten en Noordse stormvogels. Ook op IJsland en Groenland staat er zeevogel op het menu. Elders joeg de mens op vogels ter bevrediging van zijn eigen folietjes. Zo werden rond 1900 massaal sterns gevangen, ze eindigden als decoratie op vrouwenhoeden. Toen er in 1899 naar schatting meer sterns op de hoofden van kwinkelierende dames dan op zee werden gesignaleerd, richtten de Nederlanders hun Vereniging ter Bescherming van Vogels op. *** 'Het stond vast vanaf mijn twaalfde dat ik bioloog zou worden. Dat ging toen nog over plantjes en beestjes. En een bioloog, die moest voor de klas gaan staan.' Dat pakte anders uit voor Jeroen. Waar een bioloog tegenwoordig al niet goed voor is. Leert ons alles over onze psyche, tot grote gruwel van de psychoanalisten van de Franse school, voor wie een vogel geen vogel is maar iets anders. Iets zoals een wortel. 'Wat wij allemaal kunnen leren van een dode vogel op het strand', zegt Jeroen. 'Je kunt experimenteren met enige parameters. Modellen opstellen. Nagaan van waar die vogels komen aangewaaid, hoelang en welke weg ze over zee hebben afgelegd vooraleer ze hier hun kopje kwamen leggen. Dat levert informatie op die ook bruikbaar is als er moet worden gezocht naar de herkomst van olietonnen en andere aangespoelde voorwerpen. Zo kunnen we zelfs speurders helpen die iets meer willen weten over een aangespoeld lijk.' Jeroen heeft al bij al hoopvol nieuws. 'Sinds de jaren negentig is er wel nog chronische olieverontreiniging, van schepen die hun tanks spoelen, maar in het algemeen is de vervuiling afgenomen. Er spoelen veel minder vogels aan.' En er werd, in de voorhaven van Zeebrugge, dit jaar ook uitzonderlijk goed gebroed. Grote eieren, veel jongen per nest met meer overlevingskansen. Die arme, zielige olievogels geven overigens een verkeerd beeld van het vogeldom. De zeevogel is helemaal niet dom. Waarnemers melden dat ze olievlekken op zee weten te vermijden. Dat ze rakelings langs de olievlek foerageren met een precisie die u en mij vreemd is. Tenzij de kok van een schip het keukenafval in zo'n vlek mikt. Dan wordt de trek ook de vogels te machtig en storten ze zich als kamikazepiloten in de smurrie. Er duiken ook andere vreemde vogels op in de Noordzee. Dolfijnen, bruinvissen. Zeezoogdieren. In een half jaar tijd zag Jeroen er zo'n vijfendertig. Meestal zijn er dat maar een vijftal. 'Witsnoetdolfijnen, die komen naar de boot en springen op en neer voor je neus. Bruinvissen niet, die zwemmen weg.' *** Je hebt honkvaste vogels. Je hebt voyageurs. Sommige meeuwen strijken altijd weer neer op dezelfde steen op dezelfde golfbreker. Mensje kijken. Andere duiken op in Marokko of Senegal. Zeg overigens nooit zomaar meeuw tegen een meeuw. Zeg mantelmeeuw als de meeuw des zomers een zwarte cape lijkt te dragen en des winters bruine vlekjes krijgt. Zeg zilvermeeuw als de snavel geel en groter is dan die van een ander en rood gevlekt. Stormmeeuw. Kokmeeuw. Zwartkopmeeuw. Dwergmeeuw. Drieteenmeeuw. Zeg Noordse stormvogel voor de grijswitte vogel die alleen maar lijkt op een meeuw. Veel poëzie voor wat sommige onwetenden de rat van de zee noemen. Of de blauwvoet. Dat kan een Noordse stormvogel, een zilvermeeuw of een stormmeeuw zijn. Maar wat de Vlaams-nationalisten zingen -'Vliegt de blauwvoet, storm op zee'- klopt wel. De Noordse stormvogel laat zich zien bij harde westelijke winden, tijdens en na stormen. Ons excursiehandboekje Wat vind ik aan het strand? (1963) vermeldt verder dat de vogel 'een eigenaardige geur' verspreidt. Maar dat wisten we natuurlijk al, dat er een kwalijk reukje aan die blauwvoeterij hangt. Wat er omgaat in het Belgische deel van de Noordzee, vonden wij in de 'Limited Atlas of the Belgian Part of the North Sea' (www.belspo.be). Surfen deden we ook naar www.waterland.net.Filip Rogiers