Op 15 september, de dag voor Prinsjesdag, viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers om. Het was het moment waarop de kredietcrisis in de Verenigde Staten oversloeg naar Europa. De ene na de andere bank kwam in financiële nood. Zo ook het Belgisch-Nederlandse Fortis, dat net voor een veel te hoog bedrag ABN Amro had overgenomen. Terwijl de top van Fortis deed alsof er niets aan de hand was, kwamen bij Bos en zijn medewerkers steeds alarmerender berichten binnen. 'We begrepen het niet. Waarom kwamen de Belgen niet bij ons om hulp vragen? Dat kon twee dingen betekenen. Of ze hadden geen flauw idee dat het zo slecht ging. Of het was een briljante onderhandelingsstrategie: kom maar op Nederlanders, we gaan jullie niet vragen, dat is goed voor de prijs.'
...

Op 15 september, de dag voor Prinsjesdag, viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers om. Het was het moment waarop de kredietcrisis in de Verenigde Staten oversloeg naar Europa. De ene na de andere bank kwam in financiële nood. Zo ook het Belgisch-Nederlandse Fortis, dat net voor een veel te hoog bedrag ABN Amro had overgenomen. Terwijl de top van Fortis deed alsof er niets aan de hand was, kwamen bij Bos en zijn medewerkers steeds alarmerender berichten binnen. 'We begrepen het niet. Waarom kwamen de Belgen niet bij ons om hulp vragen? Dat kon twee dingen betekenen. Of ze hadden geen flauw idee dat het zo slecht ging. Of het was een briljante onderhandelingsstrategie: kom maar op Nederlanders, we gaan jullie niet vragen, dat is goed voor de prijs.' Op zondag 29 september reisde Bos met Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank, en een aantal ambtenaren onuitgenodigd naar Brussel. 'Ik belde mijn Belgische collega Didier Reynders op en zei: "Ik ben hier in Brussel. Ik kan langskomen als je wilt. We zien het fout gaan. Kunnen we iets dóén?" Bos mocht langskomen op Wetstraat 16. Hij rekende op een verkennend gesprek met Reynders. 'Maar toen ik de kamer binnenkwam schrok ik me rot. Aan tafel zat niet alleen Reynders, maar ook premier Yves Leterme, Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, Christine Lagarde, de Franse minister van Financiën, én de Belgische toezichthouder, én Fortis-topman Filip Dierckx én twee andere leden van de raad van bestuur. Daar kwam ik binnen, met mijn twee ambtenaren. Opeens bleken de Belgen heel goed voorbereid te zijn en precíés te weten hoeveel miljarden ze van ons wilden hebben.' WOUTER BOS: Er werd meteen op Nederlands overgeschakeld. Dat hielp. Vervolgens kwamen zij vrij snel ter zake. Dan moet je ter plekke zinnige dingen zeggen ter waarde van vele miljarden. Ik denk niet dat het sterk staat als een minister op zo'n moment zegt: wacht even, ik weet het eigenlijk niet, kan ik nog even iemand bellen? Bij zo'n gelegenheid kun je je geen moment van kwetsbaarheid veroorloven. Ik kende mijn dossiers. Dus ik ben maar gewoon zaken gaan doen. Een paar uur later was Nederland voor vier miljard euro grootaandeelhouder van Fortis Nederland. De volgende morgen was het Zwarte Maandag. De beurskoersen kelderden, ook die van het Fortisconcern. Op het ministerie van Financiën kwamen signalen binnen dat klanten hun geld bij Fortis dreigden weg te halen. 'Wij wilden er ook absoluut voor zorgen dat ABN Amro, dat tot dan toe buiten schot was gebleven, niet besmet raakte. Op dinsdagavond besloten we dat we Fortis Nederland en ABN Amro moesten na-tionaliseren. Op woensdag is ons onderhandelingsteam in het diepste geheim naar Brussel afgereisd.' In de nacht van donderdag 2 oktober bereikten de onderhandelingen hun finale. Bos en Balkenende, die eerder bij twee kabinetsformaties als rivalen tegenover elkaar zaten, moesten nu eendrachtig het Nederlands belang verdedigen. In 'de Lambermont', de ambtswoning van premier Leterme, bereikten ze pas na zonsopgang een akkoord met de Belgen: voor 16,8 miljard euro werden ABN Amro en Fortis Nederland eigendom van de Nederlandse staat. 'Over die nacht kun je een boek schrijven. Niemand naar bed, de hele nacht door onderhandelen, in kamertjes apart, nieuwe prijs, nieuw mandaat, er weer niet uit komen. Ik heb op een gegeven moment tegen Jan Peter gezegd: je moet alle trucs gebruiken die je in de formatie tegen mij gebruikt hebt.' BOS: Jazeker. Als je met Jan Peter onderhandelt, kan hij luidkeels protesteren. Als de tegenpartij iets zegt waar hij het niet mee eens is, gaat hij letterlijk zitten briesen en puffen en zeggen dat het allemaal niks is, en kijken en gebaren maken, en roepen dat het schandalig is. Dat heb ik allemaal wel eens meegemaakt aan de andere kant van de tafel. Nu zaten we gelukkig aan dezelfde kant, en kon hij het nog net zo goed. Jan Peter is een héél goede onderhandelaar. We zaten in een flow, de ene stap volgde op de andere. Op een gegeven moment lag er een deal en waren we opeens eigenaar van een bank. Je neemt die beslissingen bijna in een roes. Dan zit je jezelf opeens af te vragen: zullen we zestien miljard of zeventien miljard bieden? BOS: Niemand kan zich iets voorstellen bij die bedragen. Terwijl het toch echt van belang is voor de schuldenlast en de financieringskosten. Gelukkig is het goed gegaan. Toen de deal 's ochtends rond was, zijn Jan Peter en ik allebei ergens in de hoek van de zaal op een bankje neergeploft om nog even te slapen. BOS: Nee nee, het waren twéé bankjes! En ook nog van het Louis XVI-model. Die liggen onmogelijk, met van die harde kussens en gekrulde leuningen. Na een uurtje zijn we opgestaan en naar huis gegaan om het aan het land te vertellen. BOS: Voor de zomer constateerden Nout Wellink en ik al dat het met Fortis niet goed ging. Dat er spanning zou kunnen ontstaan tussen de belangen van België, Nederland, Luxemburg en de top van het concern. En dat we in zo'n situatie heel snel zouden moeten handelen. Toen heb ik de optie al overwogen dat de staat het Nederlandse deel van Fortis kon overnemen. Ik heb vanaf het begin geen enkele terughoudendheid gevoeld om de bank op te kopen. Ik heb steeds gedacht: als het nodig is, dan doen we het gewoon. BOS: Nout en ik zijn van verschillende generaties. We zijn van verschillende politieke partijen - hij is lid van het CDA. Er is traditioneel een zekere competentiestrijd tussen Financiën en De Nederlandsche Bank over dit soort zaken. We hadden een ruige tijd achter de rug rondom de overname van ABN Amro. Er waren meningsverschillen. Maar het laatste halfjaar zijn we erin geslaagd om dat allemaal opzij te zetten en ontzaglijk goed samen te werken. BOS: Ik denk dat we de afloop van de ABN Amro-affaire allebei als beschadigend hebben ervaren voor ons eigen gezag. De buitenwereld zag redenen om ons uit elkaar te spelen. We dachten allebei: dat nooit meer. Dat was een belangrijke reden om de banden aan te halen. BOS: Nee. We hadden toen wettelijk de mogelijkheden niet om in te grijpen. Vergeet niet dat ABN Amro zichzelf in de verkoop heeft gezet. Daar kun je als minister van Financiën niet tussen gaan zitten. BOS: Het gíng op een gegeven moment niet meer om de persoonlijke preoccupaties van de topmannen. Uiteindelijk is het gewoon misgegaan omdat ING niet genoeg kon betalen. Je kunt een gezonde bank niet dwingen om voor een veel te hoge prijs een andere bank over te nemen. BOS: Ik denk dat wij - Jan Peter, Nout en ik - allemaal blij waren dat we de bank weer in handen kregen, wat we er destijds ook van vonden dat ABN Amro verkocht werd. Dat oranjegevoel hebben we allemaal gehad. BOS: Ja, het was mijn idee. Nout Wellink was meteen enthousiast. Toen heb ik Gerrit hier op het ministerie uitgenodigd,'s avonds laat, zodat de kans klein was dat hij zou worden gezien. Hij had het niet verwacht, maar toen ik hem polste begonnen zijn oogjes meteen te glimmen. Toen wist ik genoeg. DOOR THIJS BROER EN THIJS NIEMANTSVERDRIET