Een Belg aan het hoofd van de Ronde van Frankrijk. Het leek tot voor twee jaar niet onmogelijk. John Lelangue (34) maakte een blitzcarrière binnen de Société du Tour de France en ASO, de overkoepelende organisatie (Amaury Sport Organisation). Hij begon ooit als hulpje in de persdienst van de Tour en klom binnen deze monsterorganisatie snel op. John Lelangue, die een diploma handelswetenschappen bezit, was vier jaar verantwoordelijk voor de externe relaties, werd vervolgens assistent van de directie en promoveerde dan tot adjunct en woordvoerder van Tourbaas Jean-Marie Leblanc. Heel even werd hij zelfs diens opvolger genoemd.
...

Een Belg aan het hoofd van de Ronde van Frankrijk. Het leek tot voor twee jaar niet onmogelijk. John Lelangue (34) maakte een blitzcarrière binnen de Société du Tour de France en ASO, de overkoepelende organisatie (Amaury Sport Organisation). Hij begon ooit als hulpje in de persdienst van de Tour en klom binnen deze monsterorganisatie snel op. John Lelangue, die een diploma handelswetenschappen bezit, was vier jaar verantwoordelijk voor de externe relaties, werd vervolgens assistent van de directie en promoveerde dan tot adjunct en woordvoerder van Tourbaas Jean-Marie Leblanc. Heel even werd hij zelfs diens opvolger genoemd. Maar na tien jaar van vooral administratieve werkzaamheden wilde de zoon van oud-renner Robert Lelangue weer de polsslag van de koers voelen. Begin dit jaar ging hij in op een aanbieding van het Zwitserse Phonak om daar algemeen en sportief manager te worden. Dat was opmerkelijk, want het imago van Phonak was na verschillende dopinggevallen zwaar geschonden. De ploeg werd zelfs uit de Pro Tour gezet, een beslissing die later door het sport arbitragetribunaal TAS werd vernietigd. Toch begeeft Lelangue zich op glad ijs: terwijl hij bij ASO (Amaury Sport Organisation) een tijdloos contract had, kreeg hij nu een verbintenis van één jaar. De vijftalige Brusselaar is niet bang van de uitdaging. Hij kreeg carte blanche om bij Phonak de boel op te ruimen en de ploeg volgens zijn inzichten te runnen. John Lelangue: 'Ik ben met de fiets opgegroeid, dat is niet onlogisch als je vader wielrenner is. Ik heb zelf ook een tijdje gekoerst, maar ik kreeg al snel in de gaten dat ik daarvoor de klasse niet had. Ik kon wel volgen, maar nooit een prijs rijden. Terwijl ik de beste raad kreeg en het beste materiaal. Dan moet je jezelf niets wijsmaken. Management was iets wat me al een hele tijd interesseerde. Toch ben ik aanvankelijk nog ploegleider geweest in het amateurteam van Eddy Merckx. Ik ken Eddy al lang, mijn vader was zijn ploegleider bij Molteni en werkt nu in zijn fabriek, Axel Merckx is een jeugdvriend. Ik vond het schitterend om die renners te begeleiden, ik heb altijd gehouden van de sfeer van de koers. Na mijn studies combineerde ik dat met een job op de fietsenfabriek van Eddy Merckx. Vervolgens heb ik twee jaar op het BOIC gewerkt, ik deed de marketing, daarin had ik me een beetje gespecialiseerd. Toen vroeg Jean-Marie Leblanc mij om voor hem te komen werken.'JOHN LELANGUE: Met heel veel enthousiasme, ik vond het allemaal heel erg leerrijk. Organisatie, logistiek, contacten met de UCI, het uittekenen van wedstrijden. De afgelopen zes jaar kreeg ik geregeld voorstellen van ploegen, zowel Belgische als buitenlandse, om als manager aan de slag te gaan. Maar ik wimpelde die aanbiedingen steeds af. Ik vond bovendien dat er altijd iets meer te doen was binnen de ASO, ik klom naar boven op de hiërarchische ladder, al was het nooit mijn bedoeling om daar carrière te maken en bijvoorbeeld Jean-Marie Leblanc op te volgen. Ik heb daar eerlijk gezegd nooit aan gedacht. Maar dat nam niet weg dat ik heel graag voor Leblanc werkte. LELANGUE: Een humanist, iemand die heel veel geeft. Als je zijn vertrouwen wint, dan laat hij je werken, dan kun je je echt helemaal ontplooien. Hij heeft heel veel voor de Ronde van Frankrijk gedaan, hem commercieel uitgebouwd. Toch zorgde Leblanc er altijd voor dat het in de eerste plaats om de sport bleef gaan. Hij heeft de Tour gemoderniseerd zonder de traditie aan te tasten. Dat vond ik heel knap. Ik werkte graag voor hem, ook al omdat het me boeide om de wielersport te zien veranderen. De oprichting van de Pro Tour bijvoorbeeld, daar waren aanvankelijk met ASO wat problemen over, maar dan meer qua marketing, televisierechten en dat soort dingen. De formule op zich is heel goed, de wielersport had dat nodig. Er moest iets gebeuren om een zekere stabiliteit te brengen. Die toestanden met ploegen die geen geld meer hadden en hun renners niet meer konden betalen, dat moest eruit, dat was antireclame. Er is nu een echte structuur, een rode draad. LELANGUE: Omdat ik steeds meer vond: een koers volg je niet in de rode wagen van de organisatie, een koers volg je met een ploeg. Het leuke is toch als je emotioneel betrokken kunt zijn. Terwijl je in de ASO neutraal bent. Ik kwam in november in contact met Andy Rihs, de oprichter van Phonak en eigenaar van het wielerteam. Hij had me vroeger al eens voor de job van manager gepolst. Rihs was een beetje down, zijn ploeg was na die dopingperikelen uit de Pro Tour gezet, hij wilde nog hooguit een jaar doorgaan. Toen heb ik hem een beetje opgemonterd. Terloops zei hij dat hij het jammer vond dat ik destijds niet op zijn voorstel was ingegaan. En toen zei ik dat het daarvoor misschien nog niet te laat was. Daar schrok hij van. Dat ik destijds een contract van drie jaar liet liggen en ik me nu voor een seizoen wilde engageren terwijl de ploeg een beetje het spoor kwijt was. LELANGUE: Het punt is: op welke manier kun en mag je een ploeg uitbouwen? Ik had Rihs bepaalde voorwaarden gesteld, ik wilde gewoon carte blanche. Dat leek me zeker bij Phonak noodzakelijk: de renners die op doping waren betrapt moesten eruit, ze hadden Urs Freuler als manager ontslagen, er werd nog een ploegleider en een dokter weggestuurd, ik heb zelf nieuwe mensen aangetrokken. Ik ben geen manager die zich met administratie bezighoudt, ik leef constant met de ploeg en draag op sportief vlak de verantwoordelijkheid. Als er voor een wedstrijd een ploeg samengesteld moet worden, dan praten we over de selectie met de drie ploegleiders, maar als het moet, hak ik de knoop door. Ik maak ook het programma, ik heb op sportief vlak alle volmachten. Ook dat had ik bedongen: ik functioneer een beetje zoals een manager in het Engelse voetbal, die werkt uiteindelijk ook met een aantal trainers onder zich. Ik ben constant bij de ploeg. Dat vind ik zo fascinerend: een heel jaar samenleven, als een soort familie en er het beste van proberen te maken. Bij de wielerploeg van Phonak zitten in totaal 52 mensen, onder wie 25 renners. Het is leuk dat je je managementfilosofie op zo'n ploeg kunt projecteren. LELANGUE: Heel simpel: veel praten. Ik ben een communicator. Hoe ontstaan problemen? Omdat er over bepaalde dingen niet wordt gesproken, omdat bepaalde zaken niet worden uitgepraat. Als je iets voelt sudderen, moet je meteen optreden. Het is heel belangrijk te anticiperen. Om te weten wat er leeft, moet je midden in de ploeg staan. LELANGUE: We zijn niet ontevreden, we hebben een aantal wedstrijden gewonnen. En we mikken natuurlijk op de Ronde van Frankrijk. Met Landis en Pena als kopmannen. Floyd Landis is een heel belangrijke schakel voor dit team, iemand met charisma, hij praat ontzettend veel, je merkt dat anderen zich aan zijn professionalisme optrekken. In de breedte beschikken we over een goeie ploeg. We hebben geen specifieke winnaar, geen renner die de strijd met Lance Armstrong kan aangaan. Maar we gaan ons wel tonen. LELANGUE: Dat weet ik niet. We zijn eigenlijk voor een avontuur vertrokken. Met een ploeg die voor een onzekere toekomst stond en uiteindelijk voor de Pro Tour werd opgevist. Ik merk dat de sfeer heel goed is, terwijl er in onze ploeg toch mensen zitten uit elf verschillende landen. En Andy Rihs heeft me al laten weten dat hij nu al mijn contract wil verlengen. De ploeg gaat zeker door, misschien niet met Phonak als sponsor, ARCycling AG heeft de licentie en ook daar heeft Rihs het voor het zeggen. Trouwens, we spreken nu al met renners voor volgend jaar, je kunt er wat dat betreft niet vroeg genoeg bij zijn. Ik wil ook dat samen met mij de drie ploegleiders tekenen, we werken in team, dus binden we ons in team. Het is de bedoeling om deze ploeg uit te bouwen. En intussen wel heel offensief te koersen. Dat is mijn credo: aanvallen, je laten zien. Dat is al gebeurd en dat zullen we dit seizoen nog vaker doen. LELANGUE: Over dat verleden wordt niet meer gesproken. Ik steun alle instanties die de strijd tegen de doping aangaan. Toen we tijdens de Driedaagse van De Panne om halfzeven 's ochtends werden gecontroleerd, heb ik daar absoluut niet moeilijk over gedaan. Sterker zelfs: wat mij betreft kunnen ze niet genoeg controleren. Jacques Sys'Een koers volg je niet in de rode wagen van de organisatie, een koers volg je met een ploeg.'