Toen ik een kleine jongen was, klonk het door de huiskamer. 'Dat zijn onze Jantjes! Dat zijn onze Jantjes! Dat zijn de Jantjes met de braniekraag!'
...

Toen ik een kleine jongen was, klonk het door de huiskamer. 'Dat zijn onze Jantjes! Dat zijn onze Jantjes! Dat zijn de Jantjes met de braniekraag!' Het was een hitje uit een Nederlandse musical van voor de Tweede Wereldoorlog, genoemd naar de matrozen van de Koninklijke Marine, de Jantjes dus. Mijn moeder was er gek op. Mooie blonde jongens in donkerblauwe pakken en met witte petjes op. Dansend als Gene Kelly tussen de luchthappers van een kartonnen kruiser. 'En vrolijke buisies en stevige vuisies! Dat zien de meiden allemaal even graag.' Razend populair waren ze, die Jantjes van weleer. Vrolijk, opgewekt en blij naar oorlogsgebied trekkend om te strijden voor het vaderland. Ze waren bijna net zo populair als de Jantjes over wie iedereen het nu heeft. Het komische duo dat dagelijks commentaar geeft bij het spel dat werd bedacht om de schade te beperken die het oorlogstestosteron der naties weleens aanricht. Een beet in een schouder levert vandaag evenveel gespreksstof op als destijds het droppen van een atoombom op een dichtbevolkt eiland. We gaan erop vooruit. De Jantjes dus. Mulder en Boskamp. De Eyskens en De Croo van het voetbal. Ooit zelf de helden van middenveld en omstreken, nu toeschouwers van op de eerste rij en commentatoren eerste klas. Altijd vrolijk op het buisie, altijd losjes uit het vuisie. Een heerlijke afwisseling tussen al dat ernstige gedoe over elf jongelingen die al vechtend om een bal een band van tijdelijke vreugde scheppen tussen de oeverbewoners van IJzer, Schelde, Samber en Maas. Elke Jan heeft zijn kant gekozen, want zo hoort dat op een strijdtoneel. Mulder kiest de kant van het instinct. Boskamp verdedigt de kant van het systeem. Intuïtie versus redenering. De artiest tegen de ingenieur. Het is een eeuwenoud debat. Talent tegenover discipline. Dat doet het altijd goed. De frustratie van de gevoelsmens over de ijskoude analyses van de verstandsmens. De frustraties van de verstandsmens over de magische onvoorspelbaarheid van de gevoelsmens. Net zoals voetbal zelf is het een zinloze maar boeiende strijd. Ook tussen die twee. Zoals de Jannen elkaar jennen. En hoe ze in hun betoog het tegenovergestelde zijn van dat wat ze willen verdedigen. In het betoog van Mulder zit systeem. Herhaling. Druk blijven zetten. Helder en duidelijk. Altijd de juiste formule. De tegenstrever laten komen, laten struikelen over zijn eigen woorden, het saai laten worden, om dan plots en onverwacht, net voor de regie affluit, de oneliner te plaatsen die deelname aan de volgende ronde garandeert. In de verdediging van Boskamp zitten grote gaten door zijn onbevangen enthousiasme. Om de kijker waar te bieden voor zijn geld. Desnoods gooit hij zijn hele lichaam in de strijd om op even onweerstaanbare als onverstaanbare manier zijn gelijk te halen. Mulder, die zo hard pleit voor improvisatie, is voorbereid. Onzichtbaar wacht hij af in de achtergrond om langs de flanken plots in beeld te komen en geen kans onbenut te laten om te scoren. Als Karl Vannieuwkerke met de blinkend blauwe ogen hem een voorzet geeft - 'Gisteren vond je koningin Mathilde nog een wilde meid, vandaag feliciteert ze Lukaku voor het doelpunt van Origi' - dan kopt Mulder ongestoord binnen. 'Een beetje dom is ook wel lekker.' Een treffer die hem onsterfelijk maakt in de geschiedenis van het voetbalcommentaar. Boskamp daarentegen zit volkomen onvoorbereid aan tafel. Een brok natuurgeweld. Met een gezicht van als-ik-hier-zit-is-dat-hun-probleem-niet-het-mijne. Totaal geen controle. Maar wel bepalend. Zuiver op het gevoel. Tijd winnen als hij niet klaar is met een reactie. 'Ga je nou lopen zeiken, joh?' 'Wat loop je nou te zeiken, man?' 'Ach man, loop toch niet te zeiken!' Terwijl je Mulder ziet nadenken over drie zinnen verder, zie je Boskamp nadenken over drie zinnen terug. Maar toch weet hij te overtuigen. Op zijn eigen warrige, rommelige manier dan. Met kleine pretoogjes wild om zich heen meppend en net geen menhir op zijn rug. Als hij dan toch de ruimte krijgt, wordt hij opmerkelijk scherp. Boskamp verdedigt zijn bewondering voor het technische op de manier waarvan Mulder zo houdt. Wild, onberedeneerd en totaal onvoorspelbaar. Mulder van zijn kant toont een geweldige beheersing van alle mogelijke technieken om zijn liefde voor het artistieke toe te lichten. Alles samen een plezier om naar te kijken. Niet omdat het opzet in de studio artistiek is en barst van het talent. Niet omdat het geformatteerd is met een ijzeren discipline. Wel omdat er een perfect evenwicht gevonden is tussen beide. Laat maar komen, die Jantjes. Guillaume Van der Stighelen, ex-reclamemaker en medeoprichter van Duval Guillaume, schrijft columns en cursiefjes, maakte met Canvas de tweedelige documentaire President Te Koop over de verkiezingscampagnes in de VS en werkt momenteel aan een hernieuwde uitgave van zijn boek Echt.Guillaume Van der StighelenBoskamp verdedigt het technische op de manier waarvan Mulder zo houdt. Wild en onberedeneerd.