In een veranderend Israël blijken verkiezingsuitslagen minder voor- spelbaar te worden. Zicht op de Arabieren en de Russische joden.
...

In een veranderend Israël blijken verkiezingsuitslagen minder voor- spelbaar te worden. Zicht op de Arabieren en de Russische joden. EEN BERICHT UIT HAIFAHET is een seizoen van onzekerheid. Wat had premier Shimon Peres nodig om zijn verkiezing veilig te stellen, deze woensdag, de 29ste mei ? Wat moest hij daarvoor beloven of juist niet beloven ? Het lijkt erop dat hij het niet wist. De radicale rechtsen in Hebron zeggen ondereen dat Peres, als hij wint, ?alles wat bezuiden Goesj Etzion ligt, zal ontruimen.? Daarmee willen ze zeggen, dat hij de joodse inplanting in Hebron zal ontruimen (dat die van Kiriat Arba ook voor de bijl zou gaan, enkele kilometers buiten oud Hebron, is iets waar ze niet eens aan willen denken.) De bewering dat Peres settlements wil ontruimen, is des te interessanter omdat niet Shimon Peres zelf dat zegt, maar zijn proto-fascistische tegenstanders. Om hem te bekladden ? Of omdat ze zelf ook inzien dat er, als het vredesproces met de Palestijnen doorgang vindt, settlements ontruimd zullen worden ? Men weet het niet, en men weet ook niet of Peres settlements zou willen ontruimen. Als hij het doet, zal hij daarvoor het leger nodig hebben en een van de vragen is, in het door verwarring bevangen Israël, of dat leger voor dié klus nog wel inzetbaar is. Dreigt dan de burgeroorlog ? En als het zo'n vaart niet zal lopen aan geen van beide kanten , wat dan wél ? Men hoort dat Peres zogenaamde ?veiligheidszones? zou willen invoeren in de Palestijnse autonome gebieden en dus, op termijn, in de Palestijnse onafhankelijke staat waarvan het mogelijke bestaan nu door zijn partij erkend is : een strook land in de Jordaanvallei onder andere, en een brede kring rond ?Groot-Jeruzalem.? Is hem dat ernst ? Of is het maar een onderhandelingspositie om nu, bij het begin van de gesprekken over de derde, ?definitieve? fase op tafel te gooien ? Er is niemand die het weet. Het is dan ook bijna een filosofische vraag. Hebben de travaillisten onder Peres nu genoeg zelfvertrouwen om, indien nodig, te durven ontruimen ? Onder premier Yitzhak Rabin hadden ze dat zelfvertrouwen niet. Trouwens, wanneer zullen ze zoiets nodig vinden ? De historicus Zeev Sternhell, professor aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem en auteur van een boek over de vroege jaren van Israël ( ?Nationalisme ou socialisme ? Aux origines de l'état d'Israël?), laat het daarop aankomen : de rechterzijde in Israël, een fenomeen dat ontegensprekelijk bestaat, wil de joodse nederzettingen in de Gebieden behouden, en ze zelfs uitbreiden. Tegenover haar zou ze de linkerzijde moeten vinden, maar die bestaat niet in Israël en al wat ze vindt, is een vredesbeweging die, na de ondertekening van de akkoorden van Oslo, het noorden kwijt is. De ontruiming van op zijn minst een aantal nederzettingen is nodig voor de vrede, zegt hij, maar zal de nationalistische partij die Labour is, daar het karakter voor hebben ? Hij weet het niet. NIEUW.Vroeger hoorde men dergelijke verklaringen niet in Israël of toch veel minder dan nu. Dat het ?socialistische? Israël nooit bestaan had, ondanks het symbool van de kibboetzim, kon men vermoeden. Dat er een klassenmaatschappij gegroeid was, was zichtbaar. Dat daarin de Ashkenazi-joden bovenaan, de Sefardische joden onderaan, en de Israëlische Arabieren als tweederangsburgers fungeerden, was bekend. Maar tegenwoordig hoort men het aan alle kanten. Dat Yitzhak Rabin voor zijn vredesproces met de Palestijnen verplicht was in de Knesset op de stemmen van de Arabische afgevaardigden te rekenen, en dat dit de wàre reden was waarom hij vermoord werd : een gedurfd klinkende stelling, die tegenwoordig veeleer aangevuld zal worden met bijkomende redenen dan tegengesproken. Maar nu zou op zijn beurt Shimon Peres, als hij tot premier verkozen wordt, die Arabische stemmen wellicht nodig hebben om een regering te maken en het vredesproces voort te zetten. De Arabieren, er zijn er 400.000 stemgerechtigden, en van hen zullen een goede 300.000 gaan stemmen, en de Russische joden, maar de Russen zijn niet principieel, de Arabieren misschien wèl. Zeker na Libanon. De Libanese confrontatie van Peres met de Hezbollah, waar de Hezbollah zonder kleerscheuren uitkwam maar Zuid-Libanon wetens en willens verwoest achterbleef, en met de vele doden van Cana, onder andere, heeft de Arabische gemeenschap in Israël heel kwaad gemaakt. Zo kwaad zelfs, dat zeer oude allianties erdoor in het gedrang komen. Vroeger was het over het algemeen zo dat de Israëlische Arabieren, voor zover ze aan de politiek meededen, op lijsten stemden die, in een soort bondgenootschap, als puntje bij paaltje kwam toch de Arbeiderspartij steunden. (Eén van de traditionele ?linkse? partijen in Israël, de Communistische Partij, wordt, hoewel er altijd veel joden in militeerden, algemeen als een Arabische partij gekarakteriseerd.) Ze bleven in hun afzonderlijke organisaties, omdat ze wisten dat ze bij de andere partijen niet gewenst waren als collectieve invloed, maar als het nood deed, wisten ze waar hun kamp was. Het Libanese avontuur van Shimon Peres heeft die alliantie gebroken. Een aan de gang zijnde poging om de Arabieren onder één vlag te verenigen, ligt in duigen, minstens twee kampen tekenen zich af het islamistische kamp dat groeit, en het politieke kamp dat lijkt af te kalven en verder te versplinteren , en zeker vier lijsten. Een verloren eenheid die de Arabische lijsten zeker twee parlementszetels kost zetels die Peres misschien hard nodig zal hebben. Anderzijds zijn er ook Arabieren die, hun Israëlische staatsburgerschap naar de letter nemend, geen acht slaan op de nog steeds af en toe hoorbare wensen ter uiterste rechterzijde in Israël om ook de Israëlische Arabieren op te pakken en het land uit te zetten : de beruchte ?transfer? waarover men niet spreekt maar waar de Arabieren wel aan denken, en die ?de lange tocht door de instellingen? aangevat hebben. Zo voormalig vice-minister voor landbouw, Walid Sadik, die campagne voert voor Peres op de lijst van Meretz, en die beweert niet in te zien waarom die Arabieren zo nodig samen moeten blijven hokken in eigen aparte partijen. Maar Walid Sadik, net als Mariam Maari, is een uitzondering. Mariam Maari woont in Akko, helemaal in het noorden van Israël bij de Libanese grens, en staat als tweede op de lijst van Dr. Ahmed Tibi, de gynaecoloog die al jaren speciaal raadgever voor Arabisch-Israëlische aangelegenheden is van PA-, voorheen PLO-leider Yasser Arafat. Tibi was al vergevorderd met het bijeenlijmen van een Arabische eenheidslijst met de islamisten, maar op het laatste nippertje werd die poging door de Moslimbroeders gekelderd. Nu moet de lijst Tibi op eigen krachten, en met een moeilijk programma, de electorale berg op. Daarmee heeft Mariam Maari, die normaal met scholing en opvoedingswerk bezig is, ineens een hoop werk erbij gekregen. Voor de meeste van haar toehoorders, als ze op een politieke bijeenkomst spreekt, is het de eerste keer dat ze een vrouw (een Arabische vrouw) in het publiek zien spreken. En dan nog over politiek, en dan nog op een verkiesbare plaats. Soms, zegt Maari, zijn de mannen zo verbouwereerd dat ze haar niet eens durven aanvallen. Ahmed Tibi weet dat ook wel, daarom wordt zij al eens naar moeilijke plaatsen gestuurd. ?De droom was een grote Arabische coalitie,? zegt Mariam Maari, ?die had tien Knessetzetels kunnen opleveren. Nu zullen we er, in verspreide slagorde, misschien zes binnenhalen. De droom is weer aan het vervagen. Spijtig. Onze mensen raken er gefrustreerd en apatisch door.? MARIAM MAARI : Waarom we als Arabisch lijsten apart moeten opkomen ? Het is belangrijk dat wij onze eigen identiteit afzonderlijk weten te kristalliseren. Want als je een groep of een individu bent in een grotere, joodse, partij, die de meerderheidspartij vormt, dan zal je programma altijd van bijkomstig belang blijven. Je hebt andere prioriteiten, ook al heb je het over dezelfde dingen. Er zijn zoveel dingen van het grootste belang voor Meretz, bijvoorbeeld, als joodse partij die van de linkerzijde komt, in haar eeuwige strijd tegen de rechterzijde... Dat is voor ons ook belangrijk, maar het is niet onze eerste prioriteit. Onze eerste prioriteit is hoe de kloof te dichten tussen de Arabische gemeenschap en de Israëlische maatschappij. Hoe wij onze situatie kunnen verbeteren, hoe wij tot het niveau van besluitvorming kunnen doordringen, niet via de meerderheid, maar zo onafhankelijk mogelijk. En dàn coalities vormen. Dàt is waar we de afgelopen acht jaar mee bezig geweest zijn. In de Knesset geraken met de stemmen van Arabische mannen en vrouwen. En eens we daar zijn, hebben we een hoop gemeen met Meretz. Het komt erop aan onze kiezers ervan te overtuigen dat wij, een minderheid, op eigen kracht ook dingen kunnen realiseren. In samenwerking met de meerderheid, ja, maar niet uitsluitend afhankelijk van die meerderheid. Want dat is er tot nog toe wel geweest : de psychologische rem, dat we het alleen toch niet aankunnen. Dat we altijd afhankelijk blijven van de meerderheid. Dàt zou ik afgebroken willen zien. In het Hebreeuws zeggen ze : afzonderlijk, maar gelijk. Onze scholen zijn apart, dat is zeker, maar gelijk zijn ze niet. Op geen enkele manier. Wij leven op verschillende plaatsen, er zijn hier maar vijf steden waar joden en Arabieren samenleven : Akko, Haifa, Lod, Ramle en Jaffa maar daar woont niet meer dan vijftien procent van onze bevolking. De overige 85 procent leeft afzonderlijk, in de dorpen. En gelijk zijn ze niet. Nu zijn wij wel degelijk Arabisch sprekende lieden, en dat willen we zo houden. We willen onze taal niet verliezen, dus we zijn niet tégen die aparte scholen, tegen die scheiding, die zo ontstaan is uit verschillende oorzaken. Maar we zijn er wèl heel erg tegen gekant dat we apart blijven zonder gelijk te zijn. Want dat is de werkelijkheid hier. En wij willen zien hoe we dat kunnen veranderen, door inzicht te krijgen in onze eigen macht en die te gebruiken, en tegelijk door met de meerderheid samen te werken. Want zonder die samenwerking zullen we in cirkeltjes om ons eigen heen blijven draaien, men zonder onafhankelijk optreden zullen we ook nooit uit de vicieuze cirkel geraken die óók nergens toe leidt. Hebben de Israëlische Arabieren niet altijd op de travaillistische partij gestemd ? MAARI : Ja, ten dele omdat ze arbeiders zijn, ten dele omdat ze bang waren van de Histadrout, de vakbondscentrale die zo goed als almachtig was. Maar de tijden zijn veranderd. Onze mensen hebben aan zelfvertrouwen gewonnen, en hebben meer oog voor de ingewikkeldheid van onze situatie. We beginnen een gestudeerde elite te krijgen, die zeer hard werkt om het bewustzijnsniveau van onze mensen te verhogen. Er beweegt wat in onze gemeenschap, dat is lang dezelfde niet meer als in de jaren vijftig en zestig, of zelfs zeventig en tachtig. De mensen beginnen te zien dat ze in de democratische staat Israël leven, en dat ze dat kunnen gebruiken om te strijden voor hun rechten. We weten allemaal wel dat Israël het meest democratische land in het Midden-Oosten is, maar ook dat het dat alleen maar voor zijn eigen mensen is volgens de termen waarmee het zichzelf definieert. En we kunnen daar meer aan doen. Zoals het is, zien we de democratie, maar we beleven ze niet. We willen die democratie, maar ik geloof dat ze waardevoller is als je ze verovert binnen je eigen huis, binnen je eigen maatschappij, want dan zal je ervoor vechten ook. Op die manier hebben wij ook een sociale boodschap, en het feit dat wij een vrouw op een leidende positie hebben, dat is één van onze antwoorden op de situatie die we willen veranderd zien. Daarmee hebben we een toon aangegeven : zelfs als we niet winnen, zullen alle Arabische partijen daar bij de volgende verkiezingen serieus over moeten nadenken. Onze maatschappij is daar klaar voor, onze vrouwen werken op alle niveau's, maar zijn er nog niet in geslaagd tot de leidende posities door te dringen. Dus... Anderzijds heeft u hier een bij definitie joodse staat. MAARI : Na 48 jaar moesten ze voor de eerste keer op één of twee Arabische stemmen kunnen rekenen, en daardoor raakte heel deze maatschappij, met al zijn moderniteit en democratie die ze de hele wereld voorhouden, zodanig van slag dat het tot de moord op premier Rabin kwam. Daar kan je onze achterstand aan afmeten. Maar ook hoe ingewikkeld het probleem is. Maar wij zijn geen etnische minderheid, we zijn een nationale minderheid. En niet eens een culturele minderheid : we leven in het Midden-Oosten, onze cultuur is hier alomtegenwoordig. We voelen ons dan ook niet in de minderheid. Taalkundig natuurlijk ook niet. Nee, je moet het probleem zo afbakenen, politiek : het gaat om het verwerven van onze eigen, materiële, rechten. Onze kinderen gaan naar onze eigen scholen, krijgen les in hun eigen taal, waar maken we dan zo'n drukte over ? Maar dan kom je weer bij die nationaliteitskwestie : 48 jaar lang zijn wij, de Palestijnse minderheid in Israël, de gijzelaars geweest van het Israëlisch-Palestijnse conflict. We zaten tussen twee vuren, burgers van een staat die constant in conflict lag met onze eigen mensen, onze eigen nationale identiteit. Het resultaat was dat wij echt buitenspel gezet werden en daar hebben we aan meegedaan : we hebben onszelf buitenspel helpen zetten. Wij zijn opgegroeid met de idee dat ons minderheidsprobleem onoplosbaar was zolang er geen oplossing was voor het grote conflict. En telkens als wij voor iets wilden opkomen, voor elk klein probleempje : een beetje meer overheidsgeld voor onze scholen niet even veel geld, alleen maar een beetje meer, als ik u zeg dat onze kinderen in scholen zitten waar het op ze regent ! dan druiste dat in tegen de veiligheid van de staat Israël. Die brachten wij daarmee in gevaar. Dus bleven wij braaf, en Israël had een probleem minder. Maar nu zijn wij daar nog steeds. We zijn zeventien of achttien procent van de bevolking van Israël, dat er niet in geslaagd is ons allemaal te verjagen, we tellen binnenkort een miljoen, we zijn een grote minderheid. Maar we zijn niet onafhankelijk of autonoom : we hebben onze eigen scholen, maar die horen bij het heel gecentraliseerde Israëlische onderwijssysteem. Terwijl, bijvoorbeeld, de religieuze scholen in Israël wèl autonoom zijn. En de scholen van de kibboetzim. Als je zegt Israëli's, dan heb je het niet over Israël als de staat van zijn eigen burgers, want Israël is de staat van de joden. Jood zijn slaat niet alleen op godsdienst én op nationaliteit, er zit ook het Israëlische doorheen, en dat alles maakt een ernom complex geheel. Ze zeggen tegen ons : jullie zijn staatsburgers. Dat is niet waar ! Wij kunnen geen burgers zijn, aangezien we niet joods zijn. En we gaan niet veranderen en joods worden en zij willen óók niet dat wij veranderen, ziet u ? Maar dat gaat ons niet tegenhouden om eraan te werken dat Israël een betere plek wordt, voor al zijn burgers. Zonder dat, kan Israël niet overleven, op langere termijn. Als het niet meer over bewapening gaat.? WANTROUWEN.Aan een andere kant van het land, figuurlijk gesproken maar ook letterlijk, in Tel Aviv, leidt Eduard Koeznetsov zijn Russische dagblad, Vesti, intussen al één van de grootste van het land. De Russische joden zijn in een tiental jaren tijd met honderdduizenden naar Israël gestroomd en eigenlijk maar in zeven jaar tijd, sinds onder Mikhail Gorbatsjov de grenzen van de Sovjetunie open gingen en de Midden-Oostenpolitiek van Moskou veranderde. Volgens Koeznetsov, een roodharige, cynische Rus, wonen er nu 800.000 voormalige Sovjetjoden in Israël, en kunnen er nog een miljoen tot anderhalf miljoen verwacht worden. De wijd verbreide stelling dat de Russen en de Arabieren bij deze verkiezingen de uitslag zullen bepalen, heeft hij ook al gehoord, maar wat zijn Russen betreft, gelooft hij er niet zoveel van : ?Ze geven de lijst van Natan Chtaranski in de peilingen nu negen tot tien zetels. Als hij dat haalt, is het een mirakel. Als hij er vier behaalt, zal het veel zijn.? Want de ex-Sovjetjoden, zegt Koeznetsov, wantrouwen de politiek. Ze zien verkiezingen als fraude, en veel van hen zullen thuis blijven. En veel anderen zullen op technische problemen stuiten, van registratie en wat dies meer zij. Daarbij zijn ze gedesillusioneerd in de twee grote partijen : ze hebben al wat ze hadden achtergelaten om naar hier te komen, ze hadden meer dan holle woorden verwacht, en in de praktijk zijn veel van hen hier aan hun lot overgelaten. Tweedeklasburgers. Dus integreren ze zich ook niet. Ze houden alles in het Russisch. En ze klagen : ?Wij hebben talent, wij zijn hoog geschoold, geef ons de mogelijkheid om te laten zien wat we kunnen.? ?Israël is een eigenaardige staat,? zegt Koeznetsov. ?Je moet heel gemotiveerd zijn om hier te blijven, en erin te overleven. Je moet om te beginnen al zo'n heel vreemde, verre taal leren. Maar zo is het. Een normale, slechte situatie.? Wat heeft de komende premier van deze gedesillusioneerde, ongelovige Russen te verwachten ? Niet veel. Wat kan hij hen bieden ? Geboren en getogen in de eindeloze Sovjetunie, waar ze alles achtergelaten hebben maar die ze meedragen in zichzelf, denken de Russische joden links als het op sociale kwesties aankomt want daardoor worden ze geraakt in hun persoon , en ze denken rechts als het op veiligheid aankomt. Ze willen geen land afgeven voor vrede, zegt Koeznetsov. Ten eerste omdat ze nog niet oorlogsmoe zijn, en ten tweede omdat ze uit een imperium komen, en ze met geen mogelijkheid kunnen begrijpen hoe iemand land zou kunnen afstaan. En dan nog aan z'n vijanden. Het is een seizoen van onzekerheid. Terwijl buiten een Palestijnse staat opgebouwd wordt waar ze niet graag over nadenken, voelen de meeste Israëli's wel aan dat dààrover deze verkiezingen gaan, over hun toekomst, en over de vrede waar ze al zo lang op wachten. Ze is, misschien, binnen handbereik, maar hoeveel moeten ze er precies voor over hebben ? Héél de Westbank ? En dan nog een stuk Oost-Jeruzalem ook ? Niemand geeft graag terug wat hij denkt eerlijk gewonnen te hebben. En zouden die Palestijnen, met zo weinigen, en zo zwak als ze zijn, niet met wat minder grondgebied, niet met een land zonder Jeruzalem genoegen nemen ? Dàt, in een notendop, is de verschrikkelijke sirenenzang waar Shimon Peres zijn oren voor moet gesloten houden, aan de mast van zijn schip gebonden als Odysseus. Hij kan het nog winnen. Sus van ElzenVoor verkiezingen met een bijna filosofische inzet.De campagne van de groten : lood om oud ijzer ?De Israëlische Arabieren hebben zich buitenspel laten zetten.Mariam Maari : Onze mensen tonen dat ze het zelf kunnen. De Communistische Partij wordt vaak als Arabisch afgedaan.