JA

De lonen van alle Vlaamse parlementsleden (in Kamer, Senaat, Vlaams en Brussels parlement, nvdr), de Vlaamse ministers en hun kabinetsleden in de federale, Vlaamse en Brusselse regering, de gedeputeerden en raadsleden van de provincies, en de burgemeesters en schepenen van de 308 Vlaamse gemeenten, zijn samen goed voor 384 miljoen euro. Die mandaten vertegenwoordigen slechts een deel van de totale kosten van onze democratie, maar één ding is zeker: het zijn er te veel. Nederland telt voor 16 miljoen inwoners in totaal 225 parlementsleden. Die kosten 176 miljoen euro per jaar. Het aantal Vlaamse parlementsleden bedraagt, in alle parlementen samen, 270. Prijs: 195 miljoen euro voor 6 miljoen inwoners. Een Nederlander betaalt dus 11 euro voor zijn parlementaire democratie, een Vlaming 32 euro.
...

De lonen van alle Vlaamse parlementsleden (in Kamer, Senaat, Vlaams en Brussels parlement, nvdr), de Vlaamse ministers en hun kabinetsleden in de federale, Vlaamse en Brusselse regering, de gedeputeerden en raadsleden van de provincies, en de burgemeesters en schepenen van de 308 Vlaamse gemeenten, zijn samen goed voor 384 miljoen euro. Die mandaten vertegenwoordigen slechts een deel van de totale kosten van onze democratie, maar één ding is zeker: het zijn er te veel. Nederland telt voor 16 miljoen inwoners in totaal 225 parlementsleden. Die kosten 176 miljoen euro per jaar. Het aantal Vlaamse parlementsleden bedraagt, in alle parlementen samen, 270. Prijs: 195 miljoen euro voor 6 miljoen inwoners. Een Nederlander betaalt dus 11 euro voor zijn parlementaire democratie, een Vlaming 32 euro. We moeten de overheid ontvetten. Om tot een efficiënter bestuur te komen moeten we aan de top beginnen, en dat is het politieke zelfbedieningsapparaat. Minder politici, en meer democratische controle door een duidelijke decumul. Een positie in het gemeentebestuur mag niet gecombineerd worden met een mandaat in een intercommunale, parlementsleden zouden geen lokaal mandaat mogen hebben. Schaf de Senaat en de provincies af. Die laatste kunnen we vervangen door stads- en streekgewesten. Geen extra instanties, maar overkoepelende gemeentebesturen en-administraties die de bestaande structuren beter benutten. Dat elke gemeente paspoorten aflevert, is toch te gek voor woorden? We moeten durven na te denken over politieke en administratieve schaalvoordelen.Bij de onderliggende politieke boodschap, namelijk dat men dezelfde graad van politieke democratie kan bereiken met minder kosten, horen enkele belangrijke kanttekeningen. Ten eerste: federalisme brengt altijd meerkosten mee. We hebben de Vlaamse overheid gecreëerd omdat die beantwoordt aan noden en verwachtingen van de burgers. Vlaanderen brengt het bestuur dichterbij en verhoogt dus het democratisch gehalte ervan. Uiteraard moeten we altijd streven naar meer efficiëntie, maar dat hebben we in het verleden ook gedaan. Toen ik in 1992 mee de staatshervorming onderhandelde, is het totale aantal parlementsleden bijvoorbeeld niet gestegen: het aantal regionaal gecreëerde mandaten werd in mindering gebracht van de federale in Kamer en Senaat. Als vicepremier en minister van Begroting had ik ongeveer 60 medewerkers, tien jaar eerder had men er dubbel zoveel voor hetzelfde werk. Te log misschien, dat klopt, maar ik zie de cultuur in België evolueren: de kabinetten werken steeds beter samen met de administratie. Ik blijf voorstander van een persoonlijke staf voor ministers, van medewerkers die de dossiers helder helpen zien. Ministers in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland hebben die niet en worden, zeker in het begin van hun ambtsperiode, vaak gegijzeld door de administratie. Dat lijkt me niet efficiënt. De lonen van alle Vlaamse parlementsleden (in Kamer, Senaat, Vlaams en Brussels parlement, nvdr), de Vlaamse ministers en hun kabinetsleden in de federale, Vlaamse en Brusselse regering, de gedeputeerden en raadsleden van de provincies, en de burgemeesters en schepenen van de 308 Vlaamse gemeenten, zijn samen goed voor 384 miljoen euro. Die mandaten vertegenwoordigen slechts een deel van de totale kosten van onze democratie, maar één ding is zeker: het zijn er te veel. Nederland telt voor 16 miljoen inwoners in totaal 225 parlementsleden. Die kosten 176 miljoen euro per jaar. Het aantal Vlaamse parlementsleden bedraagt, in alle parlementen samen, 270. Prijs: 195 miljoen euro voor 6 miljoen inwoners. Een Nederlander betaalt dus 11 euro voor zijn parlementaire democratie, een Vlaming 32 euro. We moeten de overheid ontvetten. Om tot een efficiënter bestuur te komen moeten we aan de top beginnen, en dat is het politieke zelfbedieningsapparaat. Minder politici, en meer democratische controle door een duidelijke decumul. Een positie in het gemeentebestuur mag niet gecombineerd worden met een mandaat in een intercommunale, parlementsleden zouden geen lokaal mandaat mogen hebben. Schaf de Senaat en de provincies af. Die laatste kunnen we vervangen door stads- en streekgewesten. Geen extra instanties, maar overkoepelende gemeentebesturen en-administraties die de bestaande structuren beter benutten. Dat elke gemeente paspoorten aflevert, is toch te gek voor woorden? We moeten durven na te denken over politieke en administratieve schaalvoordelen.Bij de onderliggende politieke boodschap, namelijk dat men dezelfde graad van politieke democratie kan bereiken met minder kosten, horen enkele belangrijke kanttekeningen. Ten eerste: federalisme brengt altijd meerkosten mee. We hebben de Vlaamse overheid gecreëerd omdat die beantwoordt aan noden en verwachtingen van de burgers. Vlaanderen brengt het bestuur dichterbij en verhoogt dus het democratisch gehalte ervan. Uiteraard moeten we altijd streven naar meer efficiëntie, maar dat hebben we in het verleden ook gedaan. Toen ik in 1992 mee de staatshervorming onderhandelde, is het totale aantal parlementsleden bijvoorbeeld niet gestegen: het aantal regionaal gecreëerde mandaten werd in mindering gebracht van de federale in Kamer en Senaat. Als vicepremier en minister van Begroting had ik ongeveer 60 medewerkers, tien jaar eerder had men er dubbel zoveel voor hetzelfde werk. Te log misschien, dat klopt, maar ik zie de cultuur in België evolueren: de kabinetten werken steeds beter samen met de administratie. Ik blijf voorstander van een persoonlijke staf voor ministers, van medewerkers die de dossiers helder helpen zien. Ministers in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland hebben die niet en worden, zeker in het begin van hun ambtsperiode, vaak gegijzeld door de administratie. Dat lijkt me niet efficiënt. opgetekend door jan jagers